Altijd Alert - juli 2026
Altijd Alert is een uitgave van de Milieuongevallen Dienst en de Ongevalsorganisatie Straling van het RIVM
Voorwoord
Op donderdag 18 juni 2026 organiseerde het RIVM de Netwerkmiddag Respons. We kijken terug op een goed bezochte bijeenkomst, met presentaties en gesprekken over actuele thema’s en praktische inzichten en volop tijd om te netwerken.
Op deze tweejaarlijkse netwerkmiddag kunnen professionals uit de veiligheidsketen elkaar ontmoeten, kennis delen en samenwerken aan een nóg betere crisisrespons. In verschillende workshops konden de deelnemers dan ook ervaringen uitwisselen en samen nadenken over de uitdagingen waar we in de responspraktijk voor staan. Van het omgaan met (Chemische Biologische Radiologisch Nucleaire)-verdachte situaties tot de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van drones en remote sensing. En van drinkwaterincidenten tot een ongeval bij transport van een radioactieve bron.
Het was mooi om te zien hoe (Gezondheidskundig) Adviseurs Gevaarlijke Stoffen, Teamleiders Explosieven CBRN Veiligheid, communicatieadviseurs en vertegenwoordigers uit de verschillende netwerken met elkaar in gesprek gingen over actuele casuïstiek en innovatieve werkwijzen. We danken alle deelnemers voor hun komst en enthousiaste bijdrage.
De uitwisseling van kennis en ervaringen is van groot belang voor het versterken van onze gezamenlijke respons op incidenten met gevaarlijke stoffen, straling of nucleaire dreiging. Samen zorgen we ervoor dat we – nu én in de toekomst – voorbereid zijn op de uitdagingen die op ons pad komen.
Deze Altijd Alert staat voor een groot deel in het teken van de onderwerpen die op de netwerkmiddag aan bod kwamen. Maar er is ook aandacht voor andere onderwerpen, zoals een oefening op Texel van onze Environmental Assessment Unit (EAU) samen met USAR.NL. Ook laten we zien hoe we konden helpen om de rookontwikkeling- en verspreiding van de natuurbrand in 't Harde in kaart te brengen.
Met vriendelijke groet,
Mirjam van der Plas (programmacoördinator OOS) en Wieteke Zwijnenberg (programmacoördinator MOD)
Impressie RIVM Netwerkmiddag Respons
Impressie RIVM Netwerkmiddag respons serie 2 foto's
Samen slagvaardig - de nieuwe visie van de MOD
De wereld om ons heen verandert. En dat vraagt ook aanpassingen van de Milieuongevallen Dienst (MOD). Daarom was het tijd om onze koers opnieuw uit te zetten. We hebben gekeken naar trends en ontwikkelingen binnen en buiten het RIVM en nagedacht over wat dit voor ons betekent. Door gesprekken in de wandelgangen, interviews en werksessies. Het resultaat is een visie die gericht is op deskundigheid, samenwerking, brede maatschappelijke bijdrage en innovatie. Een nieuwe koers die richting geeft aan ons handelen in de komende jaren.
Geen visie zonder missie en identiteit
In een paar punten is dit onze missie:
- De MOD geeft proactief en slagvaardig advies bij chemische en biologische (mogelijk moedwillige) incidenten, op basis van kennis, metingen, monstername en analyse.
- En staat 24/7 paraat, waarbij de MOD de deskundigheid van het hele RIVM kan inzetten.
- Daardoor kunnen veiligheidspartners bij incidenten maatregelen nemen om de gevolgen voor milieu en gezondheid te beperken.
- De MOD treedt bij niet-acute crises op als onafhankelijke en specialistische meet-en adviesdienst.
- Als lerende organisatie ontwikkelt de MOD kennis voor een veiligere wereld.
Het is bijzonder om een responsorganisatie binnen een kennisinstituut te zijn. MOD'ers zijn een soort "blussende wetenschappers". Binnen de MOD komen twee culturen samen: één waar snelheid, rolvastheid en slagvaardigheid de boventoon voeren, en één waar soms extra afstemming en verdieping nodig zijn om gedegen advies te geven. Dit vraagt telkens om de juiste keuzes.
We hebben drie kernwaarden voor de komende jaren geformuleerd: deskundig, slagvaardig en proactief.
Vijf thema’s & vervolgstappen
We hebben onze visie uitgewerkt in vijf thema's (zie voor meer informatie onze brochure: Samen slagvaardig: Een nieuwe visie voor de Milieuongevallen Dienst (MOD)). De komende maanden gaan we verder aan de slag met de strategie en het meerjarenplan. Op onderdelen geven we al een concreter doorkijkje.
