Jaarlijks geeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-CvBCentrum voor Bevolkingsonderzoek opdracht voor de monitor van de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie(PSIEPrenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie ) om de kwaliteit van het programma te bewaken.

TNO heeft de monitor recentelijk opgeleverd. In deze monitor worden de belangrijkste resultaten beschreven van het bevolkingsonderzoek PSIEPrenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie voor 2016 in vergelijking met voorgaande jaren. De monitor omvat de gegevens van zwangeren met een bloedafnamedatum van het eerste bloedonderzoek voor de PSIE in 2016. Vervolgstappen later in de zwangerschap zijn deels in 2017 uitgevoerd.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu/CvBCentrum voor Bevolkingsonderzoek regisseert namens het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het bevolkingsonderzoek PSIE. Een werkgroep met onder andere vertegenwoordigers van de betrokken beroepsgroepen was nauw betrokken bij de totstandkoming van deze procesmonitor.

Een belangrijk aandachtspunt is nog steeds de tijdige toediening van antenataal anti-D bij RhDRhesus (D)-negatieve zwangeren. Tijdige toediening is belangrijk om te zorgen dat de zwangere optimaal beschermd is tegen RhD-immunisatie in de periode voor en tijdens de bevalling. Het percentage zwangeren met een tijdige toediening, in week 30 of 31 van de zwangerschap, is 65%. Bij 30% wordt het antenatale anti-D te vroeg, al in week 27-29, toegediend. Te vroege toediening is niet wenselijk omdat anti-D geleidelijk door het lichaam wordt afgebroken, waardoor de bescherming rondom de bevalling onvoldoende kan zijn.

De PDFPortable Document Format van de procesmonitor is te vinden op de website: www.rivm.nl/procesmonitor-psie