De COVID-19 epidemie en de maatregelen om die te bestrijden hebben tot grote verschuivingen in de gezondheidszorg geleid: sommige zorg kwam geheel stil te liggen, soms werd ook zorg in aangepaste vorm gegeven, zoals via de telefoon of via beeldbellen. Het uitstellen, aanpassen of door de patiënt vermijden van zorg kan leiden tot negatieve gevolgen voor de gezondheid.

Het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft aan het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gevraagd om deze indirecte effecten van de COVID-19 epidemie op zorg en gezondheid in kaart te brengen. Het gaat hierbij om het inventariseren van de omvang van de uitgestelde, afgeschaalde, vermeden of niet gegeven zorg en het maken van een inschatting van de gezondheidseffecten hiervan.

Indirecte gevolgen

Om deze indirecte gevolgen van de COVID-19 epidemie en de bestrijdingsmaatregelen voor de gezondheid te onderzoeken zijn gegevens over de omvang van verminderd geleverde zorg opgevraagd bij medisch specialistische verenigingen, paramedische beroepsorganisaties, koepelorganisaties in de zorg, patiëntenorganisaties en kennispartners. Op basis van literatuuronderzoek worden de gevolgen die uitstel (of afstel) van zorg (screening, diagnostiek en behandeling) heeft voor de gezondheid ingeschat. Uiteindelijk zullen deze cijfers en inzichten vanuit de literatuur vertaald worden naar schattingen van gezondheidseffecten. Dit onderzoek zal 6-wekelijks geactualiseerd en uitgebreid worden, waarmee toegewerkt wordt naar een kwantitatieve inschatting van de indirecte effecten van de COVID-19 epidemie op de zorg en gezondheid, anders dan de effecten van het virus zelf.

Vierde rapportage

In de eerdere drie rapportages (peildatums 25 mei, 15 juni en 6 juli 2020) werd voor een groot aantal sectoren in de zorg inzicht gegeven in de omvang van uitgestelde of aangepaste zorg als gevolg van de COVID-19 epidemie. Deze vierde rapportage (peildatum 21 augustus) bevat een actualisatie van de cijfers uit de vorige rapportages en cijfers voor een aantal nieuwe onderwerpen: farmaceutische zorg, oogheelkunde en operaties waarbij  gewrichtsprothesen worden geplaatst. Ten opzichte van de vorige drie rapportages is nu uitgebreidere informatie uit de sectoren jeugd en het sociaal domein beschikbaar, met onder andere gegevens over geweld in kwetsbare gezinnen.