De kwaliteit van onze leefomgeving, zowel fysiek als sociaal, beïnvloedt onze gezondheid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hoe schoon de lucht is, nabijheid van natuur, vrienden of familie. Het is belangrijk dat onze leefomgeving ons gezond houdt (schoon water of geen geluidsoverlast), stimuleert om fysiek actief te zijn (fietsen, wandelen),  veilig is, uitnodigt tot meedoen in de samenleving, en zelfredzaamheid stimuleert zodat we langer en gezonder in onze eigen omgeving kunnen blijven wonen.
Met het SPRStrategisch Programma RIVM -thema "Leefomgeving en gezondheid" wil het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu uitdiepen hoe Nederland ook in de toekomst kan blijven zorgen voor gezonde burgers in een gezonde leefomgeving.

Uitdagingen

De maatschappij staat voor een aantal grote uitdagingen (transitieopgaven): de overgang naar duurzame energie (energietransitie), aanpassingen aan de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie), efficiënt (her)gebruik van grondstoffen (circulaire economie), de inrichting van de steden en het landelijk gebied, en de invloed die technologische ontwikkelingen daarop hebben (datastromen, 'smart city').

Ook op het gebied van de volksgezondheid zijn er uitdagingen. Zo wordt de bevolking steeds ouder (vergrijzing), wonen mensen steeds langer zelfstandig, zijn er veel mensen met een ongezonde leefstijl (bijvoorbeel te weinig bewegen, roken), en is er een toename van chronische ziekten en van eenzaamheid.  Daarnaast zijn er zorgen over de toenemende antibioticaresistentie en is het belangrijk om de  blootstelling aan ziekteverwekkers via water en dieren zoveel mogelijk te beperken.

Innovatieve en integrale oplossingen

Om al deze uitdagingen het hoofd te bieden is het belangrijk om tot innovatieve en integrale oplossingen te komen. Binnen het thema "Leefomgeving en gezondheid" wil het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu samen met betrokken partners kennis ontwikkelen over hoe de leefomgeving zo kan worden ingericht dat dit de gezondheid bevordert en beschermt. Vernieuwende oplossingen zijn nodig om deze problemen nationaal en regionaal aan te pakken. 
Bij de uitdagingen voor de leefomgeving moet rekening worden gehouden met wat dit betekent voor de gezondheid en vice versa. Daarom is het belangrijk om de doorgaans gescheiden werelden van gezondheid en leefomgeving bij elkaar te brengen en integraal te werken aan een gezonde leefomgeving. We willen daarbij inzetten op ‘koppelkansen’ tussen de genoemde transitieopgaven en gezondheid.

Het RIVM beschikt over zowel expertise op het gebied van de leefomgeving als de gezondheid en maakt deel uit van veel netwerken: een uitstekend uitgangspunt om de benodigde integrale aanpak vorm te geven. Daarnaast heeft het RIVM ervaring met het vertalen van in de praktijk opgedane kennis naar beleid door het effect van maatregelen te onderbouwen en de lessen uit lokale interventies te delen.

Betrokken partners

Het RIVM ontwikkelt de integrale kennis op het gebied van leefomgeving en gezondheid samen met partners. Deze partners zijn zowel publiek, bijvoorbeeld GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en, gemeenten, provincies, waterschappen, en omgevingsdiensten, als privaat, bijvoorbeeld ontwerpers. Ook de nationale overheden en koepelorganisaties, zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNGVereniging Nederlandse Gemeenten), Unie van Waterschappen, en het Interprovinciaal Overleg (IPOInterprovinciaal Overleg), zijn belangrijke partners. Uiteraard staat ook de burger centraal in dit programma.