Lerende organisatie met de basis op orde
We blijven investeren in de ontwikkeling van onze mensen en het continu verbeteren van ons OTO-programma. We willen slagvaardig en proactief zijn in onze aanpak, met ook ruimte voor experimenteren in de praktijk. Zoals het toepassen van meetmiddelen die nog in ontwikkeling zijn (zie ook Succesvolle eerste inzet DESIRE-meetkastjes bij grote brand | Samen meten). Ook de basis moet op orde zijn. Zo vernieuwen we ons wagenpark, met nieuwe mobiele laboratoria die vanaf 2028-2029 inzetbaar zijn.
Samenwerking nationaal
We blijven intensief samenwerken met onze nationale partners en richten een MOD-klankbordgroep op voor feedback en het bespreken van ontwikkelingen. Met KCR2, NIPV en Defensie willen we onze samenwerking strategisch doorontwikkelen. Ook willen we actief bijdragen aan landelijke meet- en monstername strategieën, zowel voor chemische incidentbestrijding – bijvoorbeeld irt nieuwe stoffen a.g.v. de energietransitie - als (Chemische Biologische Radiologisch Nucleaire)-incidenten, waarvoor we ook nauw samenwerken met de Ongevalsorganisatie Straling (OOS). We willen zichtbaar zijn, met als doel dat partners nog beter weten waarvoor ze bij ons terecht kunnen. Het helpt dat we nu ook op LCMS zitten (zie artikel MOD op LCMS). Heel concreet willen we ook verkennen of we bij bepaalde incidenten meer ondersteuning kunnen bieden aan de regio bij de communicatie over ons onderzoek. Bijv. als er in de regio al veel zorgen bestaan over gezondheid en industrie.
Kennis & innovatie
We houden onze kennis en tools up-to-date, spelen in op nieuwe risico’s en delen actief kennis via publicaties, opleidingen en bijeenkomsten. De doorontwikkeling van de interventiewaarden gaat een impuls krijgen. Innovatie krijgt een plek in projecten zoals de inzet van drones en de doorontwikkeling van de Incident App. Hierbij willen we de MOD-klankbordgroep graag betrekken. We gaan de komende periode nadenken over onze nieuwe meerjarenkennisagenda. Daarvoor nemen we ook graag input vanuit ons netwerk mee.
Internationale samenwerking
De MOD investeert in zichtbaarheid en inzetbaarheid van de EAU (Environmental Assessment Unit, de internationale MOD). De MOD staat ook paraat voor ondersteuning bij incidenten in Caribisch Nederland. We nemen deel aan internationale netwerken en werken aan gezamenlijke kennisontwikkeling, bijvoorbeeld via Joint Actions.
Verbreding van taken
Naast acute incidentbestrijding gaan we onze expertise en middelen structureler inzetten voor bredere maatschappelijke vraagstukken. Het gaat om situaties waarbij er behoefte is aan advies over de gevolgen voor gezondheid en milieu bij verspreiding van en blootstelling aan chemische stoffen. Denk aan onze bijdrage aan het depositieonderzoek in de IJmondregio, ondersteuning met monstername en analyse voor de (Inspectie Leefomgeving en Transport) of samenwerking op het gebied van meten met de omgevingsdiensten. We hopen hiermee ook onze bijdrage voor milieuvraagstukken bij inzetten te intensiveren.
Samen voor een veilig Nederland
Visie is doen. In gesprek met elkaar en vanuit een gedeelde ambitie gaan we verdere stappen zetten. Samen met u en andere netwerkpartners willen wij als deskundige, proactieve en slagvaardige responsorganisatie werken aan een veilig Nederland.
Ontwikkeling meettechnieken met drones voor MOD en OOS
Bij milieu- en radiologische incidenten is het essentieel om snel en veilig een beeld te krijgen van de situatie. De inzet van drones biedt hiervoor een innovatieve oplossing. De meerwaarde lijkt vooral te zitten in situaties waar door de locatie bestaande detectoren en monsternamemiddelen moeilijk inzetbaar zijn, of waar mensen door het plaatsen van de detector in een gevaarlijke situatie kunnen komen. Het RIVM onderzoekt momenteel de meerwaarde van de inzet van drones in de respons op incidenten.
Het MOD-team is aan de slag gegaan met een drone met een luchtfiltersysteem, de zogenoemde DREAMS2. Met dit systeem is het mogelijk om luchtstof te bemonsteren op een filter. Hierdoor kunnen we bij een brand inzicht krijgen in de mogelijke uitstoot van dioxinen. De unit is op afstand te bedienen en voorzien van elektrochemische cellen om te bepalen of de drone zich op de goede positie bevindt ten opzichte van de rook. Het filter is direct beschikbaar voor analyse met een XRF-apparaat. In ongeveer 20 minuten bepaalt de XRF wat het chloorgehalte is van het filter.
