De COVID-19-pandemie en de uitbraak van het westnijlvirus in 2020 tonen aan dat de zogenoemde emerging zoonoses (opduikende zoönosen) een risico vormen voor Nederland. Zoönosen zijn ziekten die van dier op mens kunnen worden overgedragen. Emerging zoonoses zijn nieuwe of bekende zoönosen die plotseling kunnen opduiken of waarvan het aantal besmettingen plotseling sterk toeneemt. In de Staat van Zoönosen 2020 vormen deze opduikende zoönosen het thema.

Opduikende zoönosen

In het themahoofdstuk besteden de auteurs van de Staat van Zoönosen aandacht aan de opduikende zoönosen die voor Nederland van belang zijn. Zo komen onder meer vogelgriep en het tekenencefalitis-virus aan bod. Dit laatste virus kan hersen(vlies)ontsteking veroorzaken via besmette teken. Dit virus is tussen 2016 en 2020 bij 12 mensen in Nederland vastgesteld.

De overheid neemt diverse maatregelen tegen opduikende zoönosen, zoals een zorgvuldige monitoring en meldingsplicht voor dit soort ziekten. Ook gaan de auteurs van het rapport in op drijvende krachten die kunnen leiden tot deze opduikende zoönosen. Een voorbeeld hiervan is klimaatverandering. 

Westnijlvirus

In september 2020 werd voor het eerst een besmetting met het westnijlvirus in Nederland bij een vogel (grasmus) ontdekt. Dit virus komt voor bij vogels en wordt overgebracht door muggen die zich voeden met bloed van besmette vogels. Deze muggen verspreiden het virus naar andere vogels en soms ook naar mensen en andere zoogdieren, zoals paarden. In oktober 2020 is het virus voor het eerst bij 8 mensen in Nederland vastgesteld. 

In het algemeen worden de meeste mensen niet ziek van een infectie met het virus. Ongeveer 1 op de 5 van de besmette mensen krijgt milde griepachtige symptomen zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Circa 1 procent van de besmette mensen krijgt een ernstige ziekte, zoals hersenontsteking.

COVID-19 bij nertsen

Ook dieren, en vooral nertsen, bleken besmet te kunnen worden met het nieuwe coronavirus (SARS severe acute respiratory syndrome-CoV coronavirus-2), het virus dat bij mensen COVID-19 veroorzaakt. De overheid wilde met maatregelen voorkomen dat nertsen het coronavirus zouden overdragen op mensen. Ondanks de maatregelen bleef het aantal besmettingen onder deze bedrijven stijgen. Daarom is in 2020 besloten om eerder dan was afgesproken te stoppen met de nertsenhouderij in Nederland. 

Over de Staat van Zoönosen

Elk jaar maakt het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in opdracht van de NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een overzicht van de belangrijkste zoönosen en geeft aan hoe vaak ze in Nederland voorkomen. Het gaat om de zoönosen die artsen moeten melden bij de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst en die dierenartsen moeten melden bij de NVWA. Beleidsmakers kunnen deze informatie gebruiken om, als het nodig is, doelgerichte maatregelen te nemen.