Onderzoek

Voor het SPRStrategisch Programma RIVM -thema "Leefomgeving en gezondheid" voert het RIVM de volgende negen onderzoeken uit:

Wat
In Venray willen veehouders, omwonenden en de gemeente inzicht krijgen in de concentraties van luchtvervuilende stoffen en van bronnen die daaraan bijdragen. Daarom meten ze gezamenlijk de luchtkwaliteit en de ervaren geurhinder. Hierbij krijgen ze hulp van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
Daarnaast onderzoekt het RIVM in hoeverre gezamenlijk meten het vertrouwen tussen boeren, omwonenden en de gemeente kan verbeteren. Dit kan het gesprek over lokale oplossingen voor een duurzame en gezonde veehouderij faciliteren.

Waarom
Omwonenden van veehouderijen hebben te maken met geuroverlast en maken zich zorgen over hun gezondheid. Ook boeren willen graag inzicht in de mate waarin uitstoot uit hun stallen bijdraagt aan concentraties luchtvervuilende stoffen en geur. Lokaal beleid is erop gericht draagvlak voor de veehouderij te behouden en vergroten. Het RIVM helpt zowel omwonenden als boeren bij het meten van luchtkwaliteit en is zo ‘trusted advisor’ voor alle partijen. Door de lokale belanghebbenden - boeren, omwonenden en de gemeente – samen te brengen, kunnen zij gezamenlijk meten en toewerken naar oplossingen voor een gezonde leefomgeving in de omgeving van veehouderijen.

Hoe
Boeren en omwonenden worden betrokken bij de onderzoeksvragen en gaan metingen op eigen terrein uitvoeren. Ook omwonenden van snelwegen worden hierbij betrokken. Via interviews, vragenlijsten en observaties tijdens de gezamenlijke sessies onderzoekt het RIVM het aspect “vertrouwen”. Op basis van de resultaten wordt een praktische handreiking opgesteld met geleerde lessen en handelingsperspectieven voor beleidsmakers en adviseurs, zoals de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

Meer lezen
Ga naar de projectwebsite: https://www.rivm.nl/boeren-en-buren

Dit project valt ook onder het ondersteunende thema "Perceptie en gedrag".

Wat en waarom
Digibeter wil de samenhang en ontsluiting van informatie over de leefomgeving en gezondheid verbeteren. Dit maakt de informatieproducten van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu beter bruikbaar, onder meer voor regionale en lokale partners. Dit is mede van belang met het oog op de implementatie van de Omgevingswet.

Aanpak
Door het ontwikkelen en ontsluiten van gevisualiseerde informatieproducten die aansluiten bij de behoefte van de betrokken doelgroepen. Hierbij wordt aansprekende informatie over actuele onderwerpen zoals klimaat, luchtkwaliteit, energie, woonomgeving en sociale omgeving ontsloten. Daarbij wordt gekeken hoe informatie over gezondheidsopgaven voor professionals slim kan worden gekoppeld aan andere maatschappelijke opgaven en ambities. Ook moet de informatie op de website van het RIVM beter vindbaar worden. Hiervoor wordt een landingspagina Leefomgeving en Gezondheid binnen de RIVM-website ontwikkeld. Tenslotte wordt ingezet op de ontwikkeling van een prototype voor een dashboard "gezonde leefomgeving".

Samenwerking
Binnen Digibeter wordt samengewerkt met GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en in Brabant, TELOS (Universitair Kenniscentrum Tilburg), GGD’en in Regio Oost en de provincie Utrecht.

Wat
​​​​​​Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu inventariseert welke gezondheidseffecten van klimaatverandering in Nederland optreden. Voorbeelden hiervan zijn: hittestress en daaraan gerelateerde hogere ziekte- en sterftecijfers, slaaptekort, toename van infectieziekten, meer en hevigere allergieklachten bij gevoelige mensen door een langer pollenseizoen, en veranderingen in luchtkwaliteit.

