De COVID-19 epidemie en de maatregelen om die te bestrijden hebben tot grote verschuivingen in de gezondheidszorg geleid: sommige zorg kwam geheel stil te liggen, soms werd ook zorg in aangepaste vorm gegeven, zoals via de telefoon of via beeldbellen. Het uitstellen, aanpassen of door de patiënt vermijden van zorg kan leiden tot negatieve gevolgen voor de gezondheid.

Het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft aan het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gevraagd om deze indirecte effecten van de COVID-19 epidemie op zorg en gezondheid in kaart te brengen. Het gaat hierbij om het inventariseren van de omvang van de uitgestelde, afgeschaalde, vermeden of niet gegeven zorg en het maken van een inschatting van de gezondheidseffecten hiervan.

Indirecte gevolgen

Om deze indirecte gevolgen van de COVID-19 epidemie en de bestrijdingsmaatregelen voor de gezondheid te onderzoeken zijn gegevens over de omvang van verminderd geleverde zorg opgevraagd bij medisch specialistische verenigingen, paramedische beroepsorganisaties, koepelorganisaties in de zorg, patiëntenorganisaties en kennispartners. Op basis van literatuuronderzoek worden de gevolgen die uitstel (of afstel) van zorg (screening, diagnostiek en behandeling) heeft voor de gezondheid ingeschat. Uiteindelijk zullen deze cijfers en inzichten vanuit de literatuur vertaald worden naar schattingen van gezondheidseffecten. Dit onderzoek zal 3-wekelijks geactualiseerd en uitgebreid worden, waarmee toegewerkt wordt naar een kwantitatieve inschatting van de indirecte effecten van de COVID-19 epidemie op de zorg en gezondheid, anders dan de effecten van het virus zelf.

Tweede rapportage

Op 10 juni 2020 verscheen de eerste kort-cyclische rapportage met daarin een eerste overzicht en duiding van de omvang van verminderd geleverde zorg als gevolg van de COVID-19 epidemie (peildatum 25 mei 2020). Deze tweede rapportage is wederom een samenvatting van cijfers en inzichten die het RIVM in de afgelopen drie weken verzameld heeft (peildatum 15 juni 2020), in aanvulling op de eerste rapportage. Hierin zijn, waar mogelijk, de cijfers uit de eerste rapportage geactualiseerd. Ook is nieuwe informatie toegevoegd uit sectoren waarvoor in de eerste rapportage nog geen gegevens bij ons beschikbaar waren, en is nieuwe informatie opgenomen uit literatuuronderzoek naar gezondheidseffecten van uitgestelde of aangepaste zorg.

Voor verschillende sectoren van de zorg geldt dat er sprake is van geleidelijk herstel. Zo neemt het aantal ziekenhuisverwijzingen en verwijzingen naar de GGZgeestelijke gezondheidszorg langzaam weer toe. Vaak is zorg, zoals bijvoorbeeld huisartsenzorg, vervangen door zorg op afstand, via beeldbellen of andere e-health-toepassingen. De dagbesteding voor kwetsbare groepen, zoals bijvoorbeeld mensen die in een verpleeghuis wonen, is veelal nog onderbenut.