Go to abstract

Samenvatting

Het RIVM heeft verkennend onderzocht of de belasting van de hoogspanningslijnen in de praktijk overeenkomt met de getallen waarmee in de Handreiking de magneetveldzonde wordt berekend. De Handreiking gaat uit van twee vaste percentages (30 en 50 procent) van de maximale stroom die door de bovengrondse hoogspanningslijn kan worden vervoerd. Bij de meeste hoogspanningslijnen ligt de belasting onder deze percentages en bij drie procent worden de percentages overschreden.

Dit verkennende onderzoek is uitgevoerd op basis van gegevens over 2011 en 2013 van netbeheerder TenneT, die alle lijnen van het landelijke hoogspanningsnet beheert. De netbeheerder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde gegevens. Omdat de stroom door een hoogspanningslijn steeds verandert, is in de verkenning van het RIVM - in overeenstemming met de Handreiking - gerekend met de gemiddelde stroom die gedurende een jaar door de hoogspanningslijnen loopt.

Vanwege de geconstateerde overschrijdingen van de vaste percentages is aan de Handreiking een attendering toegevoegd dat deze mogelijkheid zich kan voordoen. Een overschrijding van de percentages leidt tot een bredere magneetveldzone. Het is daarom van belang dat het bevoegd gezag op de hoogte is en daar bij het nemen van beslissingen over de ruimtelijke ordening rekening mee kan houden.

De Handreiking is voortgekomen uit het voorzorgsbeleid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor bovengrondse hoogspanningslijnen uit 2005. Hierin is een magneetveldzone gedefinieerd waarbinnen in nieuwe situaties zo weinig mogelijk woningen, scholen, crèches en kinderdagopvangplaatsen terecht mogen komen. Aanleiding hiervoor was wetenschappelijk onderzoek dat aanwijzingen geeft dat kinderen die in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen wonen een grotere kans hebben om leukemie te krijgen.

Abstract

RIVM has investigated how the actual load of overhead high-voltage power lines in the Netherlands relates to the assumptions made in the Dutch Guideline that has been used to calculate the magnetic field zone. The Guideline uses two fixed percentages (30 an 50 percent) of the maximum current that can be transported by the overhead power line. For most of the overhead power lines the load is lower than these percentages; in three percent of the lines these percentages are exceeded.

This exploring investigation is based on data for 2011 and 2013 from transmission system operator TenneT which operates all lines of the national grid in the Netherlands. TenneT is responsible for the quality of the provided data. Because the current running through the overhead power line always fluctuates, RIVM has used - in line with the Guideline - the yearly averaged current.

Due to the established exceedances of the fixed percentages a message has been added to the Guideline to draw attention to this possibility. Exceedance of the percentages leads to a broader magnetic field zone. Therefore, it is important that the competent authorities are informed and take this into consideration in decisions on spatial planning.

The Guideline emerged from the precautionary policy of the Ministry of Infrastructure and the Environment on overhead power lines issued in 2005. This policy defines a magnetic field zone within which, in new situations, as few as possible dwellings, schools, crèches, and day care facilities are to be situated. The policy was initiated because scientific research indicates that children living in the vicinity of overhead power lines are more likely to develop leukaemia.

Overig

Grootte
7.51MB