De hygiënerichtlijn voor piercen is voor het laatst volledig herzien in 2014. Tussentijdse wijzigingen sinds de laatste herziening staan aangegeven in de Verantwoording.

De schoonmaakschema’s bij deze richtlijn kunt u hier downloaden als Word-document.

 

1 Inleiding

In deze inleiding beschrijven we voor wie deze Hygiënerichtlijn voor piercen is geschreven en wat het doel van de hygiëne-eisen is. Daarnaast wordt achtergrondinformatie over hygiëne gegeven. Tot slot vindt u een leeswijzer om snel uw weg te kunnen vinden naar de informatie die u zoekt.

Voor wie is deze hygiënerichtlijn?

Deze hygiënerichtlijn is geschreven voor eigenaren van piercingstudio’s. Met piercingstudio’s worden alle ondernemingen bedoeld waar men met een naald een doorboring maakt in de huid, slijmvliezen, kraakbeen of spierweefsel, zodat er een piercing kan worden geplaatst.

Zet u alleen piercings in oorlellen, het vlakke gedeelte van het kraakbeen van het oor en de neusvleugels? En gebruikt u hiervoor een piercinginstrument met een ‘push through’ systeem of een ‘spring loaded’ systeem? Gebruik dan de Hygiënerichtlijn voor het piercen van oren en neusvleugels’.  Deze ‘Hygiënerichtlijn voor piercen’ is dan niet van toepassing op uw werk.

De richtlijn is in de eerste plaats geschreven voor de ondernemer. Heeft u medewerkers in dienst? Dan moet u ervoor zorgen dat ook zij werken volgens de richtlijnen.

Wat is het doel van deze richtlijn?

U vindt in dit document zowel richtlijnen over de bouw, inrichting en schoonmaak van uw bedrijfsruimte als richtlijnen die direct te maken hebben met het aanbrengen van piercings. Per onderwerp staan er hygiënemaatregelen en -adviezen. Door u hieraan te houden, verkleint u de kans dat de piercing gaat ontsteken of infectieziekten worden overgedragen.

Vergunning

In het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen (zie hoofdstuk 5) is vastgelegd dat u als ondernemer een vergunning moet hebben. Deze vergunning moet u driejaarlijks aanvragen bij uw GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst. U krijgt alleen een vergunning als u aan de hygiënemaatregelen uit deze richtlijn voldoet. Als er in uw bedrijfsruimte gewerkt wordt zonder dat u hier een vergunning voor heeft, kan de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit u een waarschuwing of boete opleggen, of eventueel uw studio sluiten.

Er bestaan twee typen vergunningen. Welke vergunning voor u geldt, is afhankelijk van uw bedrijfsvoering. U moet een vergunning mét autoclaveren aanvragen wanneer u zelf instrumenten steriliseert, of u laat dit uitvoeren door een door u ingehuurd bedrijf. Er wordt dan getoetst of u zich bij het steriliseren houdt aan de normen in paragraaf 2.5 (onder het kopje ‘Eisen aan een autoclaaf’) en de normen in paragraaf 3.3. Als u alleen wegwerpmaterialen gebruikt, kunt u een vergunning zonder autoclaveren aanvragen. De normen in bovengenoemde paragrafen worden dan niet meegenomen in de vergunningverlening. Aan alle overige normen uit deze richtlijn moet u uiteraard wel voldoen.

Meer informatie over de vergunning vindt u in de Warenwetregeling tatoeëren en piercen.

Vrijstelling vergunningplicht voor evenementen

Een vergunning wordt altijd verleend voor het gebruik van piercingmateriaal in uw behandelruimte. Uw vergunning geldt dus niet voor andere locaties. Willen u of uw medewerkers op een evenement, zoals een beurs, conventie of markt piercen? Dan heeft u een vrijstelling van de vergunningplicht nodig. Hiervoor moet de organisator van het evenement ten minste twee maanden van tevoren schriftelijk melden bij de regionale GGD dat u komt piercen.

De organisatie komt alleen in aanmerking voor een vrijstelling als er wordt gewerkt met een artiest die in een studio werkt die in het bezit is van een vergunning. Deze eis wordt uiteraard niet gesteld aan buitenlandse artiesten.

Hygiëne en ziekteverwekkers

Een goede hygiëne voorkomt de verspreiding van micro-organismen. Voorbeelden van micro-organismen zijn bacteriën, virussen en schimmels. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige kunnen ziekten veroorzaken.

Door contact tussen mensen kunnen deze ziekteverwekkers zich van de ene mens naar de andere verspreiden. Als ze zich vervolgens vermenigvuldigen, kan iemand ziek worden. Zulke ziekten noemen we infectieziekten. Of een besmetting uitgroeit tot een infectie, heeft met verschillende dingen te maken:

  • de hoeveelheid ziekteverwekker waarmee iemand besmet is;
  • hoe gemakkelijk de ziekteverwekker mensen ziek maakt;
  • iemands lichamelijke conditie; de een wordt ziek, de ander voelt zich niet lekker en een derde heeft nergens last van.

Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?

Ziekteverwekkers verspreiden zich op de volgende manieren:

  • via de handen;
  • door de lucht (via druppels door hoesten, huidschilfers of stof);
  • via voedsel en water;
  • via voorwerpen (piercinginstrumenten en deurklinken);
  • via lichaamsvloeistoffen (speeksel, braaksel, ontlasting, bloed, enzovoorts);
  • via dieren (huisdieren en insecten).

Hygiëne voorkomt ziekte

Infectierisico’s beperkt u in de eerste plaats door een goede hygiëne. Alle regels in deze richtlijn hebben hiermee te maken. In de basis is hygiëne niet meer dan het volgende:

  • Breng wat vuil is niet in contact met wat schoon is. En andersom.
  • Maak schoon wat vuil is of gooi het weg.
  • Je kunt niet altijd aan de buitenkant beoordelen of iets vuil of schoon is.
  • Alles begint en eindigt met handhygiëne.

Leeswijzer

De belangrijkste hygiënemaatregelen bij het zetten van een piercing zijn in deze richtlijn op een rij gezet. Naast hygiëneregels vindt u in dit document een aantal andere, wettelijk vastgelegde eisen die direct van toepassing zijn op uw werkzaamheden, zoals de regels over de minimale leeftijd van klanten.

Elk hoofdstuk en elke paragraaf begint met een korte inleidende tekst. Hierin leest u wat de risico’s van het onderwerp zijn, en waarom de genoemde maatregelen de risico’s verkleinen. Daarna volgt een opsomming van de hygiënenormen. 

Hygiënenormen

  • De (hygiëne)normen staan in een geel kader. Dit zijn de minimale eisen aan een goed beleid. Deze maatregelen worden bij de vergunningverlening getoetst door de GGD. U mag hier alleen van afwijken als u een vergelijkbaar of beter alternatief toepast. De GGD-inspecteur beoordeelt of een werkwijze, methode of middel een vergelijkbaar of beter alternatief is.

Tips

  • Tips herkent u aan schuingedrukte tekst in een grijs kader. Deze punten zijn vrijblijvend. Maar als u de tips opvolgt, werkt u professioneler.

In hoofdstuk 7 vindt u schoonmaakschema’s en instructies voor uitvoerend medewerkers. In hoofdstuk 8 staat informatie voor de klant. De schoonmaakschema’s, de instructies handhygiëne en de informatie voor de klant kunt u downloaden en uitprinten. 

2 Het zetten van een piercing

Micro-organismen kunnen niet door een intacte huid heen. De huid biedt hierdoor bescherming tegen infecties. Tijdens het piercen wordt de huid beschadigd. Daardoor kan de gepiercete plek makkelijker geïnfecteerd raken. Door hygiënisch te werken bij het zetten van een piercing, verkleint u dit risico. Een goede hygiëne voorkomt ook dat eventuele ziekteverwekkers in het bloed of op de huid van uw klant worden overgedragen op uzelf of uw materialen.

In dit hoofdstuk vindt u de hygiënemaatregelen die u voor, tijdens en direct na het zetten van een piercing moet nemen.

2.1 Algemene maatregelen

In deze paragraaf staan algemene maatregelen die tijdens het hele proces van piercen (voorbereiding, het zetten en de wondverzorging) gelden.

Handhygiëne

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Er zijn twee manieren waarop u handhygiëne kunt toepassen. Door de handen te wassen met water en zeep of door de handen te desinfecteren met een handdesinfecterend middel. In hoofdstuk 7 vindt u printklare instructies voor het handen wassen en desinfecteren.

Hygiënenormen

  • Pas handhygiëne toe:
    • voor en na het aanbrengen van de piercing;
    • voor en na de verzorging van piercing;
    • voor en na het dragen van handschoenen;
      Bij het uittrekken van de handschoenen kunnen deze (ongemerkt) tegen uw huid komen. Uw handen kunnen dan besmet raken met micro-organismen.
    • als er bloed of andere lichaamsvochten op uw handen zitten, of als u met blote handen de beschadigde huid heeft aangeraakt;
    • na een toiletbezoek;
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk door de zakdoek heen op uw handen komen.
  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als uw handen zichtbaar vuil zijn.
    Gebruik géén handdesinfecterend middel; door zichtbaar vuil vermindert de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert.
    Voor goede handhygiëne is het voldoende als u alleen wast of desinfecteert. Doe het dus niet beide, direct na elkaar; uw huid droogt dan meer uit en beschadigt sneller.
  • Gebruik alleen handdesinfecterende middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.
    Zie paragraaf 3.2.
  • Was uw handen zo:
    • Maak eerst uw handen nat.
    • Doe daarna vloeibare zeep uit een dispenser op uw handen.
    • Wrijf de zeep minimaal 10 seconden goed uit. Wrijf ook uw duimen, vingertoppen, polsen en de huid tussen uw vingers in.
    • Spoel de zeep af.
    • Droog uw handen en polsen met een wegwerphanddoekje.
    • Heeft u geen no-touch kraan? Sluit de kraan dan met het wegwerphanddoekje.
    • Gooi het handdoekje weg.
  • Desinfecteer uw handen zo:
    • Zorg dat uw handen droog zijn. Vocht verdunt het handdesinfecterende middel, waardoor deze onvoldoende werkt.
    • Neem zoveel handdesinfecterend middel dat het kuiltje van je hand is gevuld.
    • Wrijf uw handen hier helemaal mee in. Neem ook uw duimen, vingertoppen, polsen en de huid tussen uw vingers mee.
    • Blijf het middel uitwrijven tot alles is opgedroogd. Pas dan zijn de micro-organismen gedood.
  • Draag geen hand- en polssieraden of lange nagels.
    Met uitzondering van een gladde ring (binnen- én buitenzijde glad). Onder ringen, armbanden, horloges en lange nagels kunnen veel micro-organismen zitten, die niet makkelijk weggaan door de handen te wassen of te desinfecteren.

Tips

  • Smeer uw handen een paar keer per dag in met een handlotion of -crème uit een tube of dispenser. Dit gaat het uitdrogen van uw huid tegen. Gebruik geen middelen uit potjes; deze raken sneller besmet met micro-organismen.

Handschoenen

In bloed en andere lichaamsvochten kunnen gevaarlijke ziekteverwekkers zitten, bijvoorbeeld de virussen die hepatitis B, C en hivhumaan immunodeficientievirus veroorzaken.

Hygiënenormen

  • Draag handschoenen zodra er kans is dat uw handen in contact komen met bloed of wondvocht van de klant.
  • Draag ook handschoenen wanneer u zelf open wondjes of huidbeschadigingen aan uw handen heeft. Dek deze bovendien af met een pleister die geen vocht doorlaat.
  • Trek handschoenen na gebruik binnenstebuiten uit en gooi ze weg. Was of desinfecteer direct daarna uw handen.
  • Gebruik alleen handschoenen:
    • die vervaardigd zijn van poedervrije latex of nitril;
    • die voldoen aan de NENNederlandse norm over informatiebeveiliging in de zorg normen EN 420, EN 455 én EN 374;
      Controleer dit op de verpakking.
    • uit een verpakking waarop een CEConformité Européenne-markering staat (zie afbeelding).
      logo CE-markering
    • uit een verpakking waarop de naam en het adres van de producent staat. Als dit geen adres binnen de EUEuropean Union is, moet ook de naam en het adres van de EU-vertegenwoordiger vermeld zijn.
  • Heeft u een latexallergie of een vermoeden hiervan, gebruik dan nitril. Raadpleeg bij twijfel uw arts.
  • Vraag of uw klant een latexallergie heeft of een vermoeden hiervan. Gebruik in dat geval nitril.

