Graafmachines bij werkzaamheden in Nieuwegein

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert nieuwe, hogere achtergrondwaarden vast te stellen voor twee soorten PFAS: PFOSperfluoroctaansulfonaten en PFOAperfluoro octanoic acid. Voor PFOS adviseert het RIVM een achtergrondwaarde van 1,4 microgram per kilogram droge stof. Voor PFOA is dit 1,9 microgram per kilogram droge stof. 

De nieuwe achtergrondwaarden bieden de rijksoverheid de mogelijkheid het zogeheten Tijdelijk handelingskader PFAS aan te passen.

PFAS zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De laatste jaren bleken PFAS op meer plekken in het milieu voor te komen dan eerder gedacht. Ze worden in veel producten gebruikt. Daardoor zijn deze stoffen in het milieu terechtgekomen. Dat is ook gebeurd doordat fabrieken PFAS hebben uitgestoten en door incidenten waarbij de stoffen vrijkwamen. 

De nieuwe achtergrondwaarden zijn afgeleid uit onderzoek naar de aanwezigheid van 29 PFAS-verbindingen in de Nederlandse bodem. Bij deze achtergrondwaarden is geen sprake van risico’s voor de gezondheid of het ecosysteem. Grond of bagger waarvan de concentraties van PFOSperfluoroctaansulfonaten en PFOAperfluoro octanoic acid niet hoger zijn dan de achtergrondwaarden, kan volgens de uitgangspunten van het Besluit bodemkwaliteit meestal zonder restricties op de landbodem worden gebruikt.

In 2019 leidde het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu al tijdelijke achtergrondwaarden af. Die waarden waren gebaseerd op beschikbare metingen van onderzoek van andere partijen naar PFAS-concentraties in relatief schone gebieden. Om een compleet landelijk beeld te krijgen van de aanwezigheid van PFAS in de bodem heeft het RIVM nieuw onderzoek gedaan op meer dan 100 locaties in Nederland. Daarmee vormt dit onderzoek een afspiegeling van het bereik van de concentraties die kunnen worden aangetroffen in het landelijk gebied.