Een virus verandert voortdurend. Ook het coronavirus SARS-CoV-2 verandert steeds een klein beetje. In het laboratorium onderzoekt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu hoe het virus verandert en wat dit betekent voor de verspreiding van het virus in Nederland. Dit noemen we kiemsurveillance.

In het laboratorium onderzoekt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wekelijks een steekproef van monsters. Bij dit onderzoek worden alle bouwstenen van het erfelijk materiaal van het virus (het RNAribonucleic acid) in kaart gebracht. Dit heet sequentieanalyse. Daarmee kunnen we de bouwstenen van het virus bekijken en vergelijken met die van andere monsters. Zo kunnen we zien of en hoe het virus verandert en kunnen we vaststellen of extra waakzaamheid voor bepaalde varianten noodzakelijk is. Ook zien we welke virussen van elkaar afstammen en hoe de verschillende varianten zich verspreiden. Dit noemen we fylogenetisch onderzoek.

Samenwerken en kennis delen

Bij dit onderzoek werkt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu samen met het Erasmus MCErasmus University Medical Center en andere laboratoria verspreid over het hele land. Wekelijks leveren de laboratoria een willekeurige selectie van monsters aan voor onderzoek. Dit soort analyses doet het RIVM al sinds het begin van de epidemie. Inmiddels gaat het om ongeveer 400 monsters per week. De komende tijd wordt dit aantal uitgebreid naar ongeveer 1200-1500 monsters per week. Het laboratoriumonderzoek vergt meer tijd en is ingewikkelder dan het analyseren van een monster voor bijvoorbeeld een PCR-test. Bij het onderzoek zijn dan ook verschillende specialisten betrokken. 

In de kiemsurveillance werkt het RIVM samen met het Erasmus MC en verschillende laboratoria verspreid over heel Nederland. Dit kaartje geeft een overzicht.

De gegevens uit het laboratoriumonderzoek leveren waardevolle informatie op over de verschillende varianten van het virus, de eigenschappen en verspreiding. Deze informatie wordt gebruikt in rekenmodellen van het RIVM om het verloop van de epidemie en de effecten van maatregelen te voorspellen. Daarnaast is deze informatie waardevol voor deskundigen over de hele wereld. Daarom worden de gegevens in een internationale database verzameld en gedeeld. Ook maakt het RIVM deel uit van internationale expertgroepen die de evolutie van dit virus monitoren. Zo kunnen experts bij onderzoeksinstituten en internationale organisaties zoals bijvoorbeeld het ECDCEuropean Centre for Disease Prevention and Control en de WHO over de hele wereld over dezelfde gegevens beschikken. Andersom haalt het RIVM informatie uit dit internationale netwerk over varianten van het virus die nog niet in Nederland geconstateerd zijn, maar mogelijk wel kunnen opduiken. 

Varianten van het virus

Naar schatting zijn er al duizenden verschillende varianten van het coronavirus. Ook in Nederland zien we sinds het voorjaar verschillende varianten van het virus rondgaan. Het feit dat er verschillende varianten van het virus zijn, is niet nieuw. Het is vooral belangrijk of de varianten die rondgaan ook nieuwe eigenschappen hebben die extra risico’s met zich meebrengen. Bijvoorbeeld omdat ze makkelijker overgedragen worden, omdat mensen er zieker van worden, of omdat de virusvarianten minder goed op vaccinatie reageren. Op dit moment is er een toenemend aantal varianten van het coronavirus die wereldwijd gevolgd en onderzocht worden: uit het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika en Brazilië.