Sneller inzicht
De resultaten van de XRF-meting worden vergeleken met een historische dataset van de MOD. Met deze vergelijking kunnen we snel bepalen of er mogelijk uitstoot van dioxine is. Dit is een bewezen methode die versneld kan worden met inzet van een drone. Dit betekent dat we eerder kunnen adviseren aan de autoriteiten zodat zij beslissingen kunnen nemen over verdere maatregelen voor het omliggende gebied. Zoals een graasverbod voor vee. De dronemeting is indicatief. Bij branden waar mogelijk dioxinen vrijkomen zal het daarom soms alsnog nodig zijn om monstername en laboratoriumanalyses te doen.
foto henry, trofee en tekst
Prijswinnend initiatief
Deze drone met luchtfiltersysteem is succesvol getest in een laboratoriumomgeving. Nu gaan we aan de slag met het testen in de praktijk. We hebben een video over dit drone-project, DREAMS2, laten maken (zie hieronder) en ingezonden voor de Europese prijsvraag Direktion Awards 2026. DREAMS2 was een van de winnende initiatieven. Het prijzengeld gebruiken we om te zorgen dat deze meettechniek verder klaargemaakt kan worden voor regulier gebruik bij inzetten.
RIVM MOD Drone video-inzending. Uitleg over de inzet van DREAMS2.
MEDEWERKER 1, man: Brand veroorzaakt gevaarlijke rook. En als bepaalde kunststoffen verbranden, kan er giftige dioxine vrijkomen. Dioxine kan op landbouwgrond neerdalen en in onze voedselketen terechtkomen. Bij grote branden moeten we de uitstoot van dioxine in kaart brengen. Het traject van bemonstering tot analyse duurt doorgaans twee dagen. Met het DREAMS-systeem kunnen we dat binnen een uur doen. Daardoor kunnen we de lokale autoriteiten beter adviseren en onzekerheid bij boeren en burgers in de getroffen gebieden wegnemen.
MEDEWERKER 2, vrouw: Het DREAMS-systeem bestaat uit een filterunit en elektrochemische cellen, in combinatie met een afstandsbediening. Met dit systeem kunnen we rookdeeltjes in de lucht bemonsteren. En de elektrochemische cellen worden vooral gebruikt om te bepalen of we op de juiste plek zijn. Zodra de drone landt, is de filterunit direct beschikbaar voor analyse.
♪ MUZIEK ♪
[Beelden van de ingezette drone die aan het landen is.]
MEDEWERKER 3, vrouw: De filters worden onmiddellijk door een mobiele XRF geanalyseerd om zo het chloorgehalte te bepalen. Dit neemt zo'n 20 minuten in beslag. Vervolgens wordt het resultaat vergeleken met onze unieke historische dataset. Die zie je hier. Die toont de samenhang tussen XRF-data en het dioxinegehalte. Zo bepalen we de dioxine-uitstoot.
Na succesvolle laboratoriumtests voeren we nu grootschalige tests uit, waarbij we de lucht ingaan en rook bemonsteren. Vervolgens gaan we drone inzetten bij echte branden in samenwerking met de lokale brandweer. We gaan onderzoeken of we het DREAMS-systeem ook voor andere CBRN-incidenten kunnen inzetten, zoals bij de bemonstering van zware metalen, van polycyclische aromatische verbindingen, bij het uitvoeren van biologische analyses zoals NGS en PCR, of misschien zelfs bij het uitvoeren van radiologische analyses.
[Voor meer informatie: rivm.nl/ongevallen-en-rampen. Wij kunnen internationaal worden ingezet als gecertificeerde eenheid van de Environmental Assessment Unit, EAU, op verzoek van de VN of het mechanisme voor civiele bescherming van de Europese Unie, en maken deel uit van de Europese pool voor civiele bescherming (European Civil Protection Pool, ECPP).
Ook onderzoeken we of de dronetechniek gebruikt kan worden voor andere toepassingen. Bijvoorbeeld het meten van (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen)’s, zware metalen en biologische analyses. Ook verkent de MOD de toepassing van drones bij internationale inzetten, voor het in kaart brengen van verontreinigingen.
Drones in de stralingsbescherming
Vanuit de OOS zijn we ook bezig met detectoren die aan drones gehangen kunnen worden. Het gaat bijvoorbeeld om detectoren die het gammadosistempo van een gebied of bron nauwkeurig in kaart kunnen brengen of nuclide-identificatie kunnen uitvoeren. Hierdoor wordt direct duidelijk hoeveel straling er is én van welke radioactieve stoffen deze afkomstig is. Deze informatie is van groot belang voor het bepalen van de juiste beschermende maatregelen en het inschatten van de risico’s voor mens en milieu.