Roken, alcohol en drugs

Met het oog op de veiligheid voor klanten gelden de volgende regels:

Hygiënenormen

  • Rook niet in de behandelruimte.
  • Gebruik geen alcohol of drugs vóór en tijdens de werkzaamheden.
  • Heeft u werknemers in dienst? Zorg dan dat zij hun werk kunnen uitvoeren zonder hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Dit bent u verplicht op grond van de Tabakswet (art. 11a, 1e lid). U mag wel een apart afgesloten rookruimte maken; zorg er dan voor dat uw personeel hier niet hoeft te komen voor hun werkzaamheden (Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten, art. 2, 2e lid).

Overige algemene maatregelen

Hygiënenormen

  • Draag schone kleding.
  • Drink of eet niet in de behandelruimte of tijdens het piercen.
  • Laat geen (huis)dieren toe in de behandelruimte.
  • Pierce dezelfde plek niet als de huid nog geïrriteerd of niet hersteld is. Pierce dezelfde plek in ieder geval niet binnen drie maanden opnieuw.

Tips

  • Pierce niet als een klant (nog) twijfelt. Geef klanten altijd de gelegenheid om goed over de beslissing tot het plaatsen van een piercing na te denken.
  • Pierce geen klanten die onder invloed zijn van alcohol of drugs, zwanger zijn of een aandoening hebben die is beschreven in paragraaf 8.1. Kijk voor achtergrondinformatie over de risico’s op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.
  • Zorg dat er altijd iemand met een EHBOeerste hulp bij ongelukken-diploma aanwezig is in de studio.
  • Stel u op de hoogte van de anatomie van het menselijk lichaam. Zo voorkomt u dat piercings onherstelbare weefselschade veroorzaken of dat piercings (te) snel uitgroeien. Zet bij voorkeur geen piercings:
    • in de vlakke huid (zoals op de armen, borst, nek of het voorhoofd). Deze piercings genezen moeilijk en groeien vaak uit. Uitzondering: dermal anchors zijn wel geschikt voor de vlakke huid;
    • in tepels bij meisjes met onvolgroeide borsten;
    • tussen de duim en wijsvinger. Door de beweeglijkheid van de hand geneest zo’n piercing slecht;
    • in de wang. Hierbij ontstaat vaak een kuiltje;
    • bij belangrijke zenuwen of grote (slag)aders.

2.2 Bescherming tegen bloedoverdraagbare ziekten

Tijdens het piercen komt er meestal bloed en wondvocht van de klant vrij. Wanneer dit in aanraking komt met uw bloed of uw slijmvliezen, bestaat de kans dat u een bloedoverdraagbare ziekte oploopt. Voorbeelden van zulke ziekten zijn hepatitis B, hepatitis C en hivhumaan immunodeficientievirus.

In deze paragraaf vindt u informatie over de vaccinatie tegen hepatitis B. Ook beschrijven we wat u moet doen wanneer u zich prikt aan een gebruikte naald.

Vaccinatie tegen hepatitis B

Tegen hepatitis C en hiv kunt u zich niet laten inenten. Een goede uitvoering van de hygiënemaatregelen is daarom erg belangrijk. Tegen hepatitis B kunt u zich wel laten vaccineren. Omdat hepatitis B veel besmettelijker is dan hepatitis C en hiv, wordt deze vaccinatie sterk aangeraden.

Bij de vaccinatie krijgt u in totaal drie injecties. De tweede injectie krijgt u één maand na de eerste. De derde injectie vijf maanden na de tweede. Vier tot zes weken na de laatste vaccinatie kunt u een zogenaamde titerbepaling laten doen. Hiermee wordt getest of uw lichaam genoeg antistoffen tegen hepatitis B heeft aangemaakt. Als dit zo is, bent u langdurig (waarschijnlijk levenslang) beschermd. U kunt de ziekte dan niet meer krijgen én niet meer overdragen op anderen.

Tips

  • Laat u vaccineren tegen hepatitis B. Neem hiervoor contact op met uw huisarts of de regionale GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

Prikken aan een gebruikte naald

Als u zich prikt aan een gebruikte naald, bestaat de kans dat u een bloedoverdraagbare ziekte oploopt. Ook door handschoenen heen kunt u zich prikken. Werk daarom rustig en geconcentreerd, en houd u aan het volgende:

Hygiënenormen

  • Gooi gebruikte naalden direct in een UNUnited Nations-naaldcontainer.
  • Prikt u zich? Handel dan als volgt:
    • Laat het wondje goed doorbloeden.
    • Spoel het wondje met water of fysiologisch zout.
    • Desinfecteer het wondje met een wonddesinfecterend middel, voorzien van een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer.
    • Dek het wondje af.
    • Neem direct contact op met uw huisarts, de regionale GGD of het ziekenhuis. Zorg dat u hun telefoonnummers snel kunt vinden.

2.3 Het doornemen van de risico’s met de klant

Hygiënenormen

  • Geef klanten, en hun eventuele wettelijke vertegenwoordiger, vóór het zetten van de piercing, schriftelijke informatie over:
    • de gevaren voor infecties en andere complicaties;
    • de risico’s van het gebruik van het piercingmateriaal bij gezondheidsklachten.
      Dit bent u verplicht op grond van de Warenwetregeling tatoeëren en piercen, art. 6. De tekst die u moet uitdelen vindt u in paragraaf 8.1.
  • Geef klanten, en hun eventuele wettelijke vertegenwoordiger, vóór het zetten van de piercing, schriftelijke informatie over het verzorgen van de piercingwond.
    Dit bent u verplicht op grond van de Warenwetregeling tatoeëren en piercen, art. 6. Een voorbeeld van deze nazorginstructies vindt u in paragraaf 8.2. Wilt u deze voorbeeldtekst aanpassen? Zorg dan dat uw tekst minimaal de informatie uit het voorbeeld bevat, en overige informatie niet misleidend of onjuist is.
  • Ga bij de klant na of hij of zij bepaalde allergieën heeft.
  • Controleer de huid op zichtbare infecties, zwellingen, verdikkingen en wratjes; behandel alleen een onbeschadigde huid.
    Let op: pierce nooit zonder toestemming van een arts op wijnvlekken, moedervlekken of een huid die is aangetast door huidziekten. Wijnvlekken kunnen bloedingen veroorzaken en moedervlekken kunnen niet meer medisch worden gecontroleerd.

Tips

  • Geef klanten de informatie over risico’s en nazorg (hoofdstuk 8) ook mee naar huis, zodat ze het nogmaals kunnen doornemen. Bespreek ook mondeling waarom de klant een piercing wil laten zetten en leg in dit gesprek uit wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn.

Toestemmingsformulier

U kunt er voor kiezen om klanten vóór het zetten van de piercing een toestemmingsformulier te laten tekenen. Op dit formulier geeft de klant aan dat hij of zij goed geïnformeerd is en toestemming geeft voor het aanbrengen van een piercing. Een voorbeeld van dit formulier vindt u in paragraaf 8.3. Let er op dat aan het verkrijgen en bewaren van persoonsgegevens voorwaarden verbonden zijn op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVGalgemene verordening gegevensbescherming). Meer informatie vindt u op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Tips

  • Laat het formulier bij klanten jonger dan 16 jaar ondertekenen door de wettige vertegenwoordiger.
  • Leg toestemming van de klant om het formulier te bewaren vast.
  • Geef de klant een kopie van het ondertekende toestemmingsformulier.

2.4 Pijnstilling

Sommige klanten willen voor of tijdens het zetten van een piercing pijnstilling gebruiken. Hieraan is voor u als ondernemer een aantal regels verbonden:

Hygiënenormen

  • Willen klanten pijnstilling gebruiken die alleen op recept van een arts of als U.A.D. (=Uitsluitend verkrijgbaar bij Apotheek en Drogist) verkrijgbaar is? Laat ze deze middelen dan zelf meenemen. U mag deze middelen volgens de gebruiksaanwijzing aanbrengen.
  • U mag geen plaatselijke verdoving importeren, bewaren of doorverkopen. Zie de Geneesmiddelenwet, art. 40m lid 1 en 2.

Tips

  • Breng geen lidocaïne of prilocaïne crème of pleisters aan op een beschadigde huid of bij de ogen. Het kan hier irriterend werken. Doseer volgens de gebruiksaanwijzing. Overdosering kan ernstige bijwerkingen veroorzaken.
  • Een klant mag tijdens of na het zetten van een piercing vrij verkrijgbare pijnstillers gebruiken zoals paracetamol of ibuprofen. Laat ze geen bloedverdunnende middelen gebruiken die acetylsalicylzuur bevatten, zoals aspirine, acetosal, alka-seltzer en ascal.

2.5 Eisen aan instrumenten, materialen en sieraden

Om hygiënisch en veilig te kunnen werken, zijn eisen gesteld aan de instrumenten, materialen en sieraden die u gebruikt. Eerst worden de algemene eisen aan instrumenten en materialen besproken, gevolgd door de eisen aan sieraden en de aandachtspunten bij het bewaren van steriel verpakte instrumenten en sieraden. Steriliseert u zelf? Stel u dan ook op de hoogte van de eisen die zijn beschreven aan het einde van deze paragraaf.

Algemene eisen aan instrumenten en materialen

Piercings kunnen gezet worden met een ‘piercingnaald’ of een ‘blade’. Een piercingnaald is een steriele infuusnaald, waar een plastic beschermhoesje om zit. Dit beschermhoesje wordt een canule genoemd. Een blade is een losse steriele naald. Bij het piercen met blades wordt soms een kurk achter de te piercen huid gehouden.

Bij het piercen met een piercingnaald, blijft de canule na het piercen achter in de huid. Vervolgens wordt het sieraad door deze canule getrokken. Hierdoor is er bij het gebruik van piercingnaalden minder kans op een prikongeval dan bij het gebruik van blades. Een tweede voordeel van piercingnaalden is dat het aansluitstuk op de naald als grip gebruikt kan worden. Hierdoor hoeft u de naald niet met de hand aan te raken. Het gebruik van piercingnaalden heeft daarom de voorkeur.

Dermal anchors worden met een speciale steriele piercingnaald gezet. Voor het oprekken van de huid kunt u stretchnaalden gebruiken. Bij het oprekken kan ook een glijmiddel gebruikt worden.

Tijdens het piercen kunt u de huid vasthouden met zogenaamde tampontangen. De meeste tangen hebben een cirkelvormige of driehoekige grip, met of zonder opening. Het voordeel van een tang met opening is dat deze na het aanbrengen van de naald eenvoudig te verwijderen is. Bij de tang met opening wordt vaak een elastiekje gebruikt. Sommige piercers doen aan ‘free hand piercen’, hierbij wordt de huid tussen vinger en duim vastgehouden. Het risico om u te prikken aan een naald is hierbij groter.

Bij het afwerken van de piercing mag u zo nodig een tang of een ball holder gebruiken. Het voordeel van een ball holder is dat u het knopje niet met de handen hoeft aan te raken.

Andere materialen die van pas kunnen komen zijn:

  • een middel om de te piercen plek te markeren en cocktailprikkers om dit middel aan te brengen;
  • gaasjes (bijv. voor het drogen van de tong);
  • steriele wattenstaafjes of steriele gaasjes (om de huid schoon te maken na het zetten);
  • een glijmiddel (handig voor het oprekken van piercings).

