Go to abstract

Samenvatting

De stijgende trend van enkele seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) lijkt in 2005 te zijn gestabiliseerd in het soa-peilstation. Bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) is het aantal soa in 2005 echter onverminderd hoog en neemt het percentage positieve hiv-testen toe. Ook in de landelijke hiv-registratie (Stichting HIV Monitoring) is in 2005 het aantal hiv-diagnoses opnieuw het hoogst bij MSM. Daarnaast is het aantal hiv-diagnoses bij autochtone heteroseksuelen de laatste jaren licht gestegen. Continue alertheid en innovatieve methoden in preventie en interventie zijn nodig om verdere verspreiding van soa en hiv te voorkomen.
Per juni 2006 zijn 11866 personen met hiv bij de SHM geregistreerd, waarvan 970 in 2005. MSM vormen hierin nog steeds de grootste groep (52%, n=501). Het aantal hiv-diagnoses bij allochtone heteroseksuelen daalde van 341 diagnoses in 2002 naar 258 in 2005. Het aantal hiv-diagnoses bij autochtone heteroseksuelen steeg van 86 in 2002 naar 116 in 2005. In het soa-peilstation nam het absolute aantal gevallen van chlamydia en hiv toe in 2005 met 15% en 25%, maar ook het aantal testen steeg. Gonorroe en syfilis daalden licht met 2% en 7%. Vijftien procent van alle chlamydia, gonorroe en syfilis in MSM werd gezien bij hiv-positieve personen. In 2005 is de resistentie tegen ciprofloxacine bij gonorroe verder toegenomen tot 26%. In Nederland is het aantal nieuwe LGV-gevallen in 2005 sterk afgenomen en daarmee lijkt de epidemie over zijn hoogtepunt heen te zijn.

Abstract

The trend of increasing Sexually Transmitted Infections (STI) has partly stabilised in 2005 in the STI sentinel surveillance network. Among men having sex with men (MSM), the number of STI diagnoses remained high and the HIV positivity rate has increased. Moreover, in the national HIV registry (HIV Monitoring Foundation), the number of HIV diagnoses was again highest among MSM. The number of HIV diagnoses among Dutch heterosexuals also slightly increased the last few years. Permanent alertness and innovative prevention and intervention methods are required to prevent further spread of STI and HIV.
As of June 2006, a total of 11866 HIV cases were reported in the Netherlands; 970 diagnoses in 2005. MSM still accounted for the majority of the cases (52%, n=501). The number of HIV diagnoses among heterosexual of non-Dutch origin declined from 341 diagnoses in 2002 to 258 in 2005. The number of diagnoses among Dutch heterosexuals slightly increased from 86 in 2002 to 116 in 2005. In the STI sentinel surveillance network, the number of chlamydia and HIV cases increased by 15% and 25%, however the number of consultations increased as well. Gonorrhoea and syphilis slightly declined with 2% and 7%, respectively. Fifteen percent of all chlamydia, gonorrhoea, and syphilis cases among MSM were seen in HIV positives. Furthermore, in 2005 the percentage of ciprofloxacin resistance in gonococci has further increased up to 26%. In 2005, the evolution of the LGV outbreak in the Netherlands appears to have slowed down.

Overig

Grootte
1.08MB