De aanschaf van deze detectoren is in eerste instantie bedoeld om te testen en ervaring op te doen met het gebruik ervan in de praktijk. Pilots en oefeningen geven zowel de responsorganisatie van het RIVM als hulpverleningsdiensten waardevolle inzichten over de mogelijkheden en beperkingen. Op basis van deze ervaringen kunnen we in de toekomst betere keuzes maken over de daadwerkelijke implementatie van deze technologie in de meetstrategie bij stralingsincidenten.
Van kernongeval tot transportincident
Drones met radiologische detectoren zijn breed inzetbaar. Bij een kernongeval - een groot incident waarbij mogelijk een groot gebied besmet raakt - kunnen drones systematisch het verspreidingsgebied en de aard van radioactieve stoffen in kaart brengen. Bij kleinere incidenten, zoals bij een transport met radioactief materiaal, kunnen drones de metingen van de brandweer aanvullen met nauwkeurige metingen en over een groter gebied.
Door technologische innovatie en de samenwerking van het RIVM en hulpverleningsdiensten wordt de inzet van radiologische detectoren onder drones steeds belangrijker. Ze dragen bij aan een snellere, veiligere en effectievere respons bij uiteenlopende radiologische incidenten.
De MOD en drinkwaterincidenten
De kwaliteit van het drinkwater in Nederland staat op lange termijn onder druk. Maar ook incidenten kunnen veel impact hebben. Bijvoorbeeld door extreme weersomstandigheden of moedwillige vervuiling. Binnen de MOD is daarom ook drinkwater een belangrijk thema. Drinkwaterexpert Robin Leerdam gaat hier verder op in.
Nederland kent ruim 200 winningslocaties voor drinkwater. De 10 drinkwaterbedrijven analyseren en rapporteren zelf welke gevaren en bedreigingen er zijn, zegt Robin. Dat doen ze met de verstoringsrisicoanalyse (VRA), onderdeel van het leveringsplan. Dat leveringsplan moet elke vier jaar goedgekeurd worden door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Drinkwaterbedrijven hebben elk hun eigen crisis- en responsorganisatie en kunnen voor advies ook terecht bij het onderzoeksinstituut KWR (Bridging Science to Practice | KWR).
foto en tekst
Wat voor gevaren en dreigingen zijn er?
'Gevaren voor het drinkwater hebben voor een deel te maken met klimaatverandering. Voorbeelden zijn extreem weer, natuurbranden of overstromingen. Maar ook als de elektriciteit of het internet uitvalt, of als er een groot (verkeers)ongeluk gebeurt kan dit gevaar opleveren voor de drinkwatervoorziening. Ook kan water microbiologisch of met chemische stoffen verontreinigd worden. Als er opzet in het spel is, is er sprake van een dreiging, zoals bij oorlog, een hack of door brandstichting.
Ook drugsafval vormt een bedreiging voor drinkwaterbronnen. Helaas komt het maar al te vaak voor dat dit afval wordt gedumpt, verbrand, of achtergelaten. Vaak gebeurt dit in natuurgebieden, waar het kan leiden tot vervuiling van de bodem en het grondwater'.
Wat kan de MOD doen bij drinkwaterincidenten?
'De drinkwaterexperts kunnen met behulp van de toxicologen een richtwaarde afleiden of risicobeoordeling doen. Ook interpretatie van wet- en regelgeving, systeemkennis van het Nederlandse drinkwatersysteem, of advisering over nooddrinkwater is mogelijk. Recent heeft de MOD voor een oefening van veiligheidsregio Limburg-Noord een fictieve, maar realistisch rapportage met meetdata aangeleverd. Het scenario ging over het moedwillig verontreinigen van het drinkwater.
Verder kan de MOD metingen doen en monsters nemen. Bij een incident kan ook het Crisis Expert Team milieu en drinkwater worden geactiveerd (CET-md). In dit crisisnetwerk is de MOD een van de deskundige partijen'.
Ondersteunende instrumenten
Het RIVM heeft een interactieve kaart van Nederland gemaakt waarop de locatie van een incident ingevuld kan worden en waarin de locatie van winningen en zuiveringen te zien zijn. Een pluimberekening van een MOD-modelleur kan dan inzicht geven of er een waterwingebied of drinkwaterproductielocatie ligt in het besmette gebied.
Dat is belangrijk omdat beluchting een onderdeel is van zuivering. Het is niet wenselijk om de rook aan te zuigen in het drinkwatersysteem. Als er bluswater vrijkomt kan er sprake zijn van verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater.
Voor opkomende stoffen is er een (Persistent, Bioaccumulerend, Toxisch) en (Persistent, Mobiel, Toxisch)-screeningstool. Daarmee kan met een score tussen 0 en 1 worden aangegeven hoe Persistent, Bioaccumulerend, Mobiel en/of Toxisch stoffen zijn.
