Go to abstract

Samenvatting

In Nederland wordt ernaar gestreefd dat ambulances bij spoedeisende gevallen binnen vijftien minuten na een melding ter plaatse te zijn. Voor de planning van de ambulancezorg wordt met modellen berekend hoeveel ambulances op welke locatie nodig zijn. Deze modellen zijn onderdeel van het referentiekader spreiding en beschikbaarheid. In opdracht van het ministerie van VWS heeft het RIVM de rekenmodellen verder ontwikkeld en enkele varianten uitgewerkt waarmee het referentiekader zou kunnen worden verbeterd.

Het rijtijdenmodel voor ambulances die met spoed rijden is geactualiseerd op basis van recente metingen van snelheden van ambulances in Nederland. Verder is onderzocht welke factoren gunstig zijn om een positief effect te behalen uit 'dynamisch' ambulancemanagement. Met dynamisch ambulancemanagement worden beschikbare ambulances op strategische plekken in de regio geplaatst om snel ter plaatse te kunnen zijn. Het effect hiervan is dat responstijden korter kunnen worden. Gunstige factoren zijn onder andere een hoge dichtheid van het wegennet en een hoge 'dubbele dekking' van standplaatsen, ofwel een overlap tussen de verzorgingsgebieden van standplaatsen binnen een regio. Het onderzoek wijst uit dat deze dubbele dekking in het referentiekader per regio verschilt. Aanbevolen wordt om dit gelijk te trekken.

Daarnaast is bekeken of het rekenmodel kan worden verbeterd zodat het beter de praktijk van het planbaar (besteld) vervoer benadert. Dit betreft het vervoer op afspraak van patiƫnten van en naar ziekenhuizen voor een therapie of behandeling. Het rekenmodel van het referentiekader is uitgewerkt om voor verschillende regio's een andere bezettingsgraad te kunnen gebruiken. Voordat dit nieuwe model kan worden toegepast, is meer inzicht nodig in de relatie tussen de beschikbare capaciteit en mogelijke wachttijden in het besteld vervoer in de ambulancezorg.

Abstract

In the Netherlands, the target response time for ambulance services in case of life threatening emergencies is 15 minutes. Models are used to determine the number and locations of ambulances needed to meet this target. These models are part of the National Ambulance Plan, a framework for planning ambulance care. RIVM research has shown that the models do not fully suit the daily practice of ambulance service care and that they need to be adapted to improve the capacity calculations.

The driving time model for ambulances has been updated using recent measurements of actual speeds of ambulances. A number of factors that facilitate dynamic ambulance management have been identified, including a high-density road network and a certain overlap of base station coverage areas. It is recommended to level out the differences in overlap between the 25 ambulance organizations in the Netherlands.

In addition, it was investigated whether the models could also be improved thus to better reflect the actual practice of planned, non- emergency ambulance services, such as inter-hospital transportations. The computation models of the framework have been adapted to accommodate different numbers of ambulances for different regions. The implementation of the new computation models requires more knowledge of and insight into issues in the ambulance care delivered and the quality of care.

Overig

Grootte
2.17MB