Risk assessment of vanadium in and under cycling paths in Drenthe

Risk assessment of vanadium in and under cycling paths in Drenthe

Go to abstract

Samenvatting

Staatsbosbeheer heeft in het verleden bij de aanleg van fietspaden in Drenthe materiaal gebruikt om het fietspad te verstevigen, zoals schelpen en bouwmaterialen. De twee gebruikte bouwmaterialen (Koers fietspadenmix (KFP-mix) en Duomix) bevatten het metaal vanadium. Het aanwezige vanadium veroorzaakt geen gezondheidsrisico's voor mensen die de fietspaden gebruiken of in de nabijheid ervan recreƫren. Hetzelfde geldt voor grotere (huis)dieren, vogels en drinkwaterwinningen in het gebied. Wel kan het metaal processen verstoren die nodig zijn voor een gezonde bodem, zoals de afbraak van organisch materiaal. Deze effecten zullen gezien de lange en smalle vorm van de fietspaden gering zijn.

Dit blijkt uit een risicobeoordeling van het RIVM op basis van onderzoeken van het gebruikte bouwmateriaal, de onderliggende bodem en het grondwater. Naar aanleiding van onderhoudswerkzaamheden aan de fietspaden is bij Staatsbosbeheer de wens ontstaan het verstevigende bouwmateriaal, zogeheten halfverhardingen, te vervangen door een product dat langer meegaat. Om te kunnen afwegen of het materiaal kan worden hergebruikt of moet worden afgevoerd, zijn keuringsonderzoeken uitgevoerd. Het materiaal, de onderliggende bodem en het grondwater zijn vervolgens beoordeeld op gezondheidsrisico's (voor recreanten en werknemers), risico's voor planten en dieren, het risico dat het metaal zich verspreidt naar de bodem en het grondwater, en risico's voor drinkwaterwinning in het gebied.

Het RIVM verwacht niet dat het vanadium op korte termijn in de nabije omgeving van de fietspaden naar de bodem en het grondwater zal verspreiden. De concentraties die in het grondwater zijn gemeten, liggen onder de risicogrens voor grondwater en zijn in lijn met concentraties die van nature in Noord-Nederland kunnen worden aangetroffen. Wel zijn de grenswaarden overschreden voor de maximale concentratie die uit het bouwmateriaal mag vrijkomen. Daardoor is het vanadium in de grond terechtgekomen.

Abstract

In the past, Staatsbosbeheer used various substances, such as shells and secondary building materials, for reinforcement purposes when constructing cycling paths in Drenthe. The secondary building materials used (KFP mix and Duomix) contain the metal vanadium. The vanadium present does not pose any health risks for people using the cycling paths for cycling or recreation, nor to larger animals, including pets and birds or drinking water extraction sites in the vicinity. The metal can, however, disrupt processes necessary for healthy soil, such as the degradation of organic material. The effects will be slight, given the long, narrow form of cycling paths.

These were the results of a risk assessment carried out by RIVM based on inspection studies of the secondary building materials used, the underlying soil and the groundwater. Due to the need for maintenance activities on the cycling paths, Staatsbosbeheer wishes to replace the building materials, known as loose-fill surfacing, with a product that is more durable. Inspection studies were carried out to determine whether the material can be reused or must be disposed of. The material, the underlying soil and the groundwater were subsequently assessed for health risks (for recreational users of the cycling paths and workers), risks for plants and animals, the risk that the metal will spread to the soil and groundwater and risks for drinking water extraction in the area.

RIVM does not expect the vanadium to spread to the soil and groundwater in the immediate vicinity of the cycling paths in the short term. The concentrations measured in the groundwater are below the risk limit value for groundwater and are in line with the naturallyoccurring concentrations in the northern part of the Netherlands. However, the limit values for the maximum concentrations that may be released from building materials are exceeded and this has resulted in the presence of vanadium in the soil.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
571 KB