Harde muziek in discotheken, tijdens concerten en via koptelefoons kan, net als lawaai op het werk, blijvende gehoorschade veroorzaken. Het gaat daarbij om minder goed horen, doofheid en blijvend oorsuizen (tinnitus). Uit literatuuronderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu blijkt dat er aanwijzingen zijn dat vooral jongeren steeds vaker en op jongere leeftijd worden blootgesteld aan een hoeveelheid geluid die een risico voor het gehoor kan vormen.

Het literatuuronderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en SZWSociale zaken en werkgelegenheid toont een gebrek aan harde gegevens aan. Onbekend is hoe vaak gehoorschade veroorzaakt door geluid bij Nederlandse jongeren precies voorkomt en of het toeneemt. Wel staat vast dat overmatige blootstelling op jonge leeftijd onomkeerbare gehoorschade kan veroorzaken, ook al komt deze mogelijk pas op latere leeftijd aan het licht. Voor Nederland ontbreken metingen van blootstelling aan lawaai (in decibellen) en gehoorverlies (audiometrie) over een langere periode. De huidige aanwijzingen zijn gebaseerd op gegevens over blootstelling aan muziek en over gehoorproblemen. Deze zijn ontleend aan vragenlijsten onder jongeren en registraties in de gezondheidszorg. Uit de vragenlijsten onder jongeren blijkt dat zowel de omvang van geluidsblootstelling als de frequentie van oorsuizen na een bezoek aan een muziekevenement hoog is. Oorsuizen is, ook als het tijdelijk is, vaak een eerste indicatie van gehoorschade. De bronnen van mogelijke gehoorschade zijn wel bekend, maar de afzonderlijke bijdrage van deze bronnen aan de huidige gehoorproblemen is niet bekend.

Het meest betrouwbare onderzoek naar een trend in de tijd is een Amerikaanse studie, waaruit blijkt dat het gehoor bij jongeren tussen 12 en 20 jaar in de periode 1988-2006 is verslechterd. De vermoedelijke oorzaak is de intensievere blootstelling aan muziek. Andere aanwijzingen voor een toegenomen blootstelling aan harde muziek zijn de grote beschikbaarheid van de MP3-speler en de beleving daarvan (‘de bas moet je voelen’).
Verder is het gebruik van koptelefoons toegenomen en is muziekapparatuur technisch verbeterd, waardoor het geluid harder kan staan zonder dat het vervormd raakt. Gehoorschade leidt tot een slechtere kwaliteit van leven, door beperkingen in het sociaal verkeer en een lagere arbeidsparticipatie.
Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu doet de aanbeveling om meer inzicht te krijgen in de individuele blootstelling bij jongeren, in bronnen van hard geluid, en in de geluidniveaus die gehoorschade veroorzaken.