In de e-nieuws van juli vorig jaar besteedden we aandacht aan het einde van de derogatie in Nederland en de gevolgen daarvan voor het (Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid). We schreven toen dat deze ontwikkeling vraagt om een herinrichting van het Basismeetnet, zodat we de effecten van het mestbeleid ook in de toekomst goed kunnen blijven volgen. Afgelopen najaar maakte toenmalig minister Wiersma van (Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur), na zorgvuldige afweging van de verschillende varianten, een definitieve keuze voor de nieuwe opzet van het Basismeetnet. In dit artikel geven we een update: welke variant koos de minister en hoe gaat het vernieuwde LMM eruit zien?
Even opfrissen: verkenning met drie varianten
Sinds dit jaar heeft Nederland geen derogatie meer. Het einde van de derogatie betekent dat ook het Derogatiemeetnet van het (Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid) stopt. En dat heeft weer gevolgen voor het Basismeetnet. Dit vaste meetnet van het LMM moet opnieuw worden ingericht, om de effecten van het mestbeleid goed te kunnen blijven volgen. RIVM en Wageningen Social & Economic Research werkten op verzoek van het ministerie van (Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) in een verkenning drie varianten voor het toekomstige Basismeetnet uit. Een minimale variant, een variant met verfijning binnen de Zandregio en een variant waarbij daarnaast ook verfijning binnen de Klei- en Veenregio mogelijk zou zijn.
De minister koos afgelopen najaar voor de tweede variant. Dat betekent dat het huidige Basismeetnet wordt aangevuld met het minimaal benodigde aantal bedrijven om per grondsoortregio en per bedrijfstype een trend in de waterkwaliteit te kunnen aantonen. Daarnaast wordt het mogelijk om onderscheid te maken in drie zandgebieden binnen de Zandregio.
Onderscheid binnen de Zandregio
Sinds 2011 kent het LMM een onderscheid in vier grondsoortregio’s: Klei, Löss, Veen en Zand (zie figuur 1, links). In de nieuwe opzet van het Basismeetnet is het mogelijk om onderscheid te maken tussen drie gebieden binnen de Zandregio: Zand Noord, Zand Zuid en Zand Midden (figuur 1, rechts).
Dat betekent dat we op meer bedrijven gaan meten in de Zandregio. Daardoor kunnen we uitspraken doen over de ontwikkeling van de nitraatconcentratie op gebiedsniveau. In het mestbeleid wordt al langere tijd onderscheid gemaakt tussen Zand Zuid en de andere twee zandgebieden. Zo gelden er bijvoorbeeld andere stikstofgebruiksnormen. Met de verfijning in de nieuwe opzet van het Basismeetnet kunnen de verschillen in beleid op gebiedsniveau worden gemonitord.
In de nieuwe opzet kunnen we ook apart rapporteren over de bedrijfstypen melkvee (in alle zandgebieden) en akkerbouw (in Zand Zuid en Zand Noord). In Zand Midden is het aantal akkerbouwbedrijven erg klein en is het niet zinvol om deze groep apart te monitoren. Er zouden dan relatief veel akkerbouwbedrijven moeten worden gemonitord om uitspraken te doen over een klein areaal.
afbeeldingen
Figuur 1 De hoofdgrondsoortregio’s in het (Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid). Links: indeling tot nu toe. Rechts: nieuwe indeling met onderscheid binnen de Zandregio
Hoe ziet het Basismeetnet LMM er straks uit?
Het vernieuwde Basismeetnet zