Go to abstract

Samenvatting

Het RIVM heeft in beeld gebracht welke stoffen normaal in scheepsbrandstoffen voorkomen en in welke range dit gebeurt. Dit overzicht helpt in het verkrijgen van aanwijzingen over ongewenste bijmengingen in deze brandstoffen. Ook beschrijft het RIVM in dit rapport een analysestrategie om efficiƫnt en effectief aanwijzingen voor bijmengingen te krijgen. Hierbij is aangegeven welke methoden nu al operationeel zijn en welke methoden nog ontwikkeld moeten worden.

In de afgelopen jaren hebben inspectiediensten verschillende zaken gehad waarin het vermoeden ontstond dat bijvoorbeeld afvalstoffen in brandstoffen waren weggemengd. Als afvalstoffen worden gemengd met brandstoffen dan kan een slechte kwaliteit brandstof ontstaan. Dit kan leiden tot technische problemen in de schepen, of er kunnen risico's ontstaan voor de bemanning, het milieu of burgers die zich in de nabijheid van de schepen bevinden. De voormalige VROM-Inspectie (overgegaan in de huidige Inspectie Leefomgeving en Transport) heeft daarom het RIVM gevraagd meer zicht op de aanwezigheid van deze stoffen te geven.

Het RIVM heeft een lijst van kritische stoffen opgesteld. Deze lijst omvat stoffen die gevaarlijk zijn en waarvan bijmenging verwacht kan worden. Voor deze stoffen is aan de hand van drempelwaarden aangegeven wat 'normale' gehalten in brandstoffen zijn. Indien analyses duiden op gehalten in brandstoffen boven deze drempelwaarden dan zijn dit aanwijzingen voor bijmengingen.

Om de aanwezigheid van deze stoffen te kunnen bepalen, stelt het RIVM ook een analysestrategie voor. Het RIVM pleit ervoor om de analyses in twee fasen uit te voeren: screen eerst of de stof aanwezig is, ga daarna pas 'de diepte in' en zoek uit om welke hoeveelheid het gaat. In de analysestrategie is aangegeven welke methoden operationeel zijn en welke nog ontwikkeld en/of gevalideerd moeten worden.

Mondiaal hebben veel landen in het MARPOL (MARine POLution)-verdrag het zwavelgehalte in stookolie begrensd en afgesproken dat scheepsbrandstoffen geen schadelijke stoffen mogen bevatten door bijmengingen.

In Nederland is met het Besluit organisch-halogeengehalte van brandstoffen en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging geregeld, dat de scheepsbrandstoffen een maximumgehalte aan organohalogeen verbindingen, PCB's en zwavel mogen bevatten.

Abstract

The RIVM has published a report in which it provides a detailed picture of the most common constituents of ship fuels and the range in which these are present. This overview forms a useful basis for interpreting evidence indicating the presence of undesirable substances in ship fuels. In this report, the RIVM also describes an analytical strategy for obtaining evidence of undesirable fuel mixing in an efficient and effective manner. Both methods that are currently operational and those which have yet to be developed are listed and described.

In past years, various inspection services have been confronted with a wide variety of situations in which there was a clear suspicion of undesirable fuel blending, such as the presence of waste oil products in fuels. The mixing of waste oil products with normal fuels can result in a poor quality of fuel. In the case of ship fuel oil, mixing the fuel with undesirable components may lead to technical problems with the ship and/or may result in the crew, the environment and ordinary individuals in the vicinity of the ship being exposed to unnecessary health risks. Therefore, by order of the VROM-Inspectorate (currently the 'Inspectorate for the Environment and Transport'), the RIVM has conducted a study aimed at obtaining a more detailed overview of the presence of undesirable components in ship fuel oil.

The RIVM has compiled a list of critical substances that includes those substances considered both to be hazardous and to have a high expectation of being used in the blending of ship fuels. The 'normal' concentrations of these substances in ship fuels have been determined on the basis of threshold values. Exceedance of these threshold values, based on measurements made by the inspection services, can be considered as evidence of undesirable fuel blending.

The RIVM also proposes and advocates a two-phase analytical strategy for determining the presence of these substances in ship fuels. The first phase consists of a screening procedure to determine whether or not a substance is actually present in the fuel. The second phase - only to be implemented when a positive result is obtained - consists of a more in-depth analysis in which the concentration of the substance is determined. The description of this analytical strategy includes which methods are currently operational and which methods need to be further developed and/or validated.

Many countries throughout the world that have signed the MARPOL (MARine POLution) treaty have agreed to limits in the sulphur content of marine fuel oil, as well as to the principle that marine fuel oil may not be blended with hazardous substances. In the Netherlands, a maximium limit on the concentration of organohalogen compounds, polychlorinated biphenyls (PCBs) and sulphur that may be present in ship fuel oil has been set down in the Besluit organisch-halogeengehalte van brandstoffen (Decision halogenated organic content Fuels) and the Besluit brandstoffen luchtverontreiniging (Decision Fuels air pollution).

Overig

Grootte
430KB