In 2023 lieten meer mensen zich testen op een seksueel overdraagbare aandoening ( soa seksueel overdraagbare aandoening (seksueel overdraagbare aandoening)). Er waren in totaal 172.113 consulten bij een Centrum voor Seksuele Gezondheid (CSG). Dit is een stijging van 4% ten opzichte van 2022. Het percentage consulten waarin een soa werd aangetoond bleef gelijk: 21%. De soa gonorroe steeg het meest. Voor het tweede jaar op rij ging het om een stijging van meer dan 30%.

Het RIVM meldde in april 2024 al dat de stijging van gonorroe, die al zichtbaar is sinds 2022, doorzette. Structurele aandacht voor het voorkómen van soa seksueel overdraagbare aandoening (seksueel overdraagbare aandoening) en voor condoomgebruik blijft belangrijk om verspreiding van soa te voorkomen.

Huisartsen

Naast het testen bij een CSG Centrum Seksuele Gezondheid (Centrum Seksuele Gezondheid), kunnen mensen zich ook via de huisarts laten testen op een soa. In 2022 registreerden huisartsen in totaal naar schatting 316.200 soa-gerelateerde consulten. Dit aantal is vergelijkbaar met 2021 (316.900). De cijfers van huisartsen van 2023 zijn nog niet beschikbaar.

Gonorroe

Sinds 2019 neemt het soa-vindpercentage bij vrouwen en heteromannen jonger dan 25 jaar toe. Dit is vooral te zien voor gonorroe. Het aantal diagnoses gonorroe bij CSG’s was in 2023 met 13.853 veel hoger dan in 2022 (10.600). Dit is 31 procent meer. De percentages vrouwen en heteroseksuele mannen met gonorroe namen toe van 2,3 en 2,4 procent in 2022 naar 4,1 en 3,5 procent in 2023. Dit is het hoogste vindpercentage onder vrouwen en heteroseksuele mannen ooit. Ook bij de huisartsen was de stijging van gonorroe in 2022 te zien. Het aantal infecties steeg van naar schatting 12.700 in 2021 naar 14.500 in 2022.

Chlamydia

In 2023 waren er 24.048 chlamydia-diagnoses bij CSG’s. Dat is een daling van 3% ten opzichte van 2022. Het percentage vrouwen met chlamydia daalde van 17,9% in 2022 naar 16,8% in 2023. De percentages heteroseksuele mannen en MSM mannen die seks hebben met mannen (mannen die seks hebben met mannen) (mannen die seks hebben met mannen) met chlamydia daalden licht naar 19,6% (2022: 21,2%) en 10,2% (2022: 10,9%). Bij huisartsen steeg het geschatte aantal chlamydia-infecties bij vrouwen van 22.500 in 2021 naar 24.000 in 2022. Bij mannen steeg dit aantal van 17.100 in 2021 naar 18.400 in 2022.

Syfilis

Het aantal syfilis-diagnoses bij CSG’s was in 2023 met 1.693 hoger dan in 2022 (1.574). Dit is een stijging van 8%. Het percentage MSM met een syfilis-diagnose bleef gelijk: 2,3% van de MSM die zich lieten testen had syfilis. Het aantal diagnoses onder vrouwen en heteroseksuele mannen bleef in 2023 laag: 38 diagnoses bij vrouwen en 43 bij heteroseksuele mannen.

Hiv humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus)

In 2023 kregen 141 mensen een  hiv humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus)-diagnose bij een CSG. Dat is vergelijkbaar met het jaar ervoor (144). Van deze diagnoses waren er 122 bij MSM. In 2023 gingen er ongeveer 987 mensen voor het eerst naar een hiv-behandelcentrum. Dat is ook ongeveer hetzelfde als in 2022.

PrEP pre-expositie profylaxisis (pre-expositie profylaxisis): een medicijn dat hiv voorkomt

Sinds augustus 2019 bieden de CSG’s ook zorg aan mensen die Pre-Expositie Profylaxe (PrEP) gebruiken. PrEP is een medicijn dat hiv voorkomt. MSM en andere mensen die meer risico hebben op hiv kunnen meedoen aan een pilot. Zij krijgen dan het medicijn en worden elke drie maanden bij een CSG getest op soa. Aan het einde van 2023 had het PrEP-programma naar schatting 8.496 deelnemers. Het percentage deelnemers dat in 2023 positief werd getest op een andere soa dan hiv was in 2023 39,4%.

Een overzicht van de belangrijkste cijfers staat in een infographic. Ook is het rapport ‘Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2023’ beschikbaar