Background deposition in the Netherlands. A comparison between the background deposition values used by the Environmental Incident Service (Milieuongevallen Dienst) and recent field measurements.

Background deposition in the Netherlands. A comparison between the background deposition values used by the Environmental Incident Service (Milieuongevallen Dienst) and recent field measurements.

Go to abstract

Samenvatting

De Milieuongevallen Dienst (MOD) ondersteunt en adviseert hulpverleningsdiensten bij incidenten. Bijvoorbeeld bij branden, geuroverlast of lekkages van schadelijke stoffen. De (Milieuongevallen Dienst) kan dan onderzoeken of schadelijke stoffen in de omgeving zijn terechtgekomen, bijvoorbeeld op de bodem (depositie). Dit onderzoek is belangrijk om in te schatten hoe schadelijk het incident is voor de gezondheid of het milieu. De MOD kijkt hierbij onder andere naar 21 metalen ('elementen') en naar polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK).

De MOD vergelijkt de hoeveelheden die zijn gevonden met wat normaal in Nederland op de bodem ligt, de zogeheten MOD-achtergrondwaarden. Door deze vergelijking is beter te zien wat er bij een incident vrijkomt. Het RIVM heeft de MOD-achtergrondwaarden vergeleken met nieuwere veldmetingen. Het RIVM deed dat, omdat de achtergrondwaarden die nu worden gebruikt, zijn bepaald met gegevens van vóór 2010.

Bij bijna alle elementen geven de nieuwe metingen ongeveer dezelfde resultaten als de huidige MOD-achtergrondwaarden. Deze waarden lijken dus nog steeds bruikbaar, voor zover dat met een klein aantal nieuwe metingen kan worden bepaald. Voor (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen) zijn de gemeten gemiddelden even hoog of iets hoger dan de MOD-achtergrondwaarden. Onderzoek op meer locaties is nodig om uit te zoeken of dit klopt en wat de verschillen tussen locaties zijn.

Het RIVM heeft de nieuwe metingen in verschillende soorten omgevingen gedaan, zoals bos, landbouwgebied, stad, langs snelwegen en bij industrie. Er zijn vier locaties gekozen waar naar verwachting weinig elementen en PAK op de bodem liggen, en twee locaties met hoge concentraties. Op deze plekken is in 2022 en 2023 ruim een maand lang gemeten; het precieze aantal dagen verschilde per locatie en per jaar. Daarna zijn de MOD-achtergrondwaarden vergeleken met de nieuwe metingen.

In 2020 zijn verschillende meetmethoden om de depositie te bepalen met elkaar vergeleken. De beste methode is gekozen en wordt beschreven in het rapport. De informatie over deze vergelijking was nog niet eerder gepubliceerd. Ook zijn metingen voor de depositie van vuurwerk gedaan en beschreven. Hiermee kan tijdens de jaarwisseling worden ingeschat welke depositie vuurwerk veroorzaakt.

Abstract

The Environmental Incident Service (Milieuongevallen Dienst, MOD) of the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) supports and advises emergency response services in the event of incidents. Examples of incidents are fires, leaks and the release of chemical substances. In such cases, the service can investigate how many particles and chemical substances have been released into the surrounding environment, for example through deposition on the soil. This is important for determining how harmful the incident is to human health or the environment. The MOD's measurements include 21 metals ('elements') as well as polycyclic aromatic hydrocarbons (PAHs).

The MOD compares the quantities found with normal background levels in Dutch soils, known as the MOD background values. This comparison makes it easier to determine which substances have been released during an incident. RIVM compared these values to more recent field measurements. This was necessary as the values currently in use are based on data from before 2010.

For nearly all elements measured, the new measurements remain similar to the MOD background values. The background values therefore still appear usable, insofar as this can be determined based on a relatively small number of new measurements. For PAHs, the newly measured averages are equal to or slightly exceed the MOD background values. Further measurement at more locations is required to be able to determine whether this is correct and investigate variations between locations.

RIVM carried out measurements in different types of environments, such as forested areas, agricultural areas, developed areas, motorways and industrial areas. Four sites were selected where relatively low levels of elements and PAHs were expected to be present on the soil, and two sites where concentrations were expected to be high. Measurements were taken for more than a month at these six sites in 2022 and 2023, with the exact number of days varying per site and by year. The MOD background values were then compared to the new measurements.

In 2020, several methods for measuring deposition were compared. The best method was selected and is described in the report. No information on this comparison had been published previously. Measurements were also carried out and described for the deposition caused by fireworks, making it possible to estimate the impact of New Year's celebrations.

Uitgever

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Resterend

Grootte
63.228 kb