Samenvatting

Om te komen tot een beleidsmatige oordeelsvorming over de mogelijke toepasbaarheid van AVI-slak als steenfunderingsmateriaal in de wegenbouw zijn eind 1983, twee proefvakken opgenomen in asfaltweg in Roosendaal. In het ene proefvak werd AVI-slak en in het andere de natuurlijke grondstof lava (lavalith) toegepast. In deze praktijksituatie werden de miliehygienische implicaties bestudeerd. Daartoe werd in elk der proefvakken voorzien van een afvoer naar meetputten via folie en een drainage. Dit maakte het mogelijk om van het door de funderingslagen gesijpelde hemelwater het verloop van het debiet, de pH, de geleidbaarheid en de concentraties van een 17-tal metalen en metalloiden in de tijd te volgen. Met behulp van de standaard uitloogtest is onderzoek naar het uitlooggedrag van de toegepaste funderingsmaterialen en zand uitgevoerd. Als belangrijkste conclusie kan gesteld worden dat bij het praktijkonderzoek zowel als bij het laboratoriumonderzoek AVI-slak ten opzichte van lava voor vrijwel alle gidsmetalen een ongustiger uitlooggedrag vertoont. Ook op basis van de andere onderzochte criteria met uitzondering van de VROM-richtlijn is het uitlooggedrag van AVI-slak ongunstig te noemen.

Resterend

Grootte
0MB