Moeten drinkwaterexperts vaak in actie komen?
'Drinkwaterexperts hoeven binnen de MOD niet vaak in actie te komen. Gelukkig maar. Dat komt niet alleen omdat er weinig echt acute incidenten zijn, maar ook omdat drinkwaterbedrijven in veel situaties dit zelf kunnen oplossen.
Maar ook niet direct drinkwater gerelateerde incidenten kunnen impact hebben op de drinkwatervoorziening. Daarmee is incidentbestrijding voor drinkwaterexperts geen grote, maar wel belangrijke taak. En we leren ook van de verschillende reguliere advies- en onderzoeksprojecten die we doen voor de overheid en van oefeningen'.
Kun je een paar recente voorbeelden noemen?
'Recent is gelukkig relatief in dit opzicht. Ongeveer 10 jaar geleden, was er een lozing van pyrazool in de Maas bij Chemelot in Limburg.
De Maas was toen en is nog steeds een belangrijke bron voor drinkwater. Niet alleen op die plek, maar ook stroomafwaarts in de Biesbosch. Het RIVM heeft toen berekend hoe gevaarlijk de stof is in drinkwater en wat dat betekent voor de gezondheid.
Een tweede voorbeeld: in 2018 zat er door droogte een te hoog chloride gehalte in het water van het IJsselmeer, zo ook in de buurt van een inlaatpunt voor drinkwaterwinning. De concrete vraag aan de MOD was toen om te berekenen of de concentratie te hoog was voor inname. Met behulp van de toxicologen van het RIVM is toen aan risicogroepen geadviseerd om het water niet als drinkwater te gebruiken'.
In het najaar was er een incident vanwege microbiële besmetting van het drinkwater in de regio Utrecht. Is de MOD daar dan ook bij betrokken?
‘Nee, dat kunnen de drinkwaterbedrijven en -laboratoria zelf analyseren en oplossen. Wel gaat het RIVM nu samen met KWR onderzoek doen naar de proportionaliteit van het kookadvies. Staat de zwaarte van de maatregelen in verhouding tot het risico? Want voor consumenten is het koken nog wel te doen, maar voor bedrijven als horeca en ziekenhuizen is dat een ander verhaal. De resultaten van dat onderzoek gaan naar de (Inspectie Leefomgeving en Transport) die voor handhaving en toezicht verantwoordelijk is’.
Risicocommunicatie bij milieu- en stralingsincidenten
Veiligheidsprofessionals hebben de taak om de omgeving te beschermen tegen de gevolgen van een incident. Goede informatie over wat er aan de hand is, is dan erg belangrijk. Communicatie is ook nodig om gedragsadviezen te geven en mensen tot actie te motiveren. Zoals bij een brand met veel rook: blijf binnen en sluit ramen en deuren. Zeker bij milieu- en stralingsincidenten kunnen mensen in de omgeving de risico's van het incident heel anders inschatten dan professionals. Hoe ga je hier als veiligheidsprofessional goed mee om? In deze bijdrage gaat RIVM-onderzoeker en gedragswetenschapper Liesbeth Claassen in op drie belangrijke uitdagingen en geeft tips om hiermee om te gaan. Liesbeth deed onder andere onderzoek naar risicoperceptie van rook bij branden en stralingsincidenten.
Uitdaging 1: Onzekerheid
Bij een incident is meestal (nog) niet precies duidelijk wat de risico’s zijn. Zo kunnen bij een brand gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen maar is het vaak niet duidelijk welke dat zijn. Ook is het lastig in te schatten hoe de stoffen zich gaan verspreiden en wat het effect is als mensen ermee in aanraking komen. Mensen uit verschillende doelgroepen kunnen op die onzekerheid verschillend reageren. Er zijn vragen waar nog geen antwoord op is, of mensen maken zich zorgen, zijn angstig of boos. En het is moeilijk te voorspellen of ontvangers vertrouwen hebben in de adviezen of de maatregelen die worden genomen.
Uitgangspunt 1: Communiceer wat bekend is, maak duidelijk wat (nog) niet bekend is en geef duiding aan de onzekerheid
Dat betekent: geef (zo snel mogelijk) antwoord op vragen. Leg daarbij uit wat wel en wat niet bekend is over de situatie. Eventuele gedragsadviezen moeten zinvol en begrijpelijk zijn. Leg ook uit wat er is of wordt gedaan om het risico te beperken. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de kennis (over hazard, blootstelling en effecten), ervaring en lessen uit eerdere incidenten. Het is dus belangrijk om deze kennis en geleerde lessen bij te houden en toegankelijk te maken.
