Voedselcontactmaterialen zijn verpakkingsmaterialen voor levensmiddelen en gebruiksartikelen zoals pannen, servies en bakvormen. In deze materialen zitten per- en polyfluoroalkyl verbindingen (PFAS’en) omdat ze vet en water afstoten. Het blijkt dat sommige PFAS’en die in papier en karton zitten, in het voedsel kunnen komen. Op dit moment is er onvoldoende informatie beschikbaar om van deze PFAS’en een betrouwbare risicobeoordeling te maken. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Behalve PFAS’en die zijn toegelaten voor gebruik in voedselcontactmateriaal, worden ook PFAS’en gevonden die niet in papier en karton gebruikt mogen worden. Dit zijn waarschijnlijk onzuiverheden in de stoffen waarmee papier en karton wordt behandeld. Ook kunnen het afbraakproducten zijn van andere PFAS’en.
Het RIVM beveelt aan te onderzoeken of de hoeveelheid PFAS’en die uit voedselcontactmaterialen in voeding kan komen, schadelijk is voor de gezondheid. In dit onderzoek moet de nadruk liggen op de stoffen in papier en karton en wat daaruit in voedsel kan terechtkomen. Het gaat dan vooral om PFAS’en zoals perfluoroctaanzuur (PFOAperfluoro octanoic acid).

De wetgeving over toegestane stoffen in voedselcontactmaterialen in Europa is ingewikkeld en niet in alle landen hetzelfde. Het RIVM raadt aan deze wetgeving gelijk te maken. Het RIVM raadt ook aan om oude beoordelingen van PFAS’en opnieuw te beoordelen, omdat de afgelopen jaren de inzichten over de schadelijkheid van PFAS’en zijn veranderd.