Go to abstract

Samenvatting

De concentraties tijdens wintersmogepisoden van deeltjesvormige luchtverontreiniging en van de gassen SO2 en NO2 zijn tegenwoordig lager dan wat gemeten werd in de episoden van eind jaren tachtig. Verkeer draagt in belangrijke mate bij aan de deeltjes- en gasvormige luchtverontreiniging. Er zijn aanwijzingen dat ziekenhuisopnamen, mortaliteit en andere minder ernstige acute gezondheidseffecten in de bevolking geassocieerd zijn met blootstelling aan deeltjes- en gasvormige luchtverontreiniging. Voor PM10 (dat als indicatorcomponent voor het verkeer wordt gebruikt) wordt een lineair verband aangenomen tussen concentraties en gezondheidseffecten, tevens wordt ervan uit gegaan dat er geen drempelwaarde is waaronder geen effecten optreden. Uitgaande van deze vooronderstellingen wordt geconcludeerd dat de extra dagelijkse gezondheidseffecten van een extreme dag met een concentratie van 230 microg/m3 PM10 varieren van een toename van de sterfte met ongeveer 20% ten opzichte van het gemiddelde tot een bijna drievoudige toename van medicijngebruik onder astmatische kinderen. Met de huidige kennis wordt ingeschat dat het verlagen van de jaargemiddelde concentraties luchtverontreiniging door een structurele aanpak van de (verkeers)emissies, een groter positief effect op de gezondheid heeft dan het op ad hoc basis stilleggen van het lokale verkeer tijdens zo'n extreme dag.

Abstract

Current concentrations of air pollution during episodes of winter-type smog are now lower than in the late eighties. Traffic is a major contributor to the particulate and gaseous air pollution. There are indications that hospital admissions, mortality and other less severe health effects are associated with particulate and gaseous air pollution during episodes of winter-type smog. As an example an estimate has been made of the expected effects on daily health after exposure to extreme 24 h concentration of 230 microg/m3 PM10. The health impact varied for different endpoints, of which high and low values will be presented. During such an extreme episode acute mortality is expected to rise by approximately 20%, while use of medication by asthmatic children is expected to rise threefold. Other health endpoints showed increases between these two. Current knowledge indicates that (even a modest) decrease in yearly average concentrations has a greater positive effect on health effects than stopping all traffic emissions in the Netherlands during such an extreme episode. Therefore a more permanent policy of curbing (traffic) air pollution is probably more effective in reducing public health risks than a one-off termination of all urban traffic in the Netherlands during a winter-type smog episode.

Overig

Grootte
2.43MB