Uit onderzoek van het RIVM en (Wageningen University &Research) blijkt dat het in theorie mogelijk is om een rekenmethode te maken die wetenschappelijk onderbouwde informatie geeft over de gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor lokale situaties. Of deze methode gemeenten ook in de praktijk kan helpen bij het inrichten van de woonomgeving moet nog verder worden onderzocht. 

Op dit moment is er nog geen rekenmethode die gemeenten hierbij kan helpen. In de praktijk houden gemeenten nu een afstand aan van 50 meter tussen woningen en gewaspercelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.  

Duidelijkheid voor iedereen belangrijk

Alle belanghebbenden hebben behoefte aan duidelijkheid voor hun lokale situatie (spuitzonering). Gemeenten die ruimte zoeken voor woningen, willen weten of ze dichter bij gewaspercelen mogen bouwen waar beschermingsmiddelen worden gebruikt. Tegelijkertijd stellen inwoners en boeren vragen over gezondheid en of ze gewassen mogen telen waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.  

Steeds meer gemeenten laten daarom onderzoeken of het mogelijk is om van deze 50 meter af te wijken. De Raad van State gaf in verschillende uitspraken aan dat rekentechnieken die voor deze lokale onderzoeken worden gebruikt niet goed genoeg zijn.

Rekenmethode wetenschappelijk mogelijk 

Uit onderzoek van het RIVM en Wageningen University & Research (WUR) blijkt dat het in theorie mogelijk is om een rekenmethode te maken die gemeenten kan helpen om lokaal een afstand te bepalen die bruikbaar is voor de inrichting van de woonomgeving. 

De methode berekent het gezondheidsrisico en houdt hierbij rekening met bijvoorbeeld hoeveel van het gewasbeschermingsmiddel zich verspreidt in de omgeving, hoeveel er in woningen terechtkomt en of dat schadelijk is voor bewoners. 

Voor toepassing in de praktijk meer onderzoek nodig

Of deze methode ook onder realistische lokale omstandigheden werkt en of de resultaten nauwkeurig genoeg zijn voor beleidsmakers en andere betrokkenen is nog niet onderzocht. Dat onderzoek kan gedaan worden door een paar praktijksituaties door te rekenen met deze methode. Voor de onderzoekers is de gezondheid van omwonenden daarbij het uitgangspunt. 

Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) gaf opdracht voor dit onderzoek.