De hoeveelheid nitraat in het grondwater op derogatiebedrijven bleef in 2024 ruim onder de Europese norm van 50 milligram per liter, net als in 2023. Het stikstofbodemoverschot steeg in 2024 tot 161 kilogram per hectare, 32 kilogram meer dan in 2023. Wel bleef het onder het langjarig gemiddelde van 171 kilogram. Dat blijkt uit het rapport ‘Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2024’ van het RIVM en Wageningen Social & Economic Research. Nederland rapporteert deze uitkomsten aan de Europese Commissie.
De hoeveelheid stikstof die in de bodem overblijft nadat gewassen hun deel uit de mest hebben opgenomen, heet het stikstofbodemoverschot. Stikstof dat oplost in water heet nitraat. Het overschot aan stikstof in de bodem kan als nitraat uitspoelen uit de bodem en in het grond- en oppervlaktewater terechtkomen. Te veel nitraat is slecht voor de waterkwaliteit en voor de gezondheid.
Grote invloed van weersomstandigheden
Naast de hoeveelheid gebruikte mest heeft het weer invloed op de hoeveelheid nitraat in de bodem. Tussen 2018 en 2020 was het erg droog. Er spoelt dan weinig nitraat weg naar het grondwater. De jaren hierna waren minder droog, waardoor er meer opgehoopt nitraat in het grondwater terechtkwam. De winter van 2023-2024 was vervolgens extreem nat. Daardoor is er meer verdunning, wordt nitraat beter in de bodem afgebroken en is de hoeveelheid nitraat in het grondwater lager. Hoe snel extreme weersomstandigheden invloed hebben op de waterkwaliteit verschilt per grondsoort, maar kan meerdere jaren duren.
Op korte termijn hebben weersomstandigheden meer invloed op de hoeveelheid nitraat in de bodem dan het afbouwen van de hoeveelheid mest die mag worden uitgestrooid op het land. Het effect van de afbouw van derogatie wordt pas over een langere reeks van jaren zichtbaar in de metingen. Dat komt omdat het langer duurt voordat de hoeveelheid mest die op het land terechtkomt doorwerkt in de grondwaterkwaliteit.
Ontwikkeling landbouwpraktijk en waterkwaliteit op derogatiebedrijven
De resultaten in dit rapport gaan alleen over de specifieke groep melkveebedrijven die zijn aangemeld voor derogatie en over een specifiek rapportagejaar. De ontwikkeling van de waterkwaliteit in heel Nederland onderzoekt het RIVM elke vier jaar in de Nitraatrapportage. Het laatste rapport is uit 2024.
Toestemming voor derogatie vanaf 2026 gestopt
Van 2006 tot 2026 mochten bepaalde landbouwbedrijven in Nederland meer dierlijke mest gebruiken dan de Europese Nitraatrichtlijn voorschrijft. Dit heet derogatie. Een van de voorwaarden was dat de waterkwaliteit bij deze bedrijven moest worden bijgehouden. Het RIVM en Wageningen Social & Economic Research monitoren daarom elk jaar het mestgebruik en de waterkwaliteit bij 300 bedrijven die voor derogatie zijn aangemeld en rapporteren dit aan de Europese Commissie.