Go to abstract

Samenvatting

De zorgkosten zijn tussen 2003 en 2005 jaarlijks met 3,9 procent gestegen. De stijging is minder groot dan tussen 1999 en 2003, toen de kosten met 9,7 procent per jaar toenamen. In 2005 werd in Nederland in totaal 68,5 miljard euro aan zorg en welzijn besteed, ofwel 13,5 procent van het bruto binnenlands product. Per inwoner is dit 4.200 euro.
Van de kostenstijging is een kwart toe te schrijven aan prijsstijgingen en ongeveer een vijfde aan demografische groei, vooral door de gestegen levensverwachting. Ruim de helft is veroorzaakt door overige volumegroei, bijvoorbeeld doordat mensen een groter beroep op zorg doen, door intensievere zorg en door technologische vooruitgang.
Opvallend is dat kosten tussen 2003 en 2005 voor mannen harder stijgen dan voor vrouwen, en uitgaven voor jongeren sterker groeien dan die voor ouderen. Boven de 75 jaar zijn de kosten per inwoner nauwelijks toegenomen, en voor een enkele leeftijdsgroep zelfs licht gedaald. De kostengroei in de ziekenhuiszorg is grotendeels toe te schrijven aan de groei van het aantal patienten. Dit komt mede doordat in ziekenhuizen de budgetplafonds zijn losgelaten, en niet zozeer door de invoering van de marktwerking.
Van alle zorgkosten in 2005 is 14,2 miljard euro (21 procent) besteed aan psychische stoornissen en 5,5 miljard euro aan hart- en vaatziekten. Verstandelijke handicap (5,4 miljard euro) en dementie (3,2 miljard euro) zijn de duurste aandoeningen. De duurste sectoren zijn de ziekenhuiszorg (17,7 miljard euro) en de ouderenzorg (12,7 miljard euro).

Abstract

Health and welfare costs in the Netherlands increased 3.9% a year from 2003 to 2005. This increase is substantially less than evidenced between 1999 and 2003, when costs rose on average 9.7% a year. In 2005 the Netherlands spent 68.5 billion euro on healthcare and related welfare costs. This is equivalent to 13.5% of the gross domestic product or 4,200 euro per capita.
Price inflation explains a quarter of the cost growth between 2003 and 2005, demographic changes more than a fifth. The remainder is due to other factors influencing the volume of care provision, such as technological innovation and a higher demand for health care.
It is noteworthy that the costs for men are growing faster than for women, and that the costs for young people are increasing at a faster rate than the costs for older citizens. The per capita costs for those aged over 75 years show only a very modest increase or even a slight decline. Rising demand is pushing costs up for hospitals. This growth of demand should not be attributed to the introduction of market forces in hospital care, but to the removal of budget caps.
About a fifth of all costs, 14.2 billion euro, were spent on mental disorders. Mental retardation and dementia are the most important specific diseases in this group. The costs for heart diseases amounted to 5.5 billion euro. Hospital care took the largest share of health care costs, namely 17.7 billion euro. Also important were providers of nursing care, costing 12.7 billion euro.

Overig

Grootte
1.61MB