Go to abstract

Samenvatting

Chlamydia. Met bijna 10.000 nieuwe infecties in 2009 blijft chlamydia de meest gediagnosticeerde seksueel overdraagbare aandoening (soa) van alle bezoekers van de soa-centra. Het aantal infecties is toegenomen, maar het percentage mensen met chlamydia is stabiel gebleven. Elf procent van de heteroseksuele bezoekers van de soa-centra had een chlamydia-infectie, onder heteroseksuelen jonger dan 25 jaar was dit 14 procent. Gonorroe. Het aantal en percentage positieve gonorroe-infecties is opvallend gestegen ten opzichte van 2008. Dit heeft grotendeels te maken met een stijging van het aantal gonorroediagnoses bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) met 28 procent. Vooral het percentage positieve orale gonorroe testen bij MSM nam toe. Opvallend is dat steeds meer gonorroestammen minder gevoelig zijn voor antibiotica. Syfilis. In 2009 nam het aantal nieuwe syfilis-diagnoses af met 15 procent ten opzichte van 2008, het percentage positieve testen daalde ook. Deze daling is ook op de langere termijn zichtbaar. Syfilis werd vooral gediagnosticeerd bij MSM (89 procent van alle syfilis-diagnoses). Hiv. Zowel het aantal als het percentage positieve hiv-testen bij de soa-centra is in 2009 opnieuw licht gedaald. Sinds 1 januari 2010 wordt iedereen op hiv getest, tenzij mensen dat expliciet weigeren (opting-out testing). Overigens werd in 2009 al 92 procent van alle bezoekers die niet wisten of ze hiv hadden getest. In 2009 werd bij 34 procent van de bekend hiv-positieve MSM een of meerdere soa gevonden. Bezoekers soa-centra. In 2009 hebben in totaal 93.331 mensen zich bij een van de soa-centra in Nederland laten testen op soa. Dat is 6 procent meer dan in 2008. Er kwamen vooral meer MSM, een stijging van 19 procent ten opzichte van 2008. Bij 13 procent van de bezoekers werd een of meerdere soa gevonden (bij 20 procent van de MSM en 12 procent van de heteroseksuele bezoekers). Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Abstract

Chlamydia. Chlamydia remains the sexually transmitted infection (STI) diagnosed most often among STI clinic attendees, with almost 10,000 new infections reported in 2009. Whilst there was an increase in the numbers of infections that occurred, the positivity rate remained stabile. Of the total heterosexual STI clinic attendees, 11 per cent had a chlamydia infection compared with 14 per cent in the group of heterosexuals younger than 25 years. Gonorrhoea. The number of gonorrhoea infections and the positivity rate has increased substantially compared with 2008. The main cause is the increase (28 percent) in gonorrhoea diagnoses in men having sex with men (MSM). In particular, the percentage of positive oral gonorrhoea tests among MSM increased. Notable here is the increase in gonorrhoea strains which are less sensitive to antibiotics. Syphilis. In 2009, the number of new diagnoses of syphilis decreased by 15 per cent compared with 2008. The percentage of positive tests also decreased. This decline is also visible in the long term trend. Syphilis in MSM accounted for 89 per cent of all syphilis diagnoses. HIV. There was again a slight decline in the number and proportion of positive HIV tests at the STI clinics. Since January 1st 2010, all STI clinic attendees have been tested for HIV, except those who explicitly refused, known as opting out testing. In 2009, 92 per cent of all STI clinic attendees who did not know their HIV status were tested for HIV. Among those MSM known to be HIV positive, 34 per cent were diagnosed with one or more STI in 2009. STI clinic attendees. In 2009, a total of 93,331 persons were tested at one of the STI clinics in the Netherlands. This was 6 per cent more than in 2008. There were especially more MSM who visited an STI clinic in 2009, an increase of 19 per cent compared with 2008. One or more STI was found in 13 per cent of the attendees (in 20 per cent of MSM and in 12 per cent of heterosexual attendees). These figures are comparable with previous years.

Overig

Grootte
4.15MB