Waarom
Er zijn al veel initiatieven om klimaatveranderingen te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. Het RIVM brengt in kaart welke instrumenten en maatregelen zijn ontwikkeld om negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan. En welke positieve effecten van klimaatverandering kunnen worden gestimuleerd.
Ook wordt bij decentrale overheden geïnventariseerd wat hun behoeften aan kennis en mogelijke maatregelen is. Op basis hiervan willen we handelingsopties bieden voor lokaal klimaatbeleid en beleidsinstrumenten helpen ontwikkelen. Denk daarbij aan omgevingsvisies en regionale adaptatiestrategieën.

Hoe
Aan de hand van de vragen en behoeften van decentrale overheden inventariseren we wetenschappelijke kennis. Dit gebeurt met een literatuurstudie, door het raadplegen van experts en het maken van een overzicht met welke organisaties in Nederland welke kennis en expertises hebben. De opgedane kennis wordt in de regio getoetst. Ook wordt samen nagedacht over lokale maatregelen en hoe die in de regio kunnen worden ingezet.

In samenwerking met
Hogeschool Windesheim, Provincie Overijssel, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst-IJsselland, en anderen.

Wat
Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ontwikkelt een tool voor een gezonde leefomgeving die gemeenten helpt bij de ontwikkeling van omgevingsvisies, omgevingsplannen en het beheer van de buitenruimte.

Waarom
Een gezonde leefomgeving is een belangrijk doel van de nieuwe Omgevingswet. De wet legt de verantwoordelijkheid daarvoor nadrukkelijker bij de decentrale overheden. Het is voor hen vaak echter nog onduidelijk hoe ze de verschillende kwantitatieve en kwalitatieve gezondheidsaspecten tegen elkaar kunnen afwegen.
Het RIVM wil de beschikbare kennis over de kwantitatieve en kwalitatieve relaties tussen leefomgeving en gezondheid zo goed mogelijk beschikbaar maken om gezonde steden, dorpen, buurten en wijken te kunnen ontwerpen. De tool werken we met de toekomstige gebruikers uit tot en met een klikbare gebruikersinterface in aansluiting op de verschillende werkprocessen in gemeenten, ontwikkeling van omgevingsvisies, omgevingsplannen en het beheer van de buitenruimte.

Hoe
Eerst wordt verkend welke kwantitatieve en kwalitatieve aspecten betreffende gezondheid in een omgevingsplan moeten worden meegenomen. Relevante toekomstige trends in het stedelijk gebied worden vertaald naar een conceptafwegingskader voor een gezonde leefomgeving. Duidelijk moet worden welke maatschappelijke opgaven spelen (woningbouw, mobiliteit, klimaatadaptatie, energietransitie et cetera). En welke beslisinformatie belangrijk is zoals de fysieke, financiële en sociaaleconomische effecten.

Samenwerkin​g ​​​​​​
Om de juiste toekomstige gebruikers in het project te betrekken wordt aangesloten op de twee ZonMwNederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie-projecten in Utrecht en Groningen waarbij het RIVM betrokken is.

Wat
Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gaat een stappenplan ontwikkelen met en voor gemeenten, ruimtelijk ontwerpers, woningcorporaties, en ouderenvertegenwoordigers voor een gezonder ontwerp van de fysieke en sociale leefomgeving van (kwetsbare) ouderen.

Waarom
De vergrijzende samenleving stelt speciale eisen aan de inrichting van de leefomgeving. Maar we zien dat in de huidige ruimtelijke ontwerpen nog weinig aandacht wordt besteed aan de gezondheid van kwetsbare ouderen. Ook maken ontwerpers nog weinig gebruik van de wetenschappelijke kennis over de invloed van de leefomgeving op gezondheid. Verder worden kwetsbare ouderen nog te weinig bij het ontwerp betrokken. In dit project willen we bruggen slaan tussen deze nu nog vaak gescheiden werelden. Zodoende willen we een bijdrage leveren aan een gezonder ontwerp van de leefomgeving van (kwetsbare) ouderen.

