Humaan papillomavirus (HPVhumaan papillomavirus) is de veroorzaker van baarmoederhalskanker. Meestal ruimt het lichaam een HPV-infectie zelf op. Maar wanneer een HPV-infectie aanhoudt, is er een verhoogde kans op (voorloper stadia van) baarmoederhalskanker.

De HAVANA-studie onderzoekt hoe vaak HPVhumaan papillomavirus-infecties voorkomen bij vrouwen die wel en vrouwen die niet tegen HPV zijn gevaccineerd. De studie loopt inmiddels voor het elfde jaar. In die elf jaar hebben ongeveer 1.800 jonge vrouwen jaarlijks een vragenlijst ingevuld en hebben zij bloed, een vaginale brush en soms ook een tampon met afscheiding ingeleverd. Hierdoor hebben onderzoekers de afgelopen jaren al veel informatie kunnen analyseren.

Tussentijdse resultaten HPV-onderzoek HAVANA

Het HPV-vaccin dat in Nederland wordt gebruikt beschermt niet tegen alle HPV-typen, maar alleen tegen  typen 16 en 18. Onder zowel gevaccineerde als ongevaccineerde vrouwen binnen de studie is het aantal aanhoudende infecties met HPV-typen 16 en 18 laag.* De vaccineffectiviteit tegen aanhoudende HPV16/18-infecties zes jaar na de introductie van het vaccin is 98%. Dit betekent dat er onder de gevaccineerde jonge vrouwen 98% minder infecties voorkomen dan onder de ongevaccineerden. Daarnaast zien we ook minder infecties onder gevaccineerde vrouwen die worden veroorzaakt door HPV-typen 31, 33 en 45. Dit is ook eerder in diverse studies aangetoond; het HPV-vaccin geeft gedeeltelijke kruisbescherming tegen HPV 31, 33 en 45. De vaccineffectiviteit tegen aanhoudende infecties van HPV 31, 33 en 45 zes jaar na vaccinatie is 62%. 

Het HPV-vaccin zorgt voor hoge hoeveelheden antilichamen tegen HPV in het bloed. Antilichamen zijn eiwitten die zich binden aan stoffen die niet in het lichaam horen, zoals virussen en bacteriën. De antilichamen maken deze stoffen onschadelijk. Uit de HAVANA-studie blijkt dat de concentraties antilichamen tegen HPV 16 en 18 in het bloed hoog blijven tot en met negen jaar na vaccinatie. Tegen een aantal andere HPV-typen zoals HPV 31, 33 en 45 wordt ook een hogere concentratie antilichamen gevonden onder gevaccineerde vrouwen vergeleken met ongevaccineerden. Ook weten we dankzij het onderzoek dat de antilichamen niet alleen worden gemeten in het bloed, maar ook in de afscheiding vanuit de baarmoeder. Dus precies dáár waar de bescherming nodig is.

Omdat vooral langer aanhoudende infecties een risico zijn voor het later ontwikkelen van baarmoederhalskanker, wil het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu daar meer inzicht in krijgen. De HAVANA-studie gaat daarom de komende jaren door.

* Alle deelneemsters bij wie een aanhoudende infectie is geconstateerd, hebben hiervan inmiddels persoonlijk bericht ontvangen.