Go to abstract

Samenvatting

In Frankrijk en in Nederland is regelgeving van kracht om te bepalen wat het risico is van bedrijven met giftige, ontvlambare of explosieve stoffen voor de omgeving. De uitkomsten van risicoberekeningen worden gebruikt voor vergunningverlening en voor ruimtelijke ordening. De wijze waarop deze landen risico's berekenen, verschilt aanzienlijk. De beleidsmatige context verschilt en technische aannames lopen uiteen. Desalniettemin komen de uitkomsten voor een fictieve opslag van ontvlambare vloeistoffen op hoofdlijnen grotendeels overeen.

Dit blijkt uit onderzoek van RIVM en het Franse INERIS. Beleidsmakers kunnen de bevindingen van het onderzoek gebruiken om de uitgangspunten voor het maken van risicoberekeningen nader te evalueren.

Voor het onderzoek is het risico van een fictief opslagdepot met ontvlambare vloeistoffen berekend volgens de Franse en de Nederlandse regelgeving. Hierbij zijn meerdere significante verschillen geconstateerd. Beleidsmatig verschillen de normstelling en de manier waarop uitkomsten worden gebruikt in de vergunningverlening en de ruimtelijke ordening. Verder is de te gebruiken rekenmethodiek in Nederland in regelgeving vastgelegd, terwijl in Frankrijk de vergunningaanvrager de rekenmethodiek kiest en verantwoordt. In technisch opzicht verschillen de ongevalsscenario's die worden gehanteerd, de veronderstelde kansen voor verschillende typen ongevallen en de omvang van het gebied waar schade optreedt.

In de uitkomsten voor de twee landen is het gebied waar bestaande kwetsbare objecten ongewenst zijn en waar toekomstige kwetsbare objecten vermeden moeten worden grotendeels gelijk. Ook het totale gebied waarin rekening gehouden moet worden met ernstige gevolgen van een eventueel incident is vergelijkbaar.

Abstract

In France and in the Netherlands, regulations apply to determine the risk of companies with toxic, flammable or explosive substances and mixtures to the surroundings. The outcomes of risk calculations are used for permit granting and for land-use planning. The way in which risk is calculated in France and in the Netherlands, differs significantly. The regulatory framework is different and technical hypotheses vary. Nevertheless, the risk outcomes for a fictitious storage depot of flammable liquids show considerable similarity.

This is the result of a study carried out by the French INERIS and the Dutch RIVM. Public authorities can use the findings of this study to evaluate their frameworks for risk calculation.

For this study, the risk of a fictitious storage depot of flammable liquids was calculated in accordance with the French and Dutch regulations. Several significant differences were observed. Differences in policy framework involve the norms for acceptance of risk and the way in which outcomes are used for permit granting and land-use planning. Furthermore, the methodology to be used is laid down in legislation in The Netherlands, while in France the methodology is chosen and justified by the permit-holder. Technical differences relate to the accident scenarios used, the probabilities assigned to these accident scenarios and the size of the area where damage may occur.

The area where vulnerable objects are undesirable and where future vulnerable objects should be avoided is largely the same in the two risk assessments. The area where severe consequences from a potential accident have to be considered is comparable as well.

Overig

Grootte
3.81MB