Wat en waarom

Een goede luchtkwaliteit is belangrijk voor de gezondheid van mensen en voor het milieu. Slechte luchtkwaliteit leidt bijvoorbeeld tot luchtwegklachten of zelfs vroegtijdige sterfte. Luchtkwaliteit hangt sterk samen met mobiliteit, energiegebruik, industrie en landbouw. Voor beleidsmakers bij gemeenten, provincies en het rijk is het van belang te weten welke effecten deze bronnen via lucht hebben op gezondheid, ecosystemen en temperatuur op aarde. Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu brengt de bronnen en oorzaken van luchtkwaliteit in beeld zodat overheden inzicht krijgen hoe zij deze kunnen verbeteren.

Vanuit deze optiek kijken we ook naar de klimaatmaatregelen. Vervuilende stoffen als fijnstof (inclusief roet) zijn bepalend voor de luchtkwaliteit, en hebben – met andere stoffen – ook effect op klimaatverandering. Welke maatregelen om het klimaat te verbeteren, zijn goed voor de luchtkwaliteit, en omgekeerd?

Hoe en met wie

Het RIVM brengt in kaart welke stoffen relevant zijn voor de luchtkwaliteit en klimaatverandering. We hebben kennis in huis over risico’s van stoffen en de effecten daarvan op mens en milieu. We verbinden, beoordelen en geven betekenis aan deze kennis. Voor mogelijke maatregelen worden de resultaten van meetnetten met rekenmodellen over de luchtkwaliteit en gezondheidseffecten gecombineerd. Ook rekenen we door welke effecten deze maatregelen in de toekomst hebben. Het RIVM geeft dagelijks actueel inzicht in de luchtkwaliteit in Nederland en levert jaarlijkse rapportages voor Europese verplichtingen daarover. Daarnaast adviseren we over voorbereidingen op onvermijdelijke effecten van klimaatverandering, zoals hittestress.

Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat we jaarlijks de uitstoot van vervuilende stoffen verzamelen naar bodem, water en lucht voor de Emissieregistratie. Verder heeft de overheid het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) opgericht om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het doel is om te voldoen aan de Europese grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide. Het RIVM heeft de regie over de monitoring van het NSL. Om de effecten van stikstof op de natuur te volgen is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ingesteld. Het RIVM heeft hiervoor, samen met de PAS-partners, het instrumentarium (AERIUS) ontwikkeld. Op basis daarvan rapporteren we jaarlijks hoeveel stikstof op de bodem neerslaat en worden vergunningen verleend.

Het RIVM heeft een netwerk met kennispartners en werkt onder andere samen met het KNMI Koninklijk Meteorologisch Instituut, de Universiteit van Utrecht, GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam, en DMCR Milieudienst Rijnmond aan gezamenlijke luchtmetingen. Op internationaal gebied neemt het RIVM een centrale plaats in met het voorzitterschap van de VN Verenigde Naties Task Force on Integrated Assessment Modelling, en de ondersteuning van het Montreal Protocol voor de ozonlaag.