De “Acute Fish Toxicity Test (AFTAcute Fish Toxicity Test)” is een wettelijk voorgeschreven test voor de toelating van industriële chemicaliën, gewasbeschermingsmiddelen, bestrijdingsmiddelen, voedseladditieven en diergeneesmiddelen. In de AFT test wordt de LC50 bepaald. Dit is de concentratie van een stof waarbij 50% van de dieren sterft. Een mogelijke vervanging voor de AFT is de “Fish Embryo Toxicity test (FETfish embryo toxicity test)”. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu draagt in OECDOrganisation for Economic Co-operation and Development verband bij aan de implementatie van de FET in wettelijke kaders voor de risicobeoordeling van chemische stoffen.

De FETfish embryo toxicity test kan zorgen voor vervanging of vermindering van de vissen die gebruikt worden in de AFTAcute Fish Toxicity Test. In de FET worden embryo’s gebruikt van de zebravis (Danio rerio). Zebravisembryo’s worden volgens de Europese wetgeving (2010/63/EUEuropean Union ) tot het moment dat ze zelfstandig voedsel kunnen innemen (5 dagen na bevruchting) niet aangemerkt als proefdier, omdat ze tot dan geacht worden geen pijn of ongerief te ervaren. De FET is sinds 2013 door de OECDOrganisation for Economic Co-operation and Development geaccepteerd als testrichtijn. In de richtsnoeren van diverse Europese wettelijke kaders, zoals REACH, is de FET echter nog niet geaccepteerd als vervanging voor de AFT. In 2016 heeft de European Chemical Agency (ECHAEuropean Chemicals Agency) bezwaren geformuleerd tegen het opnemen van FET onder REACH. De basis hiervoor was een vergelijkende studie over effecten in de AFT en de FET. In 22% van de 122 onderzochte stoffen werd een zwakkere toxiciteit waargenomen in de FET in vergelijking met de AFT, met een verschil van een factor 10 of meer. Om te onderzoeken of de FET toch als vervanger van de AFT kan worden ingezet, wordt een nieuwe database met acute toxiciteitsdata uit beide testen geanalyseerd. Ook wordt onderzocht waarom bepaalde chemische stoffen wel en andere geen vergelijkbaar resultaat opleveren tussen de AFT en FET, en of dat verschil gebruikt kan worden om het specifieke toepassingsdomein vast te stellen. De FET kan ook gebruikt worden om het aantal vissen dat gebruikt wordt in de AFT te verminderen. Dit kan door het toepassen van de drempelmethode (threshold approach). Hierbij worden gegevens uit andere testmethoden (o.a. de FET) gebruikt om de AFT zo efficiënt mogelijk en met zo min mogelijk vissen uit te voeren.