Go to abstract

Samenvatting

De zware metalen arseen, cadmium, nikkel en kwik komen in de Nederlandse buitenlucht in zo'n lage concentratie voor dat er maar een meetstation nodig is om aan de Europese eisen te voldoen. Wel zijn minstens drie meetstations nodig om het gehalte benzo(a)pyreen te meten.
Dit concludeert het RIVM in dit rapport, dat de gemeten waarden vergelijkt met de verplichtingen uit de Europese richtlijn. Op basis van deze analyse bepaalt het ministerie van VROM hoeveel meetstations het inzet om aan de Europese verplichtingen te voldoen.
Arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen zijn kankerverwekkend en kwik is giftig. Daarom heeft de Europese Unie streefwaarden en meetverplichtingen voor deze stoffen vastgesteld. De meetverplichtingen beginnen in 2007. Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM heeft de stoffen gemeten tussen 2000 en 2005.
Uit de metingen blijkt dat de concentraties zware metalen zo laag zijn dat ze beneden de onderste beoordelingsdrempels vallen. Hiervoor geldt een minimale meetverplichting. Dit betekent dat Nederland toe kan met een meetstation. Het RIVM stelt Kollumerwaard voor als meetlocatie omdat dit aansluit bij het Europese meetprogramma EMEP/Osparcom.
Van benzo(a)pyreen liggen de concentraties wel onder de streefwaarde maar niet overal onder de onderste beoordelingsdrempel. Overschrijding gebeurt in drukke straten, zoals gemeten aan het Bentinckplein in Rotterdam, en rondom het terrein van Corus in IJmuiden. Dit betekent dat Nederland voor het meten van benzo(a)pyreen minstens drie meetstations nodig heeft. RIVM adviseert als meetlocaties Corus, Bentinckplein en Noord-Nederland. Drie extra meetlocaties zijn wenselijk, namelijk in het midden en zuiden van het land, en in Rotterdam op enige afstand van een drukke straat.

Abstract

The concentrations of the heavy metals arsenic, cadmium, nickel and mercury in ambient air in the Netherlands are so low that only one sampling point is required to meet the European directive. For benzo(a)pyrene at least three sampling points are needed.
This is the conclusion of RIVM in this report, in which observed values are compared with thresholds from the European directive. Based on this analysis, the Ministry of Housing, Spatial planning and the Environment decides how many sampling points will be used to meet the European requirements.
Arsenic, cadmium, nickel and benzo(a)pyrene are carcinogenic and mercury is poisonous. Therefore, the European Union has formulated target values and obligations for monitoring for these substances. Monitoring must start in 2007. The Dutch Air Quality Monitoring Network (LML) of RIVM has monitored the substances between 2000 and 2005.
The observations indicate that the concentrations of heavy metals are so low that they are below the lower assessment thresholds. This implies that a minimal number of sampling points is needed. For the Netherlands one point is sufficient. RIVM suggests the location Kollumerwaard since it fits in with the European monitoring programme EMEP/Osparcom.
For benzo(a)pyrene concentrations are below the target value but not everywhere below the lower assessment threshold. The threshold is exceeded along busy roads, as observed at Rotterdam Bentinckplein, and around the terrain of Corus in IJmuiden. This implies that at least three sampling points are needed to monitor benzo(a)pyrene in the Netherlands. RIVM suggest the locations Corus, Bentinckplein and the north of the Netherlands. Three additional locations are advisable: in the middle and south of the Netherlands and in Rotterdam at some distance from a busy road.

Overig

Grootte
1.34MB