Go to abstract

Samenvatting

Eigenaren van leidingwaterinstallaties ervaren de beheersplannen voor legionellapreventie als ingewikkeld, ontoegankelijk en te uitgebreid. Zij geven aan onvoldoende te zijn voorgelicht over risico's, verplichtingen en verantwoordelijkheden. Zij verdiepen zich zelf niet in de regelgeving maar huren daarvoor adviseurs in. De kwaliteit van deze adviseurs loopt sterk uiteen.
Dit blijkt uit onderzoek dat het Kiwa en het RIVM hebben uitgevoerd bij de medewerkers van waterbedrijven, die de regelgeving legionellapreventie controleren. Voor het onderzoek zijn 22 ervaren controleurs geinterviewd die indirect de ervaringen van de eigenaren van leidingwaterinstallaties weergeven. In 2004 heeft de VROM-Inspectie afspraken gemaakt met de waterbedrijven over de wijze waarop deze controles worden uitgevoerd. Dit is vastgelegd in de Inspectierichtlijn 2005. De waterbedrijven controleren driejaarlijks de leidingwaterinstallaties die bij hun bedrijf zijn aangesloten en waarvoor de regelgeving legionellapreventie geldt.
De belangrijkste aanbevelingen om deze situatie te verbeteren zijn een intensievere voorlichting en maatwerk in de uitwerking van de regelgeving. Daarnaast is het verstandig eisen te stellen aan de kwalificatie van de adviseurs en het gebruiksgemak van de beheersplannen te vergroten. De aanbevelingen uit dit rapport worden meegenomen bij de herziening van het Waterleidingbesluit in 2009, onderdeel legionellapreventie. De VROM-Inspectie zal met de 'Interventiestrategie Legionellapreventie', die vanaf 2009 is ingevoerd, de voorlichting aan de eigenaren intensiveren.

Abstract

The preventative maintenance plans currently in place for the prevention of Legionella are viewed by owners of tap water installations as complicated, inaccessible and too elaborate. The general attitude of owners is that they have not received sufficient information on the risks, obligations and responsibilities covered in the management plans. Owners do not personally study the regulations in detail but hire external advisors for this purpose. However, the quality of the advice provided by such advisors differs greatly.
These conclusions represent the outcome of a study carried out by Kiwa Nederland BV (Kiwa) and National Institiute for Public Health and the environment (RIVM) among employees of water supply companies who monitor compliance with the regulations for the prevention of Legionella. The 22 experienced inspectors who were interviewed in the study provided a second-hand interpretation of the view of the owners of tap water installations. In 2004, the Inspectorate of the Ministry of VROM and the water supply companies reached an agreement on how such inspections should be carried out. The procedures to be followed were formally laid down in the Inspection Guidance 2005. As such, the water supply companies are required to inspect - at least every 3 years - all tap water installations that are connected to their respective company and which fall within the scope of the regulations for the prevention of Legionella.
The most important recommendations for improving current practice are to execute the regulations in a manner that is more tailor-made to the specific situation and to provide more and better information to the owners of tap water installations. Additionally, professional qualifications should be established for the advisors, and the user-friendliness of the preventative maintenance plans should be improved.
The recommendations of this report are taken into account in the 2009 revision of the 'Drinking Water Decree' subdivision 'Prevention of Legionella'. Within the framework of the 'Intervention Strategy Prevention of Legionella', initiated in 2009, the Inspectorate of the Ministry of VROM will intensify the communication of information to the owners of tap water installations.

Overig

Grootte
428KB