In 2025 hebben minder mensen zich bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) laten testen op seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) dan in 2024. Bij de (Centrum Seksuele Gezondheid)’s kunnen mensen met een grotere kans op (seksueel overdraagbare aandoening) en een drempel tot de huisarts zich gratis laten testen. Met in totaal 146.982 consulten is er sprake van een daling van 8 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Dit is het eerste jaar dat het aantal consulten onder het niveau van vóór de COVID-pandemie ligt. Deze daling was vooral zichtbaar onder vrouwen en mannen die seks hebben met vrouwen (MSV). Het percentage consulten waarbij een soa werd vastgesteld was 17 procent. Dit blijkt uit het soa jaaroverzicht 2025 van het RIVM, waarin jaarlijks de ontwikkelingen van soa, waaronder het aantal testen en diagnoses per soa in Nederland worden beschreven. 

Wijziging chlamydia-testbeleid 

In 2025 is bij de (Centrum Seksuele Gezondheid)’s een nieuw chlamydia-testbeleid ingevoerd. Voortaan worden alleen mensen met (seksueel overdraagbare aandoening)-klachten of met een partner die klachten heeft van soa standaard getest op chlamydia. Door deze meer selectieve benadering is het aantal chlamydiatesten en -diagnoses sterk gedaald, terwijl het aandeel positieve testen juist is gestegen. Dit heeft een groot effect op de uitkomsten in het soa-jaarrapport: de cijfers over chlamydia uit 2025 zijn niet direct te vergelijken met voorgaande jaren. Het aangepaste beleid zorgt ervoor dat de ontwikkelingen in het aantal testen en het aantal vastgestelde infecties in 2025 anders geïnterpreteerd moeten worden. Voor andere soa bleef het testbeleid ongewijzigd en zijn de trends wel rechtstreeks te volgen. 

Huisartsen

Naast het testen bij een CSG, kunnen mensen zich ook via de huisarts laten testen op een soa. De cijfers van huisartsen van 2025 zijn nog niet beschikbaar. In 2024 registreerden huisartsen in totaal naar schatting 323.000 soa-gerelateerde consulten. Dit is 6 procent minder dan in 2023 (345.200). 

Chlamydia 

Chlamydia is de meeste gerapporteerde soa onder MSV en vrouwen. Door het nieuwe beleid zijn er in 2025 veel minder chlamydia-testen geregistreerd bij de CSG’s. Het aantal testen daalde van 157.386 naar 56.288. Ook het aantal diagnoses daalde sterk van 20.174 naar 10.731, een afname van 47 procent ten opzichte van 2024.  

Gonorroe

Gonorroe is in 2025 de meest gerapporteerde soa bij de CSG’s. Het aantal diagnoses gonorroe bij de CSG’s steeg in 2025 licht naar 14.297 (13.952 in 2024). Het percentage vrouwen met gonorroe bleef hoog op 4,3 procent (4,2 procent in 2024), het hoogste sinds het begin van de metingen in 2003. Het percentage MSV met gonorroe bleef ook hoog op 4,4 procent (3,7 procent in 2024). Het percentage onder (mannen die seks hebben met mannen) steeg van 15,0 in 2024 naar 15,5 procent. In 2025 werd voor het eerst in Nederland resistentie tegen ceftriaxon, het ‘eerste keus’ antibioticum voor gonorroe, vastgesteld. De bacteriestam werd succesvol behandeld en verdere verspreiding is niet gemeld. 

Syfilis

Er waren er meer syfilis-diagnoses dan in 2024 (1.927 versus 1.798). Het percentage MSM met syfilis was met 2,5 procent vergelijkbaar met 2024 (2,4 procent). Het aantal diagnoses onder vrouwen steeg van 43 in 2024 naar 60 in 2025. Onder MSV steeg het aantal van 56 in 2024 naar 64. 

(humaan Immunodeficientievirus)

In 2025 werden 979 mensen met hiv nieuw geregistreerd in zorg bij de hiv-behandelcentra, een lichte daling ten opzichte van de 1013 mensen in 2024. Van hen hadden 440 een nieuwe hiv-diagnose in 2025. Het aantal nieuwe diagnoses steeg licht (+6 procent), vooral onder vrouwen (+16 procent) en MSV (+34%), al blijven de aantallen diagnoses in deze groepen relatief laag. Onder MSM daalde het aantal nieuwe diagnoses met 9 procent.  

Een overzicht van de belangrijkste cijfers staat in een infographic. Ook is het rapport ‘Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2025’ beschikbaar.