Uitdaging 2: Urgentie en informatiekanalen
Bij incidenten is het vaak belangrijk om snel te handelen en direct betrokkenen snel en goed te informeren. Mensen gaan zelf op zoek naar (betrouwbare) informatie en wisselen informatie met anderen uit. Bijvoorbeeld via sociale media. De manier waarop ze informatie zoeken en interpreteren (al dan niet met behulp van AI-chats) is vooral gericht om al bestaande ideeën te bevestigen (confirmation bias). Vaak gaat het om ingewikkelde informatie waarvan we weten dat die in stressvolle situaties nog lastiger te begrijpen is.
Tegelijkertijd hebben responsorganisaties (nog) niet genoeg informatie om alle vragen te beantwoorden en is er weinig tijd om de communicatie vorm te geven. Informatie vanuit hulpverleners of overheid kan afwijken van de informatie die mensen vaak sneller zelf vinden. De officiële informatie wordt dan niet vertrouwd of niet goed begrepen en adviezen worden niet opgevolgd.
Uitgangspunt 2: Geef (zo snel mogelijk) korte simpele en eenduidige boodschappen en zinvolle adviezen via veel geraadpleegde kanalen
Boodschappen opstellen kan al in de ‘koude fase’. Check de boodschap op informatie die als tegenstrijdig kan worden ervaren (in of tussen boodschappen) en laat informatie die voor betrokkenen niet belangrijk is weg. Stem de boodschap af met andere organisaties en gebruik verschillende (populaire) communicatiekanalen.
Uitdaging 3: Verschil in denkkader en taalgebruik
Deskundigen beoordelen risico’s op een andere manier dan niet-deskundigen. Ze hebben ook andere motieven en doelen bij beslissingen hierover. Deskundigen meten en modelleren risico-aspecten zoals schadelijke stofeigenschappen, blootstellingsroutes of dosis-effectrelaties. Niet-deskundigen baseren hun oordeel op basis van ervaring en persoonlijke voor- en nadelen. Ze vertrouwen op anderen of hun gevoel, hebben minder begrip van de verschillende aspecten van risico en kunnen er hardnekkige misvattingen over hebben.
Termen die in risicocommunicatie worden gebruikt kunnen op verschillende manieren begrepen worden. De interpretatie van begrippen voor kansen, zoals ‘zelden’ of ‘kleine kans’ loopt sterk uiteen. Ook woorden als ‘risico’, ‘veilig’, en ‘kankerverwekkend’ hebben geen eenduidige betekenis. Voor deskundigen betekent ‘kankerverwekkend’ dat een stof kanker kan veroorzaken. Niet-deskundigen interpreteren het vaak lettelijker: deze stof veroorzaakt kanker.
Uitgangspunt 3: Sluit aan bij taal en denkkader van doelgroep en geef zo weinig mogelijk ruimte voor interpretatie
Bedenk dat de te communiceren boodschap heel anders begrepen kan worden. Leg dus uit en weet wat er in de doelgroep leeft: wat zijn belangrijke motieven, hoe pakken maatregelen voor hen uit? Zorg dat informatie en taalgebruik daar goed op aansluit.
RIVM ondersteunt bestrijding natuurbrand ’t Harde met verspreidingsberekening
Op woensdag 29 april ontstond er een natuurbrand op het militair oefenterrein ’t Harde. Rookwolken trokken richting Zeewolde, Almere en Lelystad. Dit leidde al snel tot klachten en zorgen bij inwoners van dit gebied. Op verschillende plekken werd een NL-Alert afgegeven voor rookontwikkeling en stankoverlast. De MOD heeft samen met de OOS de brandweer van meerdere veiligheidsregio’s ondersteund om de rookontwikkeling en -verspreiding goed in beeld te krijgen.
Het was dit voorjaar droog in Nederland. Eind april ontstonden er meerdere natuurbranden in verschillende provincies. Vooral de brand op het militair oefenterrein in ’t Harde was groot in omvang.
Behoefte aan duidelijkheid over rookverspreiding
Om verdere onrust bij inwoners te voorkomen wilde de veiligheidsregio Flevoland een actueel beeld krijgen van de richting en reikwijdte van de rookwolk. De (Adviseur Gevaarlijke Stoffen) nam daarom contact op met de coördinator van de MOD. De vraag was: ‘Kan het RIVM berekenen hoe de rookpluim zich gaat verspreiden?’