De eisen aan deze instrumenten en materialen zijn als volgt:

Hygiënenormen

  • De volgende instrumenten en materialen moeten steriel zijn:
    • piercingnaalden;
    • blades;
    • tangen;
    • pincetten;
    • scharen (om zo nodig een stukje van de canule te knippen);
    • wattenstaafjes of steriele gaasjes om de huid schoon te maken na het piercen.
      Steriliseer de hoeveelheid wattenstaafjes die u per klant nodig heeft van tevoren in een laminaatzakje. Zie paragraaf 3.3 voor meer informatie over steriliseren.
  • Koop steriele materialen voor eenmalig gebruik, zoals naalden, steriel in. Steriele instrumenten die u kunt hergebruiken, mag u zelf steriliseren.
    Zie paragraaf 3.3 voor meer informatie over steriliseren.
  • Steriliseert u uw tangen zelf? Steriliseer ze dan in hun geheel, mét het elastiekje. Gebruikt u wegwerpartikelen, pak dan telkens een schoon elastiekje uit de verpakking en breng deze over de handvatkant van de tang aan. Gooi het elastiekje na gebruik weg.
  • Desinfecteer ball holders vlak voor gebruik. Maak ze na gebruik schoon in een ultrasoon reinigingsbad (zie paragraaf 3.1) en laat ze rechtop drogen.
    Ball holders kunnen vanwege het risico op inwendige roestvorming niet gesteriliseerd worden.
  • Gebruik alleen schone kurken, cocktailprikkers en gaasjes. Deze hoeven niet steriel te zijn. Gooi ze na gebruik weg.
  • Gebruik Gentiaanviolet opgelost in alcohol 70% of Betadinejodium om de plek die u gaat piercen te markeren.
    Betadinejodium koopt u bij de apotheek of drogist. Een Gentiaanvioletoplossing kunt u laten aanmaken bij een apotheek. Laat ze hiervoor 0,1 gram Gentiaanviolet (CI 42555) oplossen in 10 ml alcohol 70%.
  • Gebruik zo nodig een glijmiddel uit een eenpersoonsverpakking voor het oprekken van een piercing.
  • Gebruik bij voorkeur piercingnaalden in plaats van blades. Pierce alleen met blades als piercingsnaalden niet gebruikt kunnen worden bij de handeling.

Eisen aan sieraden

In sieraden van metaal kan nikkel zitten. Contact met nikkel kan eczeem veroorzaken. Daarom is in bijlage XVII van de Europese REACH verordening voor chemische stoffen vastgelegd hoeveel nikkel in sieraden voor piercings mag zitten:

  • In staafjes die in de oren en in andere delen van het menselijk lichaam worden geplaatst, mag geen nikkel (CAS-nr. 7440-02-0, EINECS-nr. 231-111-4 en de verbindingen daarvan) zitten. Uitzondering: staafjes waaruit maximaal 0,2 μg/cm2/week vrijkomt, mogen wel gebruikt worden.

Op basis van de REACH verordening bent u als piercer verplicht ervoor te zorgen dat de sieraden die u bij klanten zet of aan hen verkoopt, aan bovenstaande eis voldoen. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit houdt toezicht op deze wetgeving. 

Hygiënenormen

  • Gebruik alleen sieraden die aan bovenstaande nikkeleis voldoen.

Tips

  • Leg in een inkoopovereenkomst met uw sieradenleverancier vast dat u alleen sieraden krijgt die voldoen aan de bovenstaande nikkeleis.

Houd daarnaast bij sieraden rekening met het volgende: 

Hygiënenormen

  • Zorg dat sieraden die tijdens de genezing van de piercing worden gedragen:
    • hypoallergeen zijn;
    • niet aangetast worden door lichaamsvloeistoffen en -weefsels, zoet en zout water, oliën en vetten, zeep- en haarproducten.
  • Zorg, bij stalen sieraden, dat het staal hoogglans te polijsten is en niet roest.
  • Gebruik alleen steriel verpakte sieraden.
  • Kies een steriel sieraad met de juiste diameter en lengte. Te krappe of te wijde sieraden geven meer complicaties. Een staafje moet bij een tongpiercing aan beide kanten 4 tot 5 mm uitsteken (in verband met hevige zwelling). Op andere plekken moet dit minimaal 1,5 mm zijn.

Het bewaren van steriel verpakte instrumenten en sieraden

Steriel verpakte instrumenten en sieraden blijven alleen steriel als de verpakking droog en onbeschadigd is. Houd u daarom bij deze verpakkingen aan het volgende: 

Hygiënenormen

  • Schrijf of stempel niet op de verpakking. Uitzondering: de sterilisatiedatum en het batchnummer mag u op de peel-off rand (het laminaat) schrijven.
  • Maak geen bundels van de steriele verpakkingen. Gebruik geen nietjes, paperclips of elastiekjes.
  • Berg steriel verpakte instrumenten en sieraden voorzichtig op:
    • prop ze niet in kastjes en laatjes;
    • hanteer het first-in-first-out-principe;
      Dit betekent dat u de instrumenten en sieraden die het eerst gesteriliseerd of geleverd zijn, vooraan zet en als eerste gebruikt.
    • bewaar ze niet op plaatsen waar ze nat kunnen worden, zoals het aanrecht.
  • Transporteer de verpakkingen in een goed afsluitbare schone kunststof box.
  • Gebruik de instrumenten en sieraden niet als de verpakking:
    • beschadigd of gescheurd is;
    • (deels) geopend is;
    • vochtig is of vochtkringen vertoont;
    • vuil is geworden.
  • Gebruik instrumenten en sieraden die door de fabrikant zijn gesteriliseerd niet langer dan de aangegeven uiterste gebruiksdatum.

Steriliseert u uw instrumenten en sieraden zelf? Dan geldt ook het volgende:

  • Gebruik laminaatzakjes nooit na de aangegeven uiterste gebruiksdatum.
  • Houd een logboek bij waarin u met batchnummers aangeeft welke materialen u wanneer heeft gesteriliseerd. Blijkt er uit onderzoek dat materialen niet goed zijn gesteriliseerd? Reinig en steriliseer dan alle materialen met hetzelfde batchnummer opnieuw.
  • Gebruik zelf gesteriliseerde instrumenten en sieraden binnen zes maanden. Noteer hiervoor de sterilisatiedatum en het batchnummer op de peel-off rand (het laminaat). Gebruik hiervoor een sticker of schrijf het erop met een zachte pen of stift die de verpakking niet beschadigt (bijvoorbeeld een dvd-marker).

Eisen aan een autoclaaf (stoomsterilisator)

Bij steriliseren worden alle micro-organismen, ook de niet-ziekmakende, die op het instrument zitten, gedood. In een stoomsterilisator, ook wel autoclaaf genoemd, worden micro-organismen gedood door stoom. De instrumenten moeten in zogenaamde laminaatzakjes in de stoomsterilisator worden gelegd.

Voor een goed sterilisatieresultaat, zijn twee zaken belangrijk:

  1. Alle lucht moet verwijderd worden uit de autoclaaf, uit de verpakkingen en uit de holtes in instrumenten.
  2. De laminaatzakjes en hun inhoud moeten aan het eind van het sterilisatieproces droog zijn. Natte verpakkingen zijn niet steriel omdat deze micro-organismen doorlaten. De zakjes drogen door een vacuümpomp of doordat gefilterde lucht door het apparaat wordt geblazen.

De lucht kan met verschillende technieken worden verwijderd. Sommige technieken steriliseren bepaalde instrumenten (bijvoorbeeld holle instrumenten) onvoldoende. De fabrikant is verplicht om aan te geven voor welke instrumenten zijn autoclaaf geschikt is. In het algemeen geldt dat eenvoudige holle instrumenten alleen gesteriliseerd kunnen worden in VSVerenigde Staten-autoclaven of B-autoclaven. In deze autoclaven kunt u ook massieve instrumenten, zoals pincetten en tangen, steriliseren. Meer uitleg over de verschillende klassen stoomsterilisatoren vindt u in paragraaf 9.1.

Hygiënenormen

  • Gebruik alleen een autoclaaf die geschikt is voor de instrumenten die u wilt steriliseren. De fabrikant moet dit aangeven.
  • Gebruik alleen een autoclaaf die de laminaatverpakkingen na het sterilisatieproces met gesloten deur droogt.
  • Voer regelmatig onderhoud uit aan uw autoclaaf, volgens voorschrift van de fabrikant. Doe dit jaarlijks, of zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Test regelmatig of uw autoclaaf nog werkt. Gebruik hiervoor een lektest. Als vuistregel geldt: bij dagelijks gebruik, moet u de werking wekelijks testen. Test in ieder geval maandelijks.
    Voorbeeld van een test: de luchtverwijdering uit holle voorwerpen kunt u testen met een Helixtest (geschikt voor B-autoclaven) of een verkorte Helixtest (geschikt voor VS-autoclaven). Met deze test wordt bepaald of de stoom in uw autoclaaf doordringt tot de diepste plekken in holle instrumenten. Uw autoclaaf werkt goed wanneer de indicatorstrip van de helix voldoende van kleur is veranderd. De fabrikant van de (verkorte) Helixtest moet aangeven welke kleurverandering u moet waarnemen en voor welk type autoclaaf de helixtest geschikt is. Een veel gebruikte verkorte Helixtest is de zogenaamde Tattoo-PCD of Blackbox.
  • Neem contact op met de leverancier als uw autoclaaf onvoldoende lijkt te werken. Aanwijzingen hiervoor zijn:
    • de sterilisatietemperatuur wordt niet bereikt;
    • de sterilisator lekt, maakt sissende geluiden of produceert stoompluimen;
    • het proces duurt veel langer dan normaal;
    • de laminaatzakjes komen nat uit de sterilisator;
    • de indicatoren op de laminaatzakjes verkleuren niet goed;
    • de indicatorstrip van uw helixtest is onvoldoende van kleur veranderd na het sterilisatieproces;
    • de sterilisator heeft regelmatig een storing.

2.6 Hygiënische principes vóór, bij en na het piercen

Hygiënische principes bij het voorbereiden en het zetten van een piercing

Door tijdens het voorbereiden en zetten, oprekken of wisselen van een piercing hygiënisch en veilig te werken, verkleint u het infectierisico voor uzelf en uw klant. Werk daarom volgens onderstaande hygiënische principes. Een voorbeeld van een hygiënische werkwijze vindt u in paragraaf 9.2. U kunt werken volgens de stappen in dit voorbeeld. Maar u mag ook een andere volgorde aanhouden, als u daarbij werkt volgens onderstaande principes.

Voor het leesgemak wordt hieronder gesproken over ‘piercen’. Hiermee wordt ook het oprekken van de huid, het wisselen van een piercing en het zetten van een dermal anchor bedoeld.

Hygiënenormen

  • Was of desinfecteer uw handen voordat u uw benodigdheden klaarzet.
  • Leg vóór het piercen alle benodigdheden klaar op een schone ondergrond, binnen handbereik van uw behandeltafel of -stoel.
    Let op: laat steriele materialen in de verpakking tot aan gebruik.
  • Knip lichaamshaar bij voorkeur kort in plaats van het te scheren. Gebruik bij scheren alleen wegwerpscheermesjes. Gooi deze direct na gebruik weg, zonder het hoesje erop te zetten!
    Zo verkleint u de kans om uzelf te snijden.
  • Pierce alleen op gedesinfecteerde huid (met uitzondering van de tong). Desinfecteer de huid pas ná het eventuele knippen of scheren maar voordat u de plek markeert met Gentiaanviolet of Betadinejodium. Gebruik een huiddesinfecterend middel met een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer. Houd de inwerktijd aan die de fabrikant voorschrijft. Wacht in ieder geval tot de huid droog is.
  • Laat de klant na het desinfecteren niet (of zo min mogelijk) meer opstaan uit of van de behandelstoel of -tafel.
  • Markeer de plek die u gaat piercen met Gentiaanviolet opgelost in alcohol 70% of Betadinejodium.
  • Open de steriele materialen vlak voordat u gaat piercen volgens aanwijzing op de verpakking. Laat ze op de steriele binnenkant van de verpakking liggen.
    Zo voorkomt u dat de materialen in aanraking komen met uw handen of de buitenkant van de verpakking. Druk steriele instrumenten of sieraden nooit door de verpakking heen!
  • Trek direct na het openen van de steriele verpakkingen schone handschoenen aan. Desinfecteer de handschoenen met een toegelaten middel door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides (geen handalcohol!) uit een dispenser met elleboogbediening. Laat het middel aan de lucht drogen. Dit duurt ongeveer een minuut.
  • Begin direct na het desinfecteren van de handschoenen met piercen.
    Let op: neem bij het stretchen van een piercing dezelfde stappen. Het stretchen van piercings mag pas uitgevoerd worden ná minimaal 6 weken na het plaatsen van de piercing.
  • Raak tijdens het piercen en het afwerken van de piercing geen andere materialen aan, om besmetting met micro-organismen te voorkomen.
  • Gebruik bij voorkeur tangen in plaats van de free hand methode om de huid tijdens het piercen vast te houden.
  • Gooi naalden direct na gebruik in de naaldcontainer.
  • Trek direct na het piercen de handschoenen uit en gooi ze weg. Was of desinfecteer uw handen.
  • Ruim de gebruikte instrumenten, materialen en de behandelruimte na het piercen op volgens de aanwijzingen in de volgende alinea.