Hoe
We gaan na of en zo ja, op welke wijze in ontwerpprocessen al aandacht wordt besteed aan gezondheid van kwetsbare ouderen. We verzamelen kennis over de invloed van de sociale en fysieke omgeving op de gezondheid. Ook kijken we wat er bekend is over hoe wensen en behoeften van ouderen in het ontwerpproces kunnen worden ingebracht. Dit doen we op basis van literatuur en interviews. We kijken mee in een praktijkcasus en brengen desgevraagd onze kennis in. Op basis van de opgedane kennis, ontwikkelen we een stappenplan voor ontwerp voor een gezonde inrichting van de fysieke en sociale leefomgeving, met bijzondere aandacht voor en betrokkenheid van kwetsbare ouderen.

Samenwerking
We gebruiken de inzichten en adviezen van een klankbordgroep. Die bestaat uit ruimtelijk ontwerpers, vertegenwoordigers van de gemeente, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en, interne projectadviseurs, vertegenwoordigers van ouderen, en andere relevante experts.

Wat
Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wil cijfers opleveren over volksgezondheid, leefstijl, participatie en fysieke omgeving in buurten en wijken. We gaan hiervoor een eerder ontwikkelde methode verfijnen. De bedoeling is de methode op diverse databestanden toe te passen en de schattingen en presentatie van de resultaten te verbeteren.

Waarom
Het RIVM werkt voor veel projecten samen op regionaal niveau. Vanuit deze projecten geven regionale en lokale partijen aan behoefte te hebben aan cijfers op een zo laag mogelijk geografisch schaalniveau. Er wordt een overzicht van die behoeften gemaakt.
We willen onze kennis en kunde op dit onderwerp verbeteren om een sterkere positie te krijgen. Ook willen we de samenwerking verbeteren met gemeenten, zorgpartijen, (regionale) samenwerkingsverbanden, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en en academische werkplaatsen. Hetzelfde geldt voor de samenwerking tussen de sectoren volksgezondheid, gezondheidszorg en fysieke omgeving op het gebied van wijk- en buurtgegevens. We verwachten vanuit elk perspectief een verschillende informatiebehoefte, allemaal met een link naar de gezondheid van mensen.

Hoe
We gaan hiervoor in drie regio’s vanuit drie verschillende perspectieven samenwerken: in Groningen vanuit volksgezondheid, in de regio Oost vanuit de fysieke omgeving, en in Haaglanden vanuit het zorgperspectief.

In samenwerking met
Aletta Jacobsschool, Provincie Groningen, Hanzehogeschool Groningen, Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Noord-Nederland, Gezondheidsregio Gelderland Midden, GGD Gelderland-Zuid, GGD Noord- en Oost-Gelderland, GGD Twente, GGD IJsselland, en het consortium Gezond en Gelukkig Den Haag (waarin vertegenwoordigd: LUMCLeids Universitair Medisch Centrum campus Den Haag, Gemeente Den Haag, Haaglanden Medisch Centrum, Reinier Haga Groep, huisartsenorganisaties regio Haaglanden, Florence, Parnassia Sophia Revalidatie en Welzijn).

Wat
Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wil burgers meer betrekken bij het ontwikkelen en benutten van kennis van een gezonde leefomgeving. Dit project is gericht op meer inzicht in hoe het RIVM dat goed kan doen. Vanuit onze maatschappelijke opdracht om met informatie en kennis bij te dragen aan een gezonde leefomgeving.

Waarom
Er zijn steeds meer burgerinitiatieven op het gebied van leefomgeving en gezondheid. Ook lokale overheden betrekken inwoners steeds vaker actief bij beleid en activiteiten over leefomgeving en gezondheid. Dat komt onder andere door de nieuwe Omgevingswet. De verwachting is dat beleid hierdoor beter aansluit bij de perspectieven, prioriteiten en ervaringen van bewoners en daardoor succesvoller wordt. Toch ontbreken vaak handvatten om burgerparticipatie goed vorm te geven. Het RIVM kan informatie en kennis aanreiken aan lokale overheidspartijen en burgers voor het vormgeven van bijvoorbeeld een gezonde wijk of duurzaam schoolplein, het meten van geluid, of de bestrijding van tijgermuggen.

