De grootste winst op weg naar een circulaire kleding- en textielsector ligt in het verminderen van de hoeveelheid nieuw geproduceerd textiel. Ook moet de kwaliteit van nieuwe kleding beter worden. Het is belangrijk dat Nederland ook op deze punten maatregelen neemt, en zich niet alleen richt op recycling. De totale milieuwinst kan dan in 2050 oplopen tot 80 procent. Dat is ingewikkeld, maar de maatschappelijke en ecologische problemen van nu, zijn minstens even groot. Dat concluderen het RIVM, (Rijkswaterstaat), (Universiteit Utrecht), VITO en (Conformité Européenne) Delft in de productgroepanalyse kleding en schoenen.  

Wereldwijd  wordt er steeds meer kleding en schoenen in snel wisselende collecties gemaakt en gekocht (fast fashion). Deze kleding is van slechtere kwaliteit en daardoor minder geschikt voor reparatie of tweedehandsverkoop. In Nederland wordt tussen 4 en 9 procent zelfs vernietigd voordat het wordt gedragen. Het gaat dan om onverkochte en teruggestuurde kleding. Nieuwe kleding van gerecyclede textielvezel is er nog nauwelijks. 

Overproductie en -consumptie heeft grote impact op milieu 

Het grote aanbod van (vaak) goedkope kleding heeft grote impact op het milieu, mens en klimaat. Van alle textiel die in Nederland wordt gekocht en gebruikt ontstaat 90 procent van de milieu-impact buiten de (Europese Unie). Vooral bij de productie is sprake van hoge uitstoot van broeikasgassen, groot waterverbruik en vervuiling van natuurlijke hulpbronnen. Ook zijn de arbeidsomstandigheden vaak slecht. De sector brengt zoveel mogelijk kleding op de markt ten koste van de prijs en kwaliteit. Dit stimuleert overconsumptie en een wegwerpcultuur. Het is voor bedrijven die duurzame kleding maken of kleding herstellen, lastig om hiermee te concurreren.   

Doelstelling: circulair in 2050  

De Nederlandse overheid wil dat de kleding- en textielsector in 2050 helemaal circulair is en heeft dit vastgelegd in verschillende beleidsdoelen. Een daarvan is dat Nederlandse consumenten in 2035 nog maar 25 nieuwe kledingstukken per jaar kopen. In 2023 kochten consumenten gemiddeld zo’n 54 nieuwe kledingstukken en 5 tot 8 paar schoenen. Gebeurt er in de komende jaren niets, dan neemt dat aantal naar schatting nog toe tot 72 stuks kleding en schoenen in 2050.  

Beleidsmaatregelen met lef: ook aandacht nodig voor vermindering van productie  

De maatregelen die de Nederlandse overheid neemt richten zich nu vooral op de gevolgen (inzameling, sortering en recycling) in plaats van op de oorzaken (overproductie en -consumptie, fast fashion). Maar beleid dat zich richt op minder consumptie en een langere gebruiksduur is veel effectiever. Dat vraagt wel van Nederland om (samen met andere landen) maatregelen te durven nemen. Als dat gebeurt kan de milieu-impact in 2050 tussen 70 en 80 procent dalen.   

Deze analyse van de productgroep kleding en schoenen is onderdeel van  (incrementele kosteneffectiviteitsratio), het tweejaarlijkse onderzoek van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) naar de staat van de circulaire economie.