Hygiënische principes na het zetten van een piercing

Na het zetten van de piercing moet u:

  • Instrumenten en materialen voor eenmalig gebruik weggooien. De eisen hieraan vindt u in deze paragraaf onder het kopje ‘Afvalverwerking’.
  • Instrumenten die u wilt hergebruiken op de juiste wijze schoonmaken. De voorbereiding die u hiervoor moet treffen, wordt beschreven in deze paragraaf onder het kopje ‘Hergebruik’. Uitgebreide informatie over het schoonmaken van instrumenten staat in hoofdstuk 3 en in het schoonmaakschema in paragraaf 7.2.
  • De behandelruimte schoonmaken. Meer informatie hierover, en over de dagelijkse schoonmaak, vindt u in paragraaf 7.2.

Afvalverwerking

Scherp afval

Naaldmodules moet u verzamelen in een UNUnited Nations-gekeurde naaldcontainer. (zie afbeelding van UN-keurmerk). Het schoonmaken en steriliseren van gebruikte naalden is niet betrouwbaar en dus niet toegestaan.

logo UN-keurmerk

UN-gekeurde naaldcontainers zijn van hard plastic. Hierdoor zijn ze lekdicht en ondoordringbaar voor naalden. Bovendien kan de container na afsluiting niet heropend worden. Hierdoor kunnen ze veilig getransporteerd worden. UN-gekeurde naaldcontainers herkent u aan het afgebeelde teken.

Volle naaldcontainers vallen in de categorie ‘ziekenhuisafval’. Aan de afvoer van ziekenhuisafval zijn bij wet eisen gesteld (zie hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer). Zo mag u uw containers alleen inleveren bij inzamelaars die een zogeheten VIHB-nummer hebben. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst houdt geen toezicht op de Wet milieubeheer. Daarom wordt het inleveren van uw naaldcontainers niet gecontroleerd als onderdeel van de vergunningverlening. 

Hygiënenormen

  • Gooi gebruikte naalden direct na gebruik in een UN-gekeurde naaldcontainer. Zorg dat het deksel stevig vast zit op de container.
  • Geef naalden nooit mee aan de klant.
  • Vul de naaldcontainer niet boven de aangegeven vullijn. Sluit de naaldcontainer als de vullijn is bereikt en lever hem in.
Overig afval

Hygiënenormen

  • Gooi alle gebruikte materialen die u niet hergebruikt en die niet tot scherp afval behoren, direct na gebruik weg in de afvalbak. Bijvoorbeeld het elastiekje van de tang, canules, kurken, wattenstaafjes, gaasjes, cocktailprikkers en handschoenen.
  • Heeft u sieraden over die al bij een klant zijn gebruikt? Gooi deze dan ook weg. Ze mogen nooit worden hergebruikt voor een andere klant, ook niet als u ze schoonmaakt en steriliseert.

Hergebruik

Veel instrumenten kunt u hergebruiken door ze schoon te maken en te desinfecteren of steriliseren (zie hoofdstuk 3). Bijvoorbeeld tangen. Als voorbereiding hiervoor moet u instrumenten na gebruik in een bewaarbak leggen. Ook als u het steriliseren van de instrumenten uitbesteedt, moet u de instrumenten eerst weken voordat u ze vervoert. 

Hygiënenormen

  • Zet de bewaarbak op een veilige plaats, waar hij niet kan omvallen.
  • Vul de bewaarbak met een oplossing van een reinigingsmiddel. Vervang de oplossing dagelijks. Als u uw instrumenten dezelfde dag nog schoonmaakt en desinfecteert of steriliseert, mogen de instrumenten ook droog bewaard worden.
  • Leg de instrumenten in een inzetbak met gaatjes in de bewaarbak.
  • Giet de oplossing vlak voordat u de instrumenten wilt schoonmaken of transporteren af. Neem de inzetbak uit de bewaarbak. Spoel de inzetbak met inhoud af met koud water. Draag hierbij bij voorkeur een wegwerpschort.

Heeft u het steriliseren uitbesteed? Dan kunt u de gebruikte instrumenten droog, nat of vochtig vervoeren. Vochtig transport komt het vaakst voor. Handel hierbij als volgt:

Hygiënenormen

  • Zet de inzetbak met afgespoeld instrumentarium in een afsluitbare en lekvrije (kunststof) transportbak. Gebruik een bak die goed schoon te maken is.
  • Sluit de bak goed af tijdens het vervoer.
  • Scheid het schone en vuile materiaal tijdens het vervoer.
  • Stel een contract op met het bedrijf aan wie u het steriliseren uitbesteedt. Dit contract moet in uw studio aanwezig zijn, zodat inspecteurs het kunnen bekijken.
  • Zorg dat in het contract wordt vermeld dat het steriliseren gebeurt volgens de eisen die gesteld zijn in deze hygiënerichtlijn (zie paragraaf 2.5, onder het kopje ‘Eisen aan een autoclaaf’ en paragraaf 3.3).
  • Neem ook in het contract op dat het sterilisatiebedrijf een logboek bij moet houden. Hierin moeten ze met batchnummers aangeven welke materialen ze wanneer voor u hebben gesteriliseerd. Leg vast dat ze in geval van fouten in het sterilisatieproces al uw materialen met het betreffende batchnummer opnieuw steriliseren.

3 Schoonmaken, desinfecteren en steriliseren

In vuil en stof kunnen ziekteverwekkers zitten. Door schoon te maken, haalt u ook deze ziekteverwekkers weg. Hierdoor verkleint u de kans op ziekte.

Er is een verschil tussen schoonmaken en desinfecteren. Schoonmaken is stof en vuil verwijderen. Zo raakt u ook de meeste ziekteverwekkers in het stof of vuil kwijt. Voor alle instrumenten en materialen die niet in aanraking komen met de huid van de klant én niet vervuild zijn met bloed, is schoonmaken voldoende. Maar ziekteverwekkers in bloed en wondvocht zijn onvoldoende te verwijderen door schoon te maken. Daarom moet u instrumenten die met de beschadigde huid in contact kunnen komen na gebruik steriliseren. Overige instrumenten en oppervlakken waar bloed op zit moet u desinfecteren. Zie onderstaande figuur.

Let op: desinfecteer of steriliseer alleen als er eerst schoongemaakt is. Desinfecterende middelen en de sterilisator werken namelijk niet als iets nog vuil en stoffig is.

Figuur 1. Stroomdiagram schoonmaken, desinfecteren en steriliseren.

Algemene informatie over schoonmaken, desinfecteren en steriliseren vindt u in onderstaande paragrafen. In het schoonmaakschema in paragraaf 7.2 is voor elk instrument en materiaal beschreven wanneer en hoe u het moet schoonmaken, desinfecteren of steriliseren. 

3.1 Schoonmaken

Voor alle oppervlakken, materialen en instrumenten die niet met de huid in aanraking komen én niet vervuild zijn met bloed, is schoonmaak met een allesreiniger voldoende. U hoeft dan niet te desinfecteren of steriliseren.

Maar ook als u wel moet steriliseren of desinfecteren, moet u eerst schoonmaken. Hierbij geldt het volgende:

Hygiënenormen

  • Maak instrumenten die u moet desinfecteren of steriliseren eerst schoon in een ultrasoon reinigingsbad. Zie de tekst hieronder.
  • Maak overige materialen en oppervlakken die u moet desinfecteren eerst schoon met een allesreiniger. Draag hierbij handschoenen. Spoel het oppervlak of materiaal na het schoonmaken af met schoon water en droog het met een schone doek of papier.
  • Zorg voor een schone (werk)ruimte.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.
  • Meng schoonmaakmiddelen nooit met andere middelen.
  • Maak instrumenten altijd goed schoon. Vuil, en dan met name bloedresten, veroorzaken roest, ook op roestvrijstalen instrumenten.

Tips

  • Draag bij het schoonmaken handschoenen of schone huishoudhandschoenen.

Ultrasone reiniging

Voordat u instrumenten kunt desinfecteren of steriliseren, moet u ze eerst ultrasoon reinigen. Ultrasoon reinigen is het verwijderen van aangekleefd vuil, bloed en wondvocht met een trilapparaat: het ultrasone reinigingsbad. Met een ultrasoon reinigingsbad wordt ook vuil verwijderd op plaatsen die minder goed bereikbaar zijn bij handmatige schoonmaak.

Hygiënenormen

  • Maak de instrumenten die u wilt desinfecteren of steriliseren eerst schoon in een ultrasoon reinigingsbad. Handmatige schoonmaak van deze instrumenten werkt onvoldoende.
  • Stopt u uw instrumenten en sieraden pas de volgende dag (of later) in het ultrasone reinigingsbad? Leg ze dan direct na gebruik in de bewaarbak.
    Zie paragraaf 2.6, onder het kopje ‘Hergebruik’. Ingedroogd bloed en ander vuil is moeilijk te verwijderen in een ultrasoon reinigingsbad.
  • Reinig alleen harde voorwerpen, zoals metalen instrumenten en sieraden ultrasoon. Zacht plastic en rubber verminderen de ultrasone werking doordat ze energie absorberen.
  • Gebruik een reinigingsmiddel dat is aanbevolen door de fabrikant of een ander reinigingsmiddel dat geschikt is voor ultrasone medische reiniging. Lees hiervoor de verpakking of de bijsluiter van het middel.
  • Staat het ultrasoon reinigingsbad aan? Blijf er dan met uw handen uit, om celbeschadigingen te voorkomen.
  • Volg bij ultrasone reiniging de werkwijze die is beschreven in paragraaf 7.3.

Tips

  • Lees voor gebruik de gebruiksaanwijzing van het ultrasoon reinigingsbad.
  • Produceert uw bad volgens de gebruiksaanwijzing meer dan 80 decibel (dBdecibel(A))? Draag dan gehoorbescherming

3.2 Desinfecteren

Door iets te desinfecteren, wordt het aantal aanwezige micro-organismen op het voorwerp of oppervlak sterk verminderd. In deze paragraaf vindt u algemene regels voor desinfecteren en informatie over de desinfecterende middelen die u mag gebruiken. Ook leggen we uit op welke manier u kunt desinfecteren.

Algemeen

De volgende algemene regels gelden voor het desinfecteren:

Hygiënenormen

  • Let op: desinfecteer alleen als er éérst is schoongemaakt. Desinfecterende middelen werken onvoldoende als iets nog vuil of stoffig is.
  • Desinfecteer alle oppervlakken, instrumenten en materialen die vervuild zijn met bloed maar niet in aanraking komen met de beschadigde huid.
  • Maak instrumenten die u moet desinfecteren eerst schoon in een ultrasoon reinigingsbad.
    Zie paragraaf 3.1.
  • Draag bij het desinfecteren altijd wegwerphandschoenen en was de handen na afloop met water en zeep. Draag ook een beschermend schort als uw kleding vervuild kan raken met het bloed of andere lichaamsvloeistoffen.
  • Desinfecteer alleen met middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.
    Zie paragraaf 9.4 voor meer informatie.
  • Gebruik desinfecterende middelen altijd volgens de gebruiksaanwijzing.

Het gebruik van desinfecterende middelen

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of een desinfecterend middel goed werkt en veilig is. Ook stelt het Ctgb vast waarvoor het gebruikt mag worden. Een middel kan bijvoorbeeld alleen geschikt zijn voor het desinfecteren van de handen, en niet voor het desinfecteren van oppervlakken. Daarnaast zijn sommige middelen alleen effectief tegen sommige bacteriën, terwijl andere middelen ook virussen kunnen doden.

Middelen die door het Ctgb zijn toegestaan, zijn te herkennen aan een code op de verpakking. Dit kunnen de volgende codes zijn:

  • een N-code (4 tot 5 cijfers gevolgd door ‘-N’, bijvoorbeeld: 12345 N);
  • een NL-code (NL- gevolgd door 7 of 11 cijfers).

Daarnaast moet de fabrikant op de verpakking melden waarvoor het middel gebruikt mag worden.