Inzet van geavanceerde modellen
Om deze vraag te beantwoorden is een MOD-modelleur en deskundige chemische incidenten gaan rekenen met de RIVM-applicatie Pluimradar. Pluimradar maakt gebruik van het verspreidingsmodel NPK-Puff, dat is ontwikkeld door de OOS en gebruikt wordt voor advisering bij kernongevallen. Het model binnen Pluimradar is gelimiteerd tot 20 km en daarom is in deze situatie de samenwerking met modelleurs van de OOS gezocht. Zij kunnen NPK-Puff draaien in het ICT-systeem JRODOS, wat een veel groter bereik oplevert. Een klein maar heel belangrijk aandachtspunt daarbij was de legenda van de modeluitvoer. Die moest worden aangepast, om elke indruk te vermijden dat er sprake was van een kernongeval.
Bij eerdere incidenten (Moerdijkbrand in 2011 en het incident met een lekke opslagtank met tetrahydothiofeen in 2019) heeft de MOD op eenzelfde wijze met de OOS samengewerkt.
Actuele informatie via animatie gedeeld
Het resultaat was een animatie die 24 uur lang de actuele en verwachte verspreiding van de rookwolk in beeld bracht. Deze animatie werd gedeeld met de AGS van de veiligheidsregio Flevoland, die vervolgens ook met andere veiligheidsregio’s deelde.
Snelle opvolging en positieve reacties
Op donderdagochtend 30 april volgde een aanvullende verspreidingsberekening, nu met de nieuwste weergegevens van het (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) en een voorspelling voor de komende 48 uur. Meerdere veiligheidsregio’s lieten weten zeer tevreden te zijn met de snelheid en bruikbaarheid van de RIVM-assistentie bij het in kaart brengen van de situatie.
Uiteindelijk gaf de brandweer op zaterdag 2 mei het sein ‘brand meester’.
RIVM MOD en OOS gebruiken nu het LCMS
Vanaf 1 juni maken de MOD en OOS, na een succesvolle Go Live-oefening, operationeel gebruik van het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS). De MOD en OOS zijn, als kennispartners binnen het crisisnetwerk voor de Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) en de respons op CBRN-incidenten (Chemisch, Biologisch, Radiologisch, Nucleair) aangesloten op het LCMS voor ondersteuning bij het netcentrisch werken.
foto's en tekst LCMS
Implementatietraject
In 2025 zijn we onder leiding van implementatie-adviseur Angelie Pikaar gestart met de implementatie van LCMS. Tijdens de Navo-top in juni 2025 konden de MOD en de OOS al tijdelijk ervaring opdoen met het LCMS.
Via het LCMS wisselen crisispartners een actueel en gedeeld beeld met elkaar uit. De MOD en OOS delen procesinformatie met crisispartners via een externe LCMS-activiteit. Om intern een actuele informatiepositie te krijgen gebruiken wij een interne activiteit. RW095-RIVM MOD&OOS is de plek van de MOD en OOS in het LCMS.
We blijven intensief oefenen met het LCMS. Bijvoorbeeld tijdens de analyseoefening van het Landelijk Laboratorium Netwerk - terroristische aanslagen (LLN-ta) die plaatsvond in juni.
EAU op (oefen)missie met USAR.NL na een storm op Suralia (Texel)
Op 13 mei 2026 sloeg het weer op Texel plotseling om naar een stormachtige wind en regen. De perfecte enscenering zo bleek voor de externe oefening van het Urban Search And Rescue-team (USAR): internationale bijstand verlenen na verwoesting door een orkaan.
Want: wat als er op een tropisch eiland door een orkaan schadelijke stoffen in het drinkwater of de bodem terecht zijn gekomen? Vaak zijn de hulpdiensten druk met de gevolgen van directe materiele schade, maar ook milieuschade kan op korte en lange termijn grote gevolgen hebben.
USAR.NL wordt ingezet voor reddingsoperaties bij instortingen en rampen, bijvoorbeeld na de aardbeving in Turkije in 2023 of recent in Venezuela. Op 13 en 14 mei 2026 hield USAR.NL een grote externe oefening. De Environmental Assessement Unit (EAU), de internationale MOD, nam hier aan deel en bracht de milieueffecten in kaart. De EAU is ondergebracht bij het RIVM en kan via de EU of de VN ingezet worden bij rampen in binnen- en buitenland.
Het oefenscenario
Het USAR-team ontving een oproep om internationale bijstand te verlenen op het eiland Suralia. Het eiland was hard getroffen door Sep, een categorie 5-orkaan. Het eiland heeft met ongeveer 120.000 inwoners slechts beperkte medische, logistieke en infrastructurele capaciteit. Wegen waren geblokkeerd en grote delen van het eiland waren van de buitenwereld afgesloten. Omdat Suralia geen volwaardig ziekenhuis heeft was de medische capaciteit al snel overbelast. Overstromingen en windschade zorgden voor schade aan de landbouw. Niet alleen door loslopend vee en verwoeste akkers, maar ook door lekkende septictanks en tanks met kunstmest en pesticiden. Het riool stroomde over, olie en andere gevaarlijke stoffen kwamen in de grond en het water terecht.
