Informative Inventory Report 2019

Informative Inventory Report 2019

Go to abstract

Samenvatting

De uitstoot van ammoniak is in 2017 gestegen ten opzichte van 2016 en ligt met 132,4 kiloton boven het maximum van 128 kiloton dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald. De toename wordt veroorzaakt doordat nieuwe bronnen die ammoniak uitstoten zijn toegevoegd aan de emissie-inventarisatie: sfeerverwarming (open haarden en allesbranders), vreugdevuren, woningbranden en mestverwerking. Ook komt het door ontwikkelingen in de landbouw, zoals een hogere mestproductie per melkkoe en een hoger gehalte aan stikstof in het gevoerde gras.

De emissie van vluchtige organische stoffen is in 2017 gestegen tot 254 kiloton en ligt daarmee boven het maximum van 185 kiloton dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald. Ook hier komt dat vooral doordat nieuwe bronnen zijn toegevoegd, met als belangrijkste het gebruik van kuilvoer. Daarnaast blijkt door nieuwe inzichten dat consumenten er meer van uitstoten via het gebruik van schoonmaakmiddelen.

De door Europa vastgestelde maxima zijn gebaseerd op de situatie in 2000. Bronnen die daarna zijn toegevoegd, hoeven voor de toetsing aan de vastgestelde maxima niet mee te tellen. Nederland heeft daartoe een verzoek opgenomen in dit rapport. Voor ammoniak zijn dat de bronnen afrijping van gewassen, gewasresten in de bodem en mestverwerking. Voor vluchtige organische stoffen zijn dat de uitstoot uit landbouwbodems en het gebruik van kuilvoer.

Dit blijkt uit het Informative Inventory Report (IIR) 2019. Het RIVM analyseert en rapporteert hierin jaarlijks met diverse partnerinstituten de uitstoot van stoffen. Lidstaten van de Europese Unie zijn hiertoe verplicht. Nederland gebruikt de analyses om beleid te onderbouwen.

Abstract

Increase in ammonia emissions; entire time series adjusted upwards
At 132.4 Gg in 2017, ammonia emissions increased by 3.9 Gg compared with 2016 and are 4.4 Gg above the maximum set by the European Union and the UNECE under the Gothenburg Protocol (both 128 Gg).

The increase in ammonia emissions in 2017 compared with 2016 is mainly due to the increased N excretion per dairy cow caused by a higher manure production (higher milk production and higher average weight) per animal and higher nitrogen content in the grass fed. The increase was also partly due to the addition of emission sources Residential combustion in woodstoves and fireplaces, Bonfires, Accidental building fires and Manure treatment. The entire time series for ammonia was adjusted upwards to allow for the added emission sources.

Increase in non-methane volatile organic compounds; the entire time series adjusted significantly upwards
Mainly as a result of the addition of new emission sources, emissions of non-methane volatile organic compounds increased to 254 Gg in 2017 - 69 Gg above the maximum set by the European Union (185 Gg) and 63 Gg above the UNECE maximum under the Gothenburg Protocol (191 Gg).

The entire time series for non-methane volatile organic compounds was significantly adjusted upwards to allow for the new sources. Under the source sector 3B Manure management, the emissions coming from the use of silage was added. Furthermore, under the source sector 3D Emissions from soils, the new emission sources Animal manure applied to soils, Farm-level agricultural operations including storage, handling and transport of agricultural products and Cultivated crops were added. Additionally, the emission factor from the use of cleaning products by consumers is significantly higher.

Applying for adjustments
The emissions ceilings of both the European Union and the UNECE were set on the basis of knowledge at the time. To promote the implementation of new scientific knowledge in the inventories of individual member states, a mechanism is adopted whereby emissions can be adjusted for compliance. For instance, where a member state exceeds the emission ceiling as result of the implementation of new emission sources, it can apply for an adjustment of the emissions used for checking compliance. For both ammonia and non-methane volatile organic compounds the Netherlands requests adjustments of the emissions for compliance with the ceilings set by the European Union and the UNECE under the Gothenburg Protocol.

The Informative Inventory Report 2019 was drawn up by the RIVM and partner institutes, which collaborate to analyse and report emission data each year - an obligatory procedure for Member States. The analyses are used to support Dutch policy.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
6279 kb