Middelen die zijn toegelaten, staan ook op de website van het Ctgb. Hoe u deze middelen op de website kunt vinden, staat in paragraaf 9.4. Op de website van het Ctgb is voor elk toegelaten middel het ‘Actueel gebruiksvoorschrift’ opgenomen. In dit gebruiksvoorschrift staat waarvoor het middel gebruikt mag worden en tegen welke micro-organismen het effectief is. Ook staat er hoe u het middel moet gebruiken.

Hygiënenormen

  • Gebruik alleen een desinfecterend middel dat door het Ctgb is toegestaan. Controleer in het actueel gebruiksvoorschrift dat het middel:
    • geschikt is voor het ‘materiaal’ (bijv. handen, harde oppervlakken) dat u wilt desinfecteren; en
    • effectief is tegen virussen.
      Via bloed kunnen vooral virussen worden overgedragen.
  • Gebruik een desinfecterend middel altijd volgens de gebruiksaanwijzing.

Let op: u mag een desinfecterend middel alleen gebruiken voor de toepassingen die in het gebruiksvoorschrift staan beschreven! Zie de onderstaande voorbeelden:

  1. U heeft een desinfecterend middel waarmee u uw handen wilt desinfecteren. In het gebruiksvoorschrift staat alleen beschreven dat het middel geschikt is voor de desinfectie van harde oppervlakken. U mag dit middel dan niet voor uw handen gebruiken.
  2. U heeft een desinfecterend middel waarmee u een oppervlak wilt desinfecteren dat vervuild was met bloed. In het gebruiksvoorschrift staat dat het middel effectief is tegen bacteriën, gisten en schimmels. U mag dit middel dan niet gebruiken voor de desinfectie van het oppervlak; bij een verontreiniging met bloed heeft u namelijk een middel nodig dat effectief is tegen virussen.

Er zijn een aantal toegelaten middelen die in één handeling zowel schoonmaken als desinfecteren. Dit staat dan in het gebruiksvoorschrift. Gebruikt u zo’n middel? Dan is schoonmaken voordat u dit middel gebruikt uiteraard niet nodig. 

3.3 Steriliseren

Bij steriliseren worden alle micro-organismen die nog op het instrument of sieraad zitten, gedood. U kunt uw instrumenten zelf steriliseren in een stoomsterilisator (autoclaaf). Dit is alleen toegestaan als u hier een vergunning voor heeft. Heeft u dit niet? Maak dan gebruik van wegwerpmaterialen of besteed het steriliseren uit aan een externe partij (zie paragraaf 2.6).

Steriliseert u zelf? Houd u dan aan het volgende:

Hygiënenormen

  • Steriliseer na gebruik alle instrumenten die u wilt hergebruiken en die in aanraking komen met de beschadigde huid, of de huid doorboren.
  • Steriliseer ook alle steriel verpakte instrumenten en sieraden die u wel heeft geopend maar niet heeft gebruikt. Geopende steriele materialen en sieraden kunnen besmet zijn met micro-organismen.
  • Maak instrumenten die u moet steriliseren eerst schoon in een ultrasoon reinigingbad.
    Zie paragraaf 3.1.
  • Gebruik alleen een stoomsterilisator die geschikt is voor uw instrumenten.
    Zie paragraaf 2.5.
  • Steriliseer alleen instrumenten die in laminaatzakjes zijn verpakt. Zonder laminaatzakjes blijven de instrumenten niet steriel. Gebruik alleen laminaatzakjes met een indicatorstrip die verkleurt tijdens het steriliseren.
    Zo voorkomt u verwisseling tussen gesteriliseerde en ongesteriliseerde materialen. Let op: het verkleuren van de indicatorstrip geeft alleen aan dat de juiste temperatuur is behaald; het is geen garantie voor een juist uitgevoerde sterilisatie.
  • Volg bij het verpakken en steriliseren van de instrumenten de werkwijze die is beschreven in paragraaf 7.4.

3.4 Schoonmaakregels en -technieken

In piercingstudio’s worden er piercings door de huid geboord, hierbij wordt de huid geopend. Door uw studio goed schoon te houden, vooral de werkruimte, verkleint u de kans dat een piercing kan gaan ontsteken of infectieziekten worden overgedragen.

Hygiënenormen

  • Geef iedereen die schoonmaakt instructie over de manier van schoonmaken en de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken.
    Let tijdens het schoonmaken vooral op plekjes en voorwerpen die mensen veel aanraken, zoals kranen, handvatten van lades en kastjes, lichtschakelaars, deurklinken en doorspoelknoppen.
  • Maak eerst ‘droog’ (afstoffen, stofzuigen) schoon en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen).
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.
  • Meng schoonmaakmiddelen nooit met andere middelen.
    Mengen geeft risico op giftige gassen, verlaagde kwaliteit en slechter resultaat.
  • Draag handschoenen bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Kan uw kleding bij het schoonmaken in contact komen met lichaamsvloeistoffen? Draag dan ook een wegwerpschort. Gooi de handschoenen en het schort weg na het schoonmaken.

3.5 Schoonmaakmaterialen en -middelen

Schoonmaakmaterialen moeten ook goed schoongemaakt, gedroogd en opgeruimd worden. In paragraaf 7.2 vindt u een schoonmaakschema voor de schoonmaakmaterialen. Daarnaast gelden de volgende regels:

Hygiënenormen

  • Gebruik dagelijks schone materialen.
  • Vervang schoonmaakmaterialen en sopwater als deze zichtbaar vuil zijn.
  • Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en doeken na gebruik op 60° C. Laat ze daarna drogen, aan de lucht of in een wasdroger. Of gebruik wegwerpmaterialen en gooi deze direct na gebruik weg.
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon en spoel ze af met water. Maak de materialen daarna handmatig droog, laat ze drogen op een schone ondergrond of hang ze op om te drogen (trekkers). Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter, om te voorkomen dat ziekteverwekkers uitgroeien.
  • Zijn de schoonmaakmaterialen die handmatig worden gereinigd, gebruikt bij het opruimen van bloed of andere lichaamsvloeistoffen met zichtbare bloedsporen? Dan moeten ze nadat ze zijn schoongemaakt ook worden gedesinfecteerd.
    Zie paragraaf 3.2.
  • Vervang het filter van de stofzuiger zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schoonmaakmaterialen en -middelen op in een speciaal daarvoor bestemde opslagruimte.

Tips

  • Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater.
  • Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop, en spoel hem uit in de andere. Zo blijft sopwater langer schoon.
  • Gebruik zoveel mogelijk wegwerpmaterialen.

3.6 Schoonmaakschema’s gebruiken

Een schoonmaakschema voorkomt dat onderdelen worden overgeslagen.

Hygiënenormen

  • Werk volgens een schoonmaakschema. Beschrijf hierin hoe vaak elk onderdeel schoongemaakt moet worden en op welke manier.
    De schoonmaakschema’s in paragraaf 7.2 kunt u als basis gebruiken. U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

Tips

  • Vink de schoonmaakwerkzaamheden af. Hierdoor ziet u snel wat er nog moet gebeuren. Dit is vooral handig als er door meerdere personen wordt schoongemaakt.

3.7 Wasgoed

Vuile doeken en werkkleding met bloedspatten kunnen besmet zijn met ziekteverwekkers. Om deze ziekteverwekkers te doden of te verwijderen, moet dit wasgoed na gebruik op een hoge temperatuur gewassen worden. Houd u hierbij aan het volgende:

Hygiënenormen

  • Verwijder dagelijks de vuile was uit uw bedrijfsruimte.
  • Verzamel de vuile was op één plek, gescheiden van schoon textiel.
  • Vervoer vuile was altijd in gesloten (plastic) zakken.
  • Was met bloed bevuilde kleding op 60 °C (of op 40 °C- 60 °C en droog het wasgoed in een droogtrommel of strijk het wasgoed).
  • Gebruik geen verkorte wasprogramma’s.

Tips

  • Droog de was in een wasdroger.

4 Bouw en inrichting

Uw studio moet goed schoon te maken zijn. De bouw en inrichting hebben effect op het gemak waarmee dit kan. Zo zijn gladde wanden sneller en beter schoon te krijgen dan ruwe. Een hygiënische keuze is sneller gemaakt als de inrichting daarbij helpt. Als er bijvoorbeeld een zeepdispenser of wastafel in de buurt is, denkt u er sneller aan om uw handen te wassen.

In dit hoofdstuk vindt u de minimale eisen aan de bouw en inrichting van uw studio. De algemene eisen gelden voor uw gehele bedrijfsruimte. Daarna volgen enkele aanvullende eisen die alleen gelden voor de behandelruimte.

Algemene eisen

Iedere ruimte moet aan de volgende eisen voldoen:

Hygiënenormen

  • Zorg voor voldoende ventilatie en goede verlichting.
  • Zorg voor minimaal één EHBOeerste hulp bij ongelukken-trommel. Hierin moeten ten minste snelverbandjes, wondpleisters en een wonddesinfecterend middel, voorzien van een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer, zitten. Vul de inhoud na gebruik aan en vervang materialen die over de datum zijn. Zorg dat de EHBO-trommel duidelijk te herkennen is.
  • Zorg dat er minimaal twee meter afstand tussen de wachtruimte en de behandelstoel of -tafel is.

De behandelruimte

In de behandelruimte worden de piercings bij de klant gezet. Deze ruimte moet daarom zo worden ingericht dat u gemakkelijk en snel zo hygiënisch mogelijk kunt werken. Let bij de inrichting van de behandelruimte op de volgende eisen:

Hygiënenormen

  • Zorg voor een behandelstoel of -tafel van niet-absorberend materiaal dat goed schoon te maken is.
  • Zorg dat wanden, vloeren en meubilair binnen een straal van twee meter van de behandelstoel of -tafel van een glad, niet-absorberend materiaal zijn gemaakt dat goed schoon te maken is.
  • Heeft u meerdere behandelstoelen of -tafels? Plaats ze dan op minimaal twee meter afstand van elkaar.
  • Zorg voor een wastafel met stromend water in de bedrijfsruimte. De wastafel moet vanuit de behandelruimte te bereiken zijn zonder deuren te hoeven openen. Voorzie de wastafel bij voorkeur van een no-touch kraan.
    Bij een no-touch kraan hoeft u de handen niet te gebruiken om deze open en dicht te draaien. Voorbeelden zijn een elleboogkraan, een kraan die vanzelf uitgaat, een kraan met knie- of voetbediening of een kraan met elektronisch oog.
  • Plaats een zeepdispenser of -pompje en een houder met wegwerpdoekjes bij de wastafel. Hang deze op aan de wand zodat u de dispenser en houder niet hoeft aan te raken.
  • Plaats een alcoholdispenser met elleboogbediening dichtbij de behandeltafel of -stoel. Zorg dat deze dispenser is gevuld met een desinfectiemiddel toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides (geen handalcohol!). Gebruik het middel voor het desinfecteren van de handschoenen voordat u de piercing aanbrengt.
  • Plaats een pedaalemmer of open afvalbak met plastic zak in de ruimte; raak de afvalbak niet met de handen aan.
  • Plaats minstens één naaldcontainer in de behandelruimte. Gebruik alleen naaldcontainers met het UNUnited Nations-keurmerk.
    logo UN-keurmerk

5 Wetgeving, toezicht en handhaving

Wetgeving

In het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen staan de wettelijke veiligheidsvoorschriften aangegeven waar uw studio aan moet voldoen. In deze paragraaf wordt ook verwezen naar artikel 24 van de Warenwet en de volgende twee ministeriële regelingen; de Warenwetregeling tatoeëren en piercen en de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen. De actuele wetgeving kunt u vinden op wetten.overheid.nl.

Leeftijdsgrenzen

In artikel 24 van de Warenwet en artikel 10 van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen vindt u de wettelijke leeftijdsgrenzen voor het aanbrengen van piercings:

Hygiënenormen

  • Met uitzondering van een piercing in de oorlel, is het niet toegestaan om bij een persoon jonger dan 12 jaar een of piercing te zetten.
  • Bij jongeren tussen de 12 en 16 jaar mag alleen een piercing worden gezet als zijn of haar wettige vertegenwoordiger aanwezig is. Hierop zijn twee uitzonderingen. Het is bij jongeren tot 16 jaar niet toegestaan om:
    • bij meisjes een tepelpiercing aan te brengen;
    • een piercing aan de geslachtsdelen aan te brengen.
  • Jongeren van 16 jaar en ouder mogen zelf beslissen over het nemen van een piercing.

