Het percentage baby’s en kleuters dat is gevaccineerd is opnieuw licht gedaald vergeleken met vorig jaar. Tegelijkertijd is de vaccinatiegraad bij tieners gestegen. Dat blijkt uit het RIVM-rapport ‘Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland – verslagjaar 2026’. Verder kreeg ongeveer driekwart van de baby’s de prik tegen het (Respiratoir Syncytieel-virus). Deze is in 2025 aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) toegevoegd.

De vaccinatiegraad bij baby’s en kleuters is iets lager dan vorig jaar. Maar voor de (humaan papillomavirus)-vaccinatie is de vaccinatiegraad zowel bij jongens als bij meiden voor het tweede jaar op rij gestegen. Zij krijgen deze vaccinatie rond 10 jaar. Ook kregen vorig jaar meer kinderen van 14 jaar de vaccinatie tegen meningokokken typen A, C, W en Y. Voor de vaccinaties voor 9-jarigen tegen DTP (difterie, tetanus, polio) en BMR (bof, mazelen, rodehond) is de vaccinatiegraad ongeveer hetzelfde gebleven. 

Prik tegen het (Respiratoir Syncytieel-virus)

Vanaf september 2025 kunnen baby’s een prik krijgen tegen het RS-virus dat ernstige infecties aan de luchtwegen kan veroorzaken. De invoering van de prik liet direct een positief effect zien: afgelopen herfst en winter lagen er fors minder baby’s op de kinder-IC’s. Toch blijft de deelname aan de (respiratoir syncytieel)-virusprik achter vergeleken met de andere (vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma) voor baby’s. Ongeveer driekwart van de baby’s heeft de prik tegen het RS-virus gekregen.

Hoge vaccinatiegraad belangrijk

Een hoge vaccinatiegraad is belangrijk om mensen tegen ernstige infectieziekten te kunnen blijven beschermen. Bij een dalende vaccinatiegraad komen uitbraken van deze ziekten vaker voor. Zo hebben in 2025 ruim 500 mensen mazelen gehad. Op dit moment ligt de vaccinatiegraad voor de BMR-vaccinatie (tegen bof, mazelen en rodehond) onder de 90%. Ten minste 95% is nodig om de Nederlandse bevolking tegen uitbraken van mazelen te beschermen.

Samenwerking in wijken

Om de vaccinatiegraad te verbeteren zijn er in verschillende gemeenten in Nederland projecten gestart waarin organisaties in de wijk met elkaar samenwerken. Voorbeelden hiervan zijn de inzet van verloskundigen bij vaccinaties voor zwangeren, het uitnodigen van 16- en 17-jarigen om gemiste vaccinaties in te halen en het organiseren van meer inloopspreekuren. De gemeenten zijn positief over de eerste resultaten van deze wijkgerichte aanpak. Het RIVM ondersteunt de aanpak met onderzoek, monitoring en directe afstemming met de uitvoerende organisaties.

Deels anonieme gegevens

De exacte vaccinatiegraad per vaccinatie kan het RIVM niet geven, omdat ouders en jongeren sinds 2022 de jeugdgezondheidszorg toestemming moeten geven om de vaccinatiegegevens met persoonsgegevens te delen met het RIVM. Daardoor ontvangt het RIVM een deel van de vaccinaties anoniem, zonder informatie over bijvoorbeeld het geboortejaar. Het RIVM neemt de anonieme vaccinaties zo goed mogelijk mee om de werkelijke vaccinatiegraad te bepalen. 

Voor de vaccinatiegraad per infectieziekte verwijzen we naar het rapport ‘Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland – verslagjaar 2026’