USAR tekst en foto's 2
EAU aan zet
Dan rijst de vraag: ‘Wat kunnen de gevolgen zijn als deze schadelijke stoffen in het drinkwater of de bodem terecht komen?’. Nederland heeft met de EAU een gespecialiseerd team dat in deze omstandigheden eventuele milieuschade snel in kaart kan brengen. Op die manier kunnen op tijd passende maatregelen genomen worden om verdere schade te beperken.
Experimenteren met nieuwe meetapparatuur en andere oefendoelen
Door de orkaan waren er geen faciliteiten meer beschikbaar voor de hulpteams. Gelukkig is USAR.NL zelfvoorzienend en konden de vier leden van het EAU-team gebruik maken van de USAR-voorzieningen. Meteen een mooie test om te kijken of die voldoende passend zijn bij onze behoeften en of we elkaar niet onbedoeld in de weg zitten. Verder oefende de EAU met nieuw aangeschafte watertestkits en met de draagbare water multiparameter-meter en testten we nieuwe inpakprocedures.
USAR tekst en foto's 3
Geslaagde stormoefening
Het was een zeer geslaagde oefening en een mooie kans om ons werk in de praktijk te brengen. Zo zijn we nog beter voorbereid op onze rol bij een daadwerkelijke ramp of een incident. We hebben veel van elkaar geleerd. Ook omdat we onderdeel waren van de activiteiten van USAR.NL zelf. Een mooie bijvangst was dat het USAR-team voor het eerst gebruikmaakte van het LCMS. Ook de MOD is recent overgegaan naar dit systeem (zie MOD en OOS nu op het LCMS). In het LCMS houden verschillende partijen in het veld hun situatiebeeld bij en kunnen deze delen. Zo is er altijd een gedeeld beeld van de situatie. Het was leuk en leerzaam voor de EAU om daar bij te kunnen aanhaken.
Dank aan alle aanwezigen voor de goede samenwerking!
Colofon
Altijd Alert - juli 2026
Heeft u vragen of opmerkingen, stuur een mail naar: incident@rivm.nl
video
Bekijk de video
RIVM MOD Drone video-inzending. Uitleg over de inzet van DREAMS2.
MEDEWERKER 1, man: Brand veroorzaakt gevaarlijke rook. En als bepaalde kunststoffen verbranden, kan er giftige dioxine vrijkomen. Dioxine kan op landbouwgrond neerdalen en in onze voedselketen terechtkomen. Bij grote branden moeten we de uitstoot van dioxine in kaart brengen. Het traject van bemonstering tot analyse duurt doorgaans twee dagen. Met het DREAMS-systeem kunnen we dat binnen een uur doen. Daardoor kunnen we de lokale autoriteiten beter adviseren en onzekerheid bij boeren en burgers in de getroffen gebieden wegnemen.
MEDEWERKER 2, vrouw: Het DREAMS-systeem bestaat uit een filterunit en elektrochemische cellen, in combinatie met een afstandsbediening. Met dit systeem kunnen we rookdeeltjes in de lucht bemonsteren. En de elektrochemische cellen worden vooral gebruikt om te bepalen of we op de juiste plek zijn. Zodra de drone landt, is de filterunit direct beschikbaar voor analyse.
♪ MUZIEK ♪
[Beelden van de ingezette drone die aan het landen is.]
MEDEWERKER 3, vrouw: De filters worden onmiddellijk door een mobiele XRF geanalyseerd om zo het chloorgehalte te bepalen. Dit neemt zo'n 20 minuten in beslag. Vervolgens wordt het resultaat vergeleken met onze unieke historische dataset. Die zie je hier. Die toont de samenhang tussen XRF-data en het dioxinegehalte. Zo bepalen we de dioxine-uitstoot.
Na succesvolle laboratoriumtests voeren we nu grootschalige tests uit, waarbij we de lucht ingaan en rook bemonsteren. Vervolgens gaan we drone inzetten bij echte branden in samenwerking met de lokale brandweer. We gaan onderzoeken of we het DREAMS-systeem ook voor andere CBRN-incidenten kunnen inzetten, zoals bij de bemonstering van zware metalen, van polycyclische aromatische verbindingen, bij het uitvoeren van biologische analyses zoals NGS en PCR, of misschien zelfs bij het uitvoeren van radiologische analyses.
[Voor meer informatie: rivm.nl/ongevallen-en-rampen. Wij kunnen internationaal worden ingezet als gecertificeerde eenheid van de Environmental Assessment Unit, EAU, op verzoek van de VN of het mechanisme voor civiele bescherming van de Europese Unie, en maken deel uit van de Europese pool voor civiele bescherming (European Civil Protection Pool, ECPP).