Tips

  • Vraag altijd naar een legitimatiebewijs als u twijfelt aan de leeftijd van een klant.

Vergunning

Zonder vergunning mag u niet piercen. In het Warenwetbesluit staat het volgende:

Hygiënenormen

  • De ondernemer moet over een vergunning beschikken als beschreven in artikel 3 van dit besluit. Deze eis is niet van toepassing op ondernemers die alleen gaatjes in oorlellen piercen.
  • U bent als ondernemer verplicht om de gezondheid- en veiligheidsrisico’s voor uzelf en klanten te beperken. Daarom moet u zo hygiënisch en veilig mogelijk werken (Warenwetbesluit, artikel 6).

De artikelen 4 en 5 van het Warenwetbesluit gaan over de vergunning voor piercen. Deze artikelen geven uitleg over de aanvraag van de vergunning en wie de bevoegdheid heeft om deze vergunning in te trekken. Een vergunning wordt alleen gegeven aan ondernemers die voldoen aan de wettelijke voorschriften uit artikel 24 van de Warenwet. Daarnaast vindt u overige regelingen in de Warenwetregeling tatoeëren en piercen en de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen. Hierin staat ook aangegeven hoe u de vergunning kunt aanvragen, hoe lang de geldigheidsduur is en wat de kosten zijn.

Toezicht & handhaving

De inspecteurs van Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en de ambtenaren van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst controleren of u zich aan de wettelijke veiligheidseisen van het Warenwetbesluit houdt.

Nadat een vergunning is aangevraagd, komt een GGD ambtenaar op afspraak langs voor een inspectie. GGD ambtenaren zijn daarnaast bevoegd om een geldige vergunning in te trekken als een ondernemer zich niet aan de wettelijke bepalingen heeft gehouden. Als er overtredingen worden vastgesteld worden er maatregelen genomen volgens het interventiebeleid.

Overtredingen van het Warenwetbesluit door bedrijven met 50 of minder werknemers worden beboet met €525. Overtredingen van leeftijdsgrenzen als omschreven in artikel 24 van de Warenwet worden beboet met €795. Zie voor de actuele gegevens het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten. 

6 Lichamelijke klachten van de klant

Na het zetten van een piercing, kunnen er bij de klant lichamelijke klachten ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn:

  • een allergische reactie;
  • misselijkheid;
  • flauwvallen;
  • ontstekingen;
  • uitgroeien en afstoten van de piercing;
  • vorming van littekenweefsel;
  • afsterven van weefsel;
  • functieverlies en gevoelloosheid;
  • beschadiging van de tanden en het tandvlees bij orale piercings.

Deze verschijnselen kunnen verschillende oorzaken hebben. Zo kunnen er klachten ontstaan wanneer een piercing op een verkeerde of onhygiënische manier wordt aangebracht. Ook als de klant zich niet aan de nazorginstructies houdt, kunnen er klachten optreden. In ernstige gevallen kan er zelfs blijvende weefselschade ontstaan. Maar ook als u wel hygiënisch werkt, kan de klant lichamelijke klachten krijgen.

In dit hoofdstuk vindt u de maatregelen die u moet nemen wanneer er tijdens of vlak na het zetten complicaties optreden. Ook wordt er beschreven hoe u moet handelen wanneer een klant enige tijd na het zetten terugkomt vanwege een lichamelijke klacht.

6.1 Allergische reacties

Een allergie is een reactie van het immuunsysteem op bepaalde stoffen. Een allergische reactie ontstaat pas nadat het lichaam meerdere malen in contact is geweest met een bepaalde (lichaamsvreemde) stof. Een klant met een allergische reactie kan dus bij een eerdere piercing niets gemerkt hebben.

Klanten kunnen bijvoorbeeld allergisch zijn voor latex. Ook zijn er bepaalde materialen waar sieraden van gemaakt zijn die allergische reacties kunnen veroorzaken.

De reacties op allergieën kunnen verschillen. Sommige mensen krijgen alleen een rode en jeukende huid, terwijl mensen in het ergste geval kunnen flauwvallen of in shock raken. Vraag daarom altijd vóór de behandeling of klanten last hebben van bepaalde allergieën.

Hygiënenormen

  • Bel direct 112 als een klant in shock raakt!

Het verschil tussen flauwvallen en in shock raken is lastig te herkennen. Neem bij twijfel altijd contact op met de alarmcentrale. Bij een shock stroomt er minder bloed naar de hersenen waardoor iemand het bewustzijn kan verliezen. Zij zijn vaak alert, angstig en verward, hebben een hoge polsslag, een ‘koude neus’ en een klamme huid. Iemand die flauwvalt komt binnen enkele minuten vanzelf weer bij. Bij een shock blijft iemand buiten bewustzijn. 

6.2 Misselijkheid en flauwvallen

Het kan voorkomen dat een klant tijdens of na het aanbrengen van de piercing misselijk wordt of dreigt flauw te vallen. Let op symptomen als een bleek gezicht en hevige transpiratie.

Tips

  • Laat een klant na het aanbrengen van de piercing nog even liggen of zitten.
  • Wees alert en houd de klant vooral in de gaten bij het op en af lopen van trappen.
  • Dreigt de klant flauw te vallen, laat hem of haar dan tien minuten op de behandeltafel liggen met de benen omhoog. Als de klant niet ligt maar zit, is het beter om het hoofd ongeveer één minuut tussen de benen te houden (doe dit niet als de klant misselijk is). Zorg voor voldoende frisse lucht.
  • Geef de klant, wanneer hij of zij weer rechtop kan zitten, iets te eten en drinken (bij voorkeur iets dat rijk is aan suiker, zoals druivensuiker of appelsap).
  • Is een klant kort buiten bewustzijn geweest? Reageer dan rustig en zorg dat hij of zij zich niet bezeert. Laat de klant ongeveer 10 minuten rustig liggen. Bel 112 als de klant langer dan twee minuten buiten bewustzijn blijft.

6.3 Medische hulp

Wanneer u bij klachten zelf gaat dokteren, kunnen er dingen mis gaan. Wees daarom altijd terughoudend in het behandelen van klachten. Zelf dokteren bij complicaties kan zelfs strafbaar zijn.

Hygiënenormen

  • Neem altijd contact op met een arts als tijdens of direct na het piercen ernstige allergische reacties of andere lichamelijke klachten optreden.
  • Komt een klant meer dan 48 uur na het zetten van de piercing bij u langs met een lichamelijke klacht? Verwijs de klant dan altijd door naar zijn of haar huisarts. Ga niet zelf dokteren.

7 Schoonmaakschema’s en overige instructies

In dit hoofdstuk vindt u schoonmaakschema’s en instructies. In de eerste paragraaf vindt u instructies voor handen wassen en handen desinfecteren. Vervolgens staat schematisch weergegeven hoe vaak en op welke wijze u uw instrumenten, apparatuur en behandelruimte moet schoonmaken, desinfecteren of steriliseren. Daarna volgen werkwijzen voor verschillende methoden van schoonmaken, desinfecteren en steriliseren.

De schoonmaakschema’s en de instructies handhygiëne kunt u downloaden als Word- of PDFPortable Document Format-document, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten. U kunt ze dan direct ophangen, bijvoorbeeld bij wastafels of in een schoonmaakkast.

7.1 Handhygiëne

Bacteriën en virussen zijn overal, op deurknoppen, tafels, telefoons en andere voorwerpen, apparaten en materialen. Sommigen kunnen ziekteverwekkend zijn. Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Door regelmatig handhygiëne toe te passen wordt de kans dat u of iemand uit uw omgeving ziek wordt klein.

Pas voor een goede handhygiëne onderstaande regels toe:

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vuil zijn. Gebruik dan geen desinfecterend middel (handalcohol); door zichtbaar vuil vermindert namelijk de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert. Pas de manieren echter niet allebei toe; de huid droogt dan te veel uit en beschadigt sneller. De handen worden voldoende schoon als u ze alleen wast of alleen desinfecteert.
Instructies handhygiëne

Het schema Instructies handhygiëne kunt u hier downloaden als pdfPortable Document Format.

7.2 Schoonmaakschema's

In de schoonmaakschema’s staat hoe vaak en op welke manier gereinigd moet worden. 

U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken, mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

U kunt de schoonmaakschema’s hier downloaden als Word-document. De schema’s zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. Tevens kunt u de schema’s aanpassen aan de eigen situatie. Bespreek binnen uw eigen organisatie de schoonmaakschema’s en werk ze in nader detail uit tot een eigen werkinstructie.

7.3 Ultrasone reiniging

Werkwijze ultrasone reiniging:

  1. Zet het ultrasoon reinigingsbad ongeveer tien minuten voor het schoonmaken aan, zodat het verse water kan ontgassen. De gassen die van nature in water zijn opgelost, verminderen het reinigingseffect. 
  2. Trek handschoenen aan.
  3. Neem de inzetbak met instrumenten uit de inweekbak.
  4. Controleer de instrumenten op beschadigingen en roest. Gooi verroeste of beschadigde instrumenten weg.
  5. Spoel de instrumenten af onder stromend koud water.
  6. Haal instrumenten die uit meerdere onderdelen bestaan uit elkaar.
  7. Maak de binnenzijde van holle instrumenten schoon met een pijpenrager, een tandenrager (voor de tip van tubes) of wattenstaafjes. Gebruik pijpenragers en tandenragers met een diameter die groter is dan de diameter van het instrument. Gooi de ragers weg of steriliseer ze na gebruik.
  8. Leg de (losse onderdelen van) instrumenten in een inzetmandje.
  9. Trek de handschoenen uit, gooi ze weg en was of desinfecteer de handen.
  10. Los het ultrasoon reinigingsmiddel volgens de gebruiksaanwijzing op. Gebruik nooit méér ultrasoon reinigingsmiddel dan aangegeven in de gebruiksaanwijzing; te veel reinigingsmiddel vermindert de werking. Zorg dat de instrumenten volledig ondergedompeld kunnen worden in de vloeistof.
  11. Plaats het inzetmandje met de instrumenten in het bad.
  12. Sluit het deksel om verspreiding van aërosolen te voorkomen. Dit zijn kleine deeltjes stof of vloeistof die ontstaan door het trillen. Deze aërosolen kunnen besmet zijn met ziekteverwekkers.
  13. Stel de juiste reinigingstijd in. Volg hierbij uw gebruiksaanwijzing. Meestal is 4 minuten voldoende.
  14. Voorkom dat de vloeistof in het ultrasoon reinigingsbad warmer wordt dan 45 °C.
  15. Neem het mandje uit het bad en spoel de instrumenten af met warm of gedemineraliseerd water.
  16. Droog de instrumenten met een schone doek, tissue of keukenrol. Ze zijn nu klaar om te worden gedesinfecteerd of gesteriliseerd.
  17. Vervang de oplossing in het bad dagelijks, of eerder als de vloeistof zichtbaar verontreinigd is.

7.4 Verpakken en steriliseren

Voordat u kunt steriliseren, moet u de instrumenten en sieraden in laminaatzakjes verpakken.

Het verpakken van instrumenten in laminaatzakjes

  1. Verpak de ultrasoon gereinigde instrumenten en sieraden per stuk.
  2. Verpak tangen, sieraden en dergelijke zo mogelijk in geopende stand. Dit geeft een beter sterilisatieresultaat.
  3. Seal of plak de laminaatzakjes dicht. Houd hierbij een peel-off naad van minimaal 2 centimeter vrij. Hiermee kunt u het zakje later weer openen. Houd aan de andere zijde een sealnaad van 0,8 centimeter aan. Sluit de zakjes nooit met een nietmachine!

Het steriliseren van de instrumenten

  1. Belaad de sterilisator volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Voorkom dat de laminaatzakjes tegen de wanden liggen. Leg ze bij voorkeur in een rekje.
  2. Stel het sterilisatieprogramma in.
  3. Controleer de temperatuur- en drukmeter op uw autoclaaf.
  4. Doorloop het volledige sterilisatieprogramma, inclusief droogprogramma.
  5. Neem de droge, gesteriliseerde verpakkingen voorzichtig uit de sterilisator. Voorkom dat de verpakking beschadigt.
  6. Berg de instrumenten op in een schone kast of la.

