- Publicatiedatum
- 20-01-2026
Maximale residulimieten (MRL's) voor biociden in vlees- en zuivelproducten. Prioritering van te monitoren stoffen
Maximale residulimieten (MRL's) voor biociden in vlees- en zuivelproducten. Prioritering van te monitoren stoffen
Samenvatting
Biociden zijn middelen om te ontsmetten en ongedierte te bestrijden. Biociden zijn vaak nuttig en noodzakelijk voor de veehouderij en om voedsel veilig op te slaan en te verwerken. Bijvoorbeeld om stallen en werkruimtes in slachthuizen te ontsmetten of om kakkerlakken en muizen in voedselopslagruimtes te doden. In biociden zitten werkzame stoffen waarvan resten kunnen achterblijven in het voedsel.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wil meten welke stoffen uit biociden achterblijven in vlees- en zuivelproducten en wil weten of ze schadelijk zijn voor de gezondheid. De NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) meet nu een klein aantal stoffen uit biociden, vooral in onbewerkte producten als rauw vlees en melk. Omdat er veel verschillende stoffen worden gebruikt, heeft het RIVM een methode ontwikkeld om te bepalen welke het beste als eerste kunnen worden gemeten. De methode gebruikt informatie over alle stoffen uit biociden die zouden kĂșnnen achterblijven in vlees- en zuivelproducten. Er is gekeken waarvoor biociden worden gebruikt en naar wat er bekend is over metingen in vlees- en zuivelproducten en over gezondheidseffecten.
Het RIVM beveelt aan om ook in bewerkte of samengestelde voedingsmiddelen te meten. Bij de verwerking van rauwe producten tot voedingsmiddelen worden namelijk biociden gebruikt, bijvoorbeeld om machines te ontsmetten.
Verder is het belangrijk om te bepalen hoeveel resten van een werkzame stof maximaal in voedingsmiddelen terecht mogen komen. De normen die daarvoor gelden heten maximale residulimieten (MRL's). Voor sommige werkzame stoffen uit biociden bestaan deze normen nog niet. Voor andere stoffen wel, omdat ze ook worden gebruikt in bestrijdingsmiddelen in de landbouw of in geneesmiddelen voor dieren. Alleen is er bij deze normen nog geen rekening mee gehouden dat mogelijke resten van biociden ook in voedingsmiddelen kunnen terechtkomen. Dat moet er dus nog in worden verwerkt.
Het is nog niet duidelijk hoe dat in bestaande en nieuwe MRL (maximumresidugehalte)'s moet worden gedaan. Voor bestrijdingsmiddelen in de landbouw en diergeneesmiddelen gelden namelijk verschillende werkwijzen om een MRL te bepalen en voor biociden is die er nog niet. Ook liggen de rollen en samenwerkingsverbanden nog niet vast voor de verschillende Europese wetgevingsinstanties die daar voor nodig zijn. Het RIVM adviseert om hierover duidelijkheid te krijgen.
Abstract
Biocides are products used for disinfection and pest control. Biocides are often useful and necessary for cattle farming, and for the safe storage and processing of food. They are used, for example, to disinfect stables and work spaces in abattoirs or to kill cockroaches and mice in food storage areas. Biocides can leave residues of their active substances in the food.
The Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority (NVWA) wants to measure which substances from biocides are left in meat and dairy products and whether this is harmful to human health. The NVWA is currently measuring a small number of substances from biocides, mainly in unprocessed products such as raw meat and milk. Because many different substances are used, RIVM has developed a method to determine which should preferably be measured first. The method uses information on all substances from biocides that could potentially remain in meat and dairy products. It involves aspects such as the purpose for which biocides are used and what is known about measurements in meat and dairy products and health effects.
RIVM recommends also taking measurements in processed or composite food products. This is because biocides are used during the processing of raw products into food products, to disinfect machines for example.
Additionally, it is important to determine the maximum amounts of active substance residues permitted to end up in food products. The standards used for this purpose are known as Maximum Residue Limits (MRLs). Such limits do not yet exist for some active substances from biocides. For other substances, MRLs do exist because those substances are also used in agricultural pesticides or veterinary medicines. However, these standards do not yet take into account the possibility that residues from biocides may also end up in food products. That possibility therefore still needs to be incorporated.
It is not clear yet how that is to be done in existing and new MRLs. The methods used to determine MRLs in agricultural pesticides and veterinary medicines are different, and such a method does not yet exist for biocides. Nor have the roles and partnerships been defined for the various European regulatory bodies required for this. RIVM recommends obtaining clarity on these matters.
Uitgever
- Instituut
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Resterend
- Grootte
- 3476 kb