Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu doet onderzoek bij gezinnen in Nederland waarin iemand besmet is met het nieuwe coronavirus. We Zo willen we met het ‘First Few Hundred’ onderzoek meer te weten komen over het verloop van de ziekte. We verzamelen informatie over hoe lang mensen met name kinderen en jongeren klachten hebben, hoe lang het duurt om te herstellen en hoe mensen ze afweer tegen het virus opbouwen. Ook willen we graag weten hoe de verspreiding van het virus binnen een gezin verloopt en of kinderen het virus ook doorgeven aan anderen.

Het nieuwe coronavirus wordt vooral verspreid tussen volwassen leeftijdgenoten. Binnen gezinnen zijn het vooral volwassenen die het virus overdragen aan hun kinderen. Kinderen kunnen wel besmet worden met het virus, maar geven het minder vaak door aan anderen.

Eerste deel: 54 gezinnen

Het onderzoek gebeurt onder honderd gezinnen met coronapatiënten. In samenwerking met GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Utrecht doen gezinnen mee met dit onderzoek. Voor het eerste deel van het onderzoek doen er 54 huishoudens mee met 239 deelnemers, waarvan 185 gezinsleden van een besmette patiënt. Het gaat in totaal om 123 volwassenen en 116 kinderen tussen de 1 en 16 jaar. Op 23 maart werd het eerste gezin bezocht. Voor het tweede deel van dit onderzoek doen er nog meer gezinnen mee. In de week van 25 mei zijn er nieuwe gezinnen bezocht. Het is niet mogelijk om je hiervoor op te geven. Via de GGD worden gezinnen van positief geteste kinderen benaderd voor deelname aan het onderzoek.

Opzet onderzoek

Als is vastgesteld dat iemand besmet is, krijgt het gezin zo snel mogelijk bezoek van een verpleegkundige. De verpleegkundige verzamelt dan neus-, keel-, speeksel- en bloedmonsters. Samen met het gezin wordt er een vragenlijst ingevuld. Deze vragenlijst bestaat onder andere uit vragen over symptomen, het soort contact met de persoon met een COVID-19 besmetting, de woonsituatie en eventuele onderliggende aandoeningen. Het gezin houdt vervolgens een maand lang hun klachten bij en verzamelt ontlastingmonsters. Als een gezinslid ziek wordt, nemen we weer een neus- en keelmonster af en bekijken we of deze persoon ook COVID-19 heeft. Twee tot drie én vier tot zes weken na het eerste huisbezoek nemen we van het hele gezin nog eens monsters af.

Verwerken van de resultaten

Per gezin duurt een onderzoekperiode zo’n 6 weken. Ze houden een maand klachten bij en gedurende 6 weken nemen we meerdere keren monsters bij hen af. Het verwerken van de resultaten gebeurt daarom zes weken nadat alle gezinnen het eerste huisbezoek hebben gehad. 

Eerste resultaten

Hoewel het onderzoek nog loopt, zijn er al wel eerste resultaten. De resultaten van het onderzoek in Nederlandse gezinnen bevestigen het beeld dat kinderen geen belangrijke rol spelen in de overdracht van het virus. Ze kunnen wel ziek worden, maar vaak zijn hun klachten heel mild. Bij het griepvirus (influenza) zie je vaak dat kinderen het virus gemakkelijk aan elkaar of aan volwassenen doorgeven. Dat lijkt bij het nieuwe coronavirus dus niet het geval. De bevindingen uit het onderzoek passen bij de resultaten van buitenlandse studies in onder meer China en Australië. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  heeft de resultaten na collegiale toetsing (peer review) gepubliceerd in het NTVGNederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Lees het artikel in NTVG: 'De rol van kinderen in de transmissie van SARS-CoV-2'.