8 Informatie voor de klant

In dit hoofdstuk vindt u informatie voor uw klanten. Allereerst vindt u een voorbeeld van de informatie over de risico’s van piercings, gevolgd door een voorbeeld van de nazorginstructie die u uw klanten kunt geven. Deze nazorginstructie moet minimaal de informatie uit het voorbeeld bevatten. Aanvullende informatie mag niet misleidend zijn en moet op waarheid berusten. Tot slot is een voorbeeld van een toestemmingsformulier opgenomen. U mag ook een eigen formulier opstellen. Let er op dat aan het verkrijgen en bewaren van persoonsgegevens voorwaarden verbonden zijn op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVGalgemene verordening gegevensbescherming). Meer informatie vindt u op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Alle informatie in dit hoofdstuk is ook als PDFPortable Document Format-download beschikbaar, zodat u het direct kunt uitprinten en uitdelen.

8.1 Informatie over de risico’s van piercings

Download hier de PDFPortable Document Format met onderstaande informatie.

Het aanbrengen van piercings brengt risico’s met zich mee. Zorg daarom dat je goed bent uitgerust en hebt gegeten. Stel de piercer op de hoogte van eventueel medicijngebruik of huidproblemen, allergieën, epilepsie en overgevoeligheidsreacties. En controleer op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl dat de studio waar je een piercing wilt laten zetten, een vergunning heeft. Deze vergunning geeft aan dat de studio werkt volgens de hygiënerichtlijnen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid.

Laat geen piercing aanbrengen:

  • op plaatsen waar je het afgelopen jaar plastische chirurgie of bestraling hebt ondergaan;
  • op een plek die minder dan drie maanden geleden is gepiercet;
  • op geïrriteerde huid zoals bultjes, donkere moedervlekken of zwellingen;
  • als je onder invloed bent van alcohol of drugs;
  • als je zwanger bent.

Daarnaast wordt het afgeraden om een piercing te laten zetten als je last hebt van één van de volgende aandoeningen: 

  • diabetes;
  • hemofilie;
  • chronische huidziekte;
  • allergie voor piercing(materialen);
  • immuunstoornis;
  • hart- en vaatafwijkingen.

Heb je één van deze aandoeningen of gebruik je antistollingsmiddelen of antibiotica? En wil je toch een piercing? Overleg dan eerst de mogelijkheden met een arts.

Kijk voor achtergrondinformatie over bovenstaande risico’s op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.

Het zetten van een piercing

Omdat er tijdens het piercen een wond ontstaat is er een kans op besmetting van ziekten die via bloed worden overgedragen, zoals hepatitis B en C. Controleer daarom of de piercer hygiënisch werkt. Een hygiënische werkwijze is ook belangrijk om te voorkomen dat je nieuwe piercing gaat ontsteken. Let er in ieder geval op dat:

  • de huid voor het piercen wordt schoongemaakt en gedesinfecteerd;
  • de naald en de piercing steriel zijn verpakt en niet met blote handen worden aangeraakt;
  • de piercer tijdens het zetten van de piercing handschoenen draagt;
  • de piercer de handschoenen vlak voor het aanbrengen van de piercing desinfecteert.

Het zetten van een piercing kan even pijn doen. Raadpleeg je arts als je een verdoving wilt.

Nazorg

Een nieuwe piercing is vergelijkbaar met diepe wond. Slechte verzorging en onhygiënische behandeling kunnen wondinfecties en littekenweefsel veroorzaken. Bij een goede verzorging duurt het 4 tot 12 weken tot de wond genezen is. De piercer geeft mondelinge en schriftelijke uitleg over de nazorg van piercings. Lees dit goed door. Bij sommige mensen kan na het zetten van een piercing littekenweefsel ontstaan.

8.2 Nazorginstructie

Download hier de PDFPortable Document Format met onderstaande informatie.

Tijdens het piercen ontstaat er een diepe wond die tijd nodig heeft om te genezen. Hoe snel deze wond geneest hangt af van de plaats van de piercing, de metaalsoort, de vakkundigheid van de piercer en de kwaliteit van de nazorg. Als je de piercing goed verzorgt, duurt het 4 tot 12 weken tot de wond genezen is.

Was de piercing (met uitzondering van een tong-, lip- of mondpiercing) tijdens het genezen twee keer per dag met een milde ongeparfumeerde zeep. Dep hem vervolgens droog met een schone handdoek of tissue. Houd de piercing de rest van de dag zo droog mogelijk. 

Let tijdens het genezingsproces op het volgende:

  • Raak de piercing zo min mogelijk aan.
  • Smeer geen zalf op de wond en druppel er geen ontsmettingsmiddelen op zoals Sterilon® of Betadine® (tenzij een arts anders aangeeft).
  • Zorg dat er geen haarspray, gel of andere producten in de buurt van een oorpiercing komen.
  • Draag geen pleisters over de piercing (alleen tijdelijk tijdens het sporten).
  • Draag geen strakke of vuile kleding over de piercing.
  • Vermijd (bubbel)baden, zwembaden, sauna’s en stoombaden.
  • Verwijder de piercing nooit zelf.

Let bij een orale piercing ook op het volgende:

  • Vermijd kussen en orale seks tijdens het genezingsproces.
  • Poets regelmatig de tanden, bij voorkeur met een tandpasta op basis van zoutoplossing, en gebruik zo nodig mondwater op basis van een chloorhexidineoplossing.

Let bij een genitale piercing ook op het volgende:

  • Drink ongeveer één uur voor het schoonmaken van je genitale piercing een glas water. Zo kun je zeepresten na het wassen sneller uitplassen. Zeep in de urinebuis kan een blaasontsteking veroorzaken.
  • Bescherm genitale piercings tijdens seksueel contact altijd met een extra stevig condoom (bijv. een condoom voor anale seks) of een beflapje. Heb bij voorkeur geen seksueel contact tijdens het genezingsproces.

Let op: de huid rondom je piercing kan direct na het piercen rood worden en flink opzwellen. Dit is normaal. Maar neem contact op met de huisarts als:

  • je je zorgen maakt over de genezing;
  • je binnen een paar dagen na het zetten van de piercing ziek wordt of koorts krijgt;
  • lichamelijke klachten zoals jeuk en roodheid binnen 48 uur na het zetten niet afgenomen zijn;
  • je 24 uur na het zetten ineens nieuwe klachten krijgt, of de klachten verergeren;
  • je de piercing wilt verwijderen tijdens het genezingsproces (bijvoorbeeld vanwege klachten of uitgroei- of afstotingsverschijnselen).

8.3 Toestemmingsformulier

U kunt het toestemmingsformulier hier downloaden als PDFPortable Document Format-bestand.

9 Extra informatie

9.1 N- (V)S- en B-klasse stoomsterilisatoren

De klassen N, (V)S en B komen voort uit de Europese norm 13060 voor tafelmodel stoomsterilisatoren.

De betekenis van deze klassen is als volgt:

  • N-klasse autoclaven kunnen alleen onverpakte, massieve instrumenten (zoals scharen, pincetten en tangen) steriliseren. De ‘N’ verwijst naar het feit dat de instrumenten onverpakt (‘naked’ of ‘non-wrapped’) in het apparaat worden gelegd.
  • S-klasse autoclaven zijn in het algemeen geschikt voor verpakte, massieve instrumenten (zoals scharen, pincetten en tangen). De ‘S’ staat voor ‘Special’, wat ernaar verwijst dat de fabrikant moet aangeven voor welke instrumenten de autoclaaf (speciaal) geschikt is. 
  • VSVerenigde Staten-klasse autoclaven kunnen naast verpakte, massieve instrumenten, ook verpakte, eenvoudige holle instrumenten (zoals tatoeëertubes) steriliseren. Dit komt doordat deze autoclaven gebruik maken van een vacuüm (vandaar de ‘V’ in ‘VS-klasse’).
  • B-klasse autoclaven hebben een gefractioneerd voor-vacuüm en na-vacuüm droogprogramma. Hierdoor kunnen in B-klasse autoclaven alle instrumenten worden gesteriliseerd, ook verpakte, moeilijke holle instrumenten (type A, zoals liposuctienaalden of een Helixtest). De ‘B’ staat voor ‘Big’, wat verwijst naar het grote (big) aantal instrumenten waar de autoclaaf voor gebruikt kan worden.

Vanwege de mogelijkheid om verpakte, (eenvoudige) holle instrumenten te steriliseren, zijn VS- en B-klasse autoclaven geschikt voor de materialen die bij het tatoeëren of piercen worden gebruikt.

9.2 Voorbeeld hygiënische werkwijze

Voorbeeld hygiënische werkwijze bij het voorbereiden en zetten van een piercing

  1. Was uw handen en droog ze af met wegwerpdoekjes, of desinfecteer ze.
  2. Leg alle steriele instrumenten, het sieraad en een naaldcontainer klaar binnen handbereik.
  3. Laat de klant op de behandelstoel of -tafel plaatsnemen.
  4. Verwijder zo nodig lichaamshaar op de plek die gepiercet wordt. Knip de haren bij voorkeur kort in plaats van de huid te scheren. Kan dit niet, gebruik dan wegwerpscheermesjes. Gooi deze direct na gebruik in een naaldcontainer.
  5. Desinfecteer de huid die gepiercet wordt (met uitzondering van de tong). Gebruik hiervoor een huiddesinfecterend middel met een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer. Houd de inwerktijd aan die de fabrikant voorschrijft. Wacht in ieder geval tot de huid droog is. Laat de klant na het desinfecteren niet (of zo min mogelijk) meer rondlopen.
  6. Markeer de te piercen plek met Gentiaanviolet opgelost in alcohol 70% of Betadinejodium. Gebruik hiervoor een cocktailprikker die u na gebruik meteen weggooit.
    Betadinejodium koopt u bij de apotheek of drogist. Een Gentiaanvioletoplossing kunt u laten aanmaken bij een apotheek. Laat ze hiervoor 0,1 gram Gentiaanviolet (CI 42555) oplossen in 10 ml alcohol 70%.
  7. Open vlak voor gebruik de steriele verpakkingen van de instrumenten en sieraden volgens aanwijzing op de verpakking. Laat ze op de steriele binnenkant van de verpakking liggen.
    Zo voorkomt u dat de materialen in aanraking komen met uw handen of de buitenkant van de verpakking. Druk steriele instrumenten of sieraden nooit door de verpakking heen.


    Let op: pak tussen stap 8 en 14 geen andere materialen vast, om besmetting met micro-organismen te voorkomen.
  8. Trek schone handschoenen aan en desinfecteer deze met toegelaten middel met een N-nummer (en dus geen handalcohol!) uit een dispenser met elleboogbediening. Laat het middel aan de lucht drogen. Dit duurt ongeveer een minuut.
  9. Plaats de tang om de plek die gepiercet wordt.
  10. Pak de naald vast aan het kunststof gedeelte en steek deze door de huid (bij een blade eventueel tot op een kurk).
  11. Trek de naald direct terug en gooi deze in de naaldcontainer. De kunststof canule blijft in de huid achter.
  12. Verwijder de tang.
  13. Knip zo nodig met een steriele schaar een stukje van de canule af.
  14. Steek het sieraad in de canule en trek het door de huid. Verwijder daarna de canule.
  15. Werk de piercing af. Gebruik hierbij zo nodig een ballholder of steriele tang.
  16. Als er bloed zit, neem dit dan weg met een steriel wattenstaafje of een steriel gaasje.
  17. Ruim de behandelruimte, inclusief uw materialen en instrumenten, op en maak deze schoon volgens de aanwijzingen in paragraaf 2.6.
  18. Trek de handschoenen uit en gooi ze weg. Was of desinfecteer de handen.

9.3 Begrippenlijst

AVGalgemene verordening gegevensbescherming

Algemene verordening gegevensbescherming

Bedrijfsruimte

De gehele ruimte waarvoor de vergunning wordt verleend.

Behandelruimte

Ruimte in de bedrijfsruimte waar de piercing wordt gezet. Deze ruimte moet voldoen aan de bouw- en inrichtingseisen uit deze richtlijn.

CBGCollege ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beoordeelt en bewaakt de werkzaamheid, risico's en kwaliteit van geneesmiddelen voor de mens. Middelen zijn te herkennen aan een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer.

CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Ctgb beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt.

Desinfecteren

Desinfecteren is het sterk verminderen van het aantal aanwezige micro-organismen, met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel.

