Foliumzuur verkleint de kans op aangeboren afwijkingen bij het ongeboren kind zoals een open ruggetje. Er is weinig actuele informatie over het foliumzuurgebruik door zwangere vrouwen en vrouwen die zwanger willen worden. Ook blijft het onduidelijk wat het effect is van het foliumzuurbeleid op het gebruik van foliumzuur en het aantal aangeboren afwijkingen. Dit blijkt uit literatuuronderzoek uitgevoerd door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Volgens de Voedselconsumptiepeiling 2012-2016 krijgt circa een kwart tot een derde van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd onvoldoende foliumzuur binnen. Dit percentage is ongeveer even hoog als in de peiling van 2007-2010.

Het huidige beleid richt zich op gebruik van foliumzuursupplementen rondom de zwangerschap en de voorlichting hierover. In Nederland wordt vrouwen geadviseerd  om foliumzuursupplementen te slikken vanaf minimaal 4 weken voor tot 8 weken na de bevruchting. Uit een studie over het gebruik van supplementen bleek dat minder dan 40 procent van de vrouwen met een lager opleidingsniveau in 2009 foliumzuur slikte tijdens de aanbevolen periode. Daarom zijn er verschillende projecten opgezet om de voorlichting over het gebruik van foliumzuur te verbeteren.  

Uit evaluatiestudies lijkt deze voorlichting de kennis over en de bereidheid om foliumzuur te gebruiken, te vergroten. Maar het is niet duidelijk hoeveel vrouwen daadwerkelijk met deze voorlichting worden bereikt en of ze hierdoor foliumzuur zijn gaan slikken. Ook is het niet duidelijk of het foliumzuurbeleid heeft gezorgd voor een afname in het aantal afwijkingen bij de geboorte.

Het onderzoek laat zien dat er meer en actuele informatie nodig is over het gebruik van het foliumzuursupplement rondom de zwangerschap, de redenen waarom vrouwen het wel of niet gebruiken, en hoe vaak een open ruggetje voorkomt. Deze informatie is belangrijk om het foliumzuurbeleid te evalueren en eventueel te verbeteren.