Hoe
Het RIVM verkent in een aantal casussen hoe je burgers het beste kan betrekken bij het ontwikkelen van initiatieven. Per casus werkt het RIVM samen met lokale en regionale partijen, burgers en burgerinitiatieven. Daarbij kijken we naar de behoefte aan informatie en ondersteuning, en hoe het RIVM die kan invullen. Alle casussen worden geëvalueerd waardoor het RIVM zich verder kan ontwikkelen in burgerparticipatie in de gezonde leefomgeving. De geleerde lessen worden actief gedeeld met betrokkenen en geïnteresseerden.

In samenwerking met
Gemeente Apeldoorn, Provincie Overijssel, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst, en zo mogelijk een omgevingsdienst

Wat
Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gaat een kwaliteitscheck ontwikkelen waarmee risico’s van stedelijk water en aangrenzend groen kunnen worden geschat. Lokaal-regionale partijen kunnen dit instrument zelfstandig gebruiken. De tool biedt ook handelingsperspectieven.

Waarom
Water en groen in steden hebben een positief effect op de gezondheid van inwoners. Maar door water en groen kunnen mensen ook in contact komen met ziekteverwekkers, bijvoorbeeld door microbiologisch verontreinigd stedelijk water of teken die aanwezig zijn in openbaar groen. Bij het plannen, ontwerpen, realiseren en beheren van stedelijk water en groen moeten mogelijke gezondheidsrisico’s zo veel mogelijk worden beperkt. Op dit moment houden lokaal-regionale bestuurders niet altijd rekening met deze risico’s. Het ontbreekt hun aan kennis en expertise, bewustzijn van de problematiek of een concreet handelingsperspectief.

Hoe
In interviews kunnen onder andere gemeenten, waterschappen, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst'en, en provincies hun problemen en behoeften rondom stedelijk water en groen duidelijk maken. Ook worden bestaande tools en beschikbare data geïnventariseerd. Met de uitkomsten van de interviews en de verzamelde gegevens wordt de kwaliteitscheck ontwikkeld en daarna toegepast in praktijksituaties met stedelijk water en groen. De kwaliteitscheck wordt uitgerust met modules met achtergrondinformatie en handelingsperspectieven, die worden ontwikkeld op basis van behoeften van belanghebbenden, literatuur en expertise van de teamleden.

Samenwerking
In het project zal worden samengewerkt met lokale partners. Deze zullen worden geselecteerd op basis van de eerste fase in het project.

Wat
Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wil de samenwerking verbeteren met lokale en regionale partners die werken aan een gezonde leefomgeving. Inzicht is nodig in hoe deze samenwerking kan worden verbeterd. Ook moet duidelijker worden hoe het RIVM de lokale en regionale partners kan ondersteunen in hun behoefte aan kennis en informatie.

Waarom
Samenwerken is belangrijk omdat een gezonde leefomgeving door veel factoren wordt beïnvloed, zoals de voorzieningen in een wijk, luchtkwaliteit (zoals fijnstof en geurhinder), nachtelijk licht, geluid, maar ook sociale omgeving en (verkeers)veiligheid. Daardoor zijn verschillende partners nodig om gezamenlijk een gezondere leefomgeving te creëren. Bovendien vragen grote maatschappelijke agenda’s – het klimaatakkoord, zorgakkoord en de Omgevingswet - om een praktische invulling op lokaal niveau met meerdere partners.

Hoe
Dit praktijkgerichte onderzoek deelt continu de resultaten met de betrokkenen zodat deze direct in de praktijk benut kunnen worden. De ervaringen met deze nieuwe kennis dragen bij aan de op te bouwen kennisbasis. De resultaten zullen worden ontsloten via praktische handreikingen en wetenschappelijke publicaties.