First-in-first-out-systeem

Met het first-in-first-out-systeem wordt bedoeld dat u de instrumenten die het eerst gesteriliseerd of geleverd zijn, vooraan zet en als eerste gebruikt.

Handdesinfecterend middel

Een handdesinfecterend middel is een vloeistof waarmee ziekteverwekkers op de handen kunnen worden gedood. Als handen niet zichtbaar vuil of plakkerig zijn, kan een hand desinfecterend middel worden gebruikt in plaats van water en zeep.

Handhygiëne

Handhygiëne is het wassen van de handen met water en zeep of het desinfecteren van de handen met handdesinfectiemiddel, wanneer de handen niet zichtbaar vuil zijn.

Huiddesinfecterend middel

Een huiddesinfecterend middel is een vloeistof waarmee ziekteverwekkers op de huid kunnen worden gedood. Een huiddesinfecterend middel wordt voorafgaand aan het openen van de huid gebruikt om de huid te desinfecteren.

Lichaamsvloeistoffen

Lichamelijke vloeistoffen zoals bloed, speeksel, braaksel, urine en ontlasting.

Micro-organismen

Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en voorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken.

No-touch kraan

Een no-touch kraan is een kraan die men niet met de handen open en dicht hoeft te draaien. Voorbeelden zijn een elleboogkraan, een kraan die vanzelf uitgaat, een kraan met knie- of voetbediening of een kraan met elektronisch oog.

NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De NVWA heeft als kerntaak het toezicht houden bij bedrijven en instellingen op de naleving van verschillende wetten en voorschriften, waaronder de Warenwet.

Piercen

Het doorboren van de huid, slijmvliezen, kraakbeen of spierweefsel waardoor het mogelijk wordt in de doorboring een piercing achter te laten.

Schoonmaken

Het verwijderen van los of aangekleefd vuil.

Steriliseren

Bij steriliseren worden alle micro-organismen die op het instrument of sieraad zitten, gedood. Het steriliseren gebeurt in een stoomsterilisator, ook wel autoclaaf genoemd. Hierin worden micro-organismen gedood door stoom.

Stretchen

Stretchen is het oprekken van een bestaande piercingopening door middel van een sieraad met een grotere doorsnede of middels daarvoor geschikte instrumentaria.

Stromend water

Vast tappunt met aan- en afvoer aangesloten op het reguliere leidingwaternet (drinkwaterkwaliteit).

Ultrasoon reinigen

Het verwijderen van aangekleefd vuil, bloed en wondvocht met een trilapparaat: het ultrasone reinigingsbad. Met een ultrasoon reinigingsbad wordt ook vuil verwijderd op plaatsen die minder goed bereikbaar zijn bij handmatige reiniging.

UNUnited Nations-Naaldcontainer

Een naaldcontainer is een container speciaal ontworpen voor scherp afval zoals naalden en voorzien van het UN-keurmerk. Bij goed gebruik bieden naaldcontainers een goede bescherming tegen prikken en snijden aan scherp afval.

Wachtruimte

Ruimte in de bedrijfsruimte waar men kan wachten tot de piercing wordt gezet. In deze ruimte wordt niet gepiercet.

Wonddesinfecterend middel

Een wonddesinfecterend middel is een middel waarmee ziekteverwekkers in de wond kunnen worden gedood. Een wonddesinfecterend middel wordt gebruikt om de wond te desinfecteren.

9.4 Ctgb-databank

Hieronder staat hoe u desinfecterende middelen kunt vinden op de website van het Ctgb.

Hebt u al een desinfecterend middel en wilt u weten of u dit mag gebruiken? Gebruik dan optie A. Wilt u een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen? Gebruik dan optie B.

A. Zoeken naar een specifiek desinfecterend middel

B. Een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen zien

  • Ga naar www.ctgb.nl en klik op ‘Toelatingendatabank’. Of ga direct naar https://toelatingen.ctgb.nl.
  • Klik op de knop ‘Toon uitgebreide filters’.
  • Voer de gewenste selectiecriteria in. Bij Gebruik kunt u professioneel invoeren. Bij Producttype kiest u een optie die hieronder beschreven staat:
    • Middelen die geschikt zijn voor het desinfecteren van handen hebben een PT01-code (‘Biociden voor menselijke hygiëne’).
    • Middelen die geschikt zijn voor materialen en oppervlakken hebben een PT02-code (‘Desinfecterende middelen voor privégebruik en voor de openbare gezondheidszorg, alsmede andere desinfectantia’).
  • Vervolgens kunt u via de knop downloaden de selectie exporteren naar een Excel-bestand.

Deze zoekhulp is opgesteld in augustus 2019. Klopt het advies niet meer en heeft u hulp nodig? Neem dan contact op met de Servicedesk van het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides via telefoonnummer 0317 – 417 810 of door het servicedesk-verzoekformulier in te vullen. Het LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid is niet verantwoordelijk voor eventuele wijzigingen aan de website van het Ctgb.

9.5 Desinfectiemiddelen voor handen en huid

Het middel dat gebruikt wordt om te desinfecteren hangt af van wat er gedesinfecteerd moet worden. Gaat het om de huid voorafgaand aan bijvoorbeeld het piercen, of gaat het om de vloer die vervuild is met braaksel? Is de tafel vervuild met bloed, of wil je je handen desinfecteren?

Voor desinfectiemiddelen wordt er onderscheid gemaakt tussen een biocide en een geneesmiddel. Afhankelijk van wat gedesinfecteerd moet worden, wordt bepaald of er een biocide of een geneesmiddel gebruikt moet worden.

Desinfectiemiddelen voor gebruik op levenloze oppervlakken en de intacte huid die ook na het desinfecteren intact blijft, vallen onder de biocidewetgeving. Denk aan oppervlakken, materialen en handen. Deze middelen moeten zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.

Desinfectiemiddelen voor de niet-intacte huid, of de huid die nog intact is maar direct na het desinfecteren geopend zal worden (zoals bij piercen), vallen onder de geneesmiddelenwet. Denk aan de huid voorafgaand aan het piercen of voor het behandelen van een wond. Deze middelen moeten zijn toegelaten door het CBGCollege ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

Handen of huid?

Dit onderscheid is vrij lastig en hierdoor ontstaat er veel onduidelijkheid. Logisch, want waarom is er een verschil tussen huid en handen? De handen zijn toch ook huid? Hieronder wordt het verschil tussen een huiddesinfectiemiddel en een handdesinfectiemiddel uitgelegd.

Handdesinfectiemiddelen

Handen worden gedesinfecteerd om het aantal (ziekmakende) micro-organismen, die altijd aanwezig zijn op de handen, terug te dringen tot een acceptabel niveau. Het wordt niet gebruikt om te genezen of om ziekte te voorkomen of voor de behandeling van een wond. Handdesinfectiemiddelen worden alleen op de intacte (blijvende) huid gebruikt. Handdesinfectiemiddelen vallen daarom onder de biocidewetgeving (College ter beoordeling van Geneesmiddelen. ‘Afbakening Biociden en Geneesmiddelen.’ CBG. (2013): geraadpleegd 25 augustus 2015).

Huiddesinfectiemiddelen 

Een huiddesinfectiemiddel wordt gebruikt voor het genezen of voorkomen van ziekte, of voor de behandeling van een wond. Een huiddesinfectiemiddel kan worden gebruikt op een niet-intacte huid of op een intacte huid die ‘geopend’ wordt, zoals bij tatoeëren en piercen. Hierdoor valt een huiddesinfectiemiddel onder de geneesmiddelenwet (Werkgroep Infectie Preventie, ‘Desinfectie’. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2013), geraadpleegd 25 augustus 2015; en College ter beoordeling van Geneesmiddelen. ‘Afbakening Biociden en Geneesmiddelen.’ CBG. (2013): geraadpleegd 25 augustus 2015).

Gebruik desinfectiemiddelen altijd volgens het gebruiksvoorschrift. Lees de bijsluiter voorafgaand aan het gebruik daarom goed door.

Handen zijn toch intacte huid?

Klopt, een huiddesinfectiemiddel mag op de intacte huid gebruikt worden, dus ook op de handen. Bedenk wel dat een huiddesinfectiemiddel agressief is voor de huid en de huid uitdroogt. Meestal is er een terugvetter toegevoegd aan een hand-desinfectiemiddel zodat de handen niet uitdrogen (Werkgroep Infectie Preventie, ‘Handreiniging of desinfectie’. RIVM. (2013), geraadpleegd 7 augustus 2015).

9.6 Bronnenlijst

Relevante wet- en regelgeving

Onderstaande wetten, besluiten en regelingen zijn alle terug te vinden op wetten.overheid.nl

  • Algemene verordening gegevensbescherming
  • Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten
  • Geneesmiddelenwet
  • Tabakswet
  • Warenwet
  • Warenwetbesluit bestuurlijke boeten
  • Warenwetbesluit tatoeëren en piercen
  • Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen
  • Warenwetregeling tatoeëren en piercen

Overige documenten en websites

  • College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. www.ctgb.nl.
  • Daha T. Desinfectantia en de wet. Tijdschrift voor Hygiëne en InfectiePreventie 2004, 5: 130.
  • Janssen K, Kon M. 3 patiënten met complicaties als gevolg van piercing van het oorkraakbeen. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde 2004, 148(27), 1351-1354.
  • Poel P van de. Latexvrije onderzoekshandschoenen, de hygiënist als projectleider. Tijdschrift voor Hygiëne en InfectiePreventie 2005, 1: 3-6.
  • Richtlijnen WIPWerkgroep Infectiepreventie, Stichting Werkgroep Infectie Preventie, Leiden. www.wip.nl.
  • Trick WE, Vernon MO, Hayes RA, Nathan C, Rice TW, Peterson BJ, Segreti J, Welbel SF, Solomon SL, Weinstein RA. Impact of ring wearing on hand contamination and comparison of hand hygiene agents in a hospital. Clin Infect Dis. 2003 Jun 1;36(11):1383-90. Epub 2003 May 22.
  • Yildirim I, Ceyhan M, Cengiz AB, Bagdat A, Barin C, Kutluk T, Gur D. A prospective comparative study of the relationship between different types of ring and microbial hand colonization among pediatric intensive care unit nurses. Int J Nurs Stud. 2008 NovNederlandse Orthopaedische Vereniging;45(11):1572-6. doi: 10.1016/j.ijnurstu.2008.02.010. Epub 2008 May 13.

Warenwetbesluit tatoeëren en piercen

Onderstaand overzicht geeft weer in welke delen van deze hygiënerichtlijnen artikel 6, eerste lid, van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen wordt afgedekt.

Artikel 6, eerste lid    Te vinden in:
Onderdeel a  Paragrafen 2.5, 2.6 en 2.7, hoofdstuk 3
Onderdeel b Paragrafen 2.1 en 2.6, hoofdstukken 3 en 4
Onderdeel c  Paragrafen 2.1, 2.2 en 2.6

Verantwoording

De hygiënerichtlijn voor piercen is voor het laatst volledig herzien in 2014. Aan de laatste herziening hebben de volgende GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en en organisaties bijgedragen:

  • GGD Amsterdam
  • GGD Noord- en Oost-Gelderland
  • GGD Gooi & Vechtstreek
  • GGD Kennemerland
  • Nederlandse Juweliers- en Uurwerkenbranche (NJU)
  • Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit)
  • Vereniging Professionele Piercers Nederland (VPPN)

Wijzigingen sinds laatste herziening:

  • Mei 2016: paragraaf 9.5 'Desinfectiemiddelen voor handen en huid' toegevoegd.
  • Augustus 2018: in het toestemmingsformulier (paragraaf 2.3 en hoofdstuk 8) wordt niet geadviseerd over de bewaartermijn en niet over welke persoonsgegevens moeten worden verzameld, maar wordt geadviseerd dit vast te leggen en inzichtelijk te maken conform de Algemene verordening persoonsgegevens (Avgalgemene verordening gegevensbescherming).
  • Juli 2019: de richtlijn is omgezet naar webbased tekst; hierbij zijn enkele niet-inhoudelijke aanpassingen gedaan en zijn diverse hyperlinks geüpdatet. 
  • Augustus 2019: paragraaf 9.4 (zoekhulp CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides-databank) is geactualiseerd.

 

De hygiënerichtlijn is een uitgave van:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
E-mail: lchv@rivm.nl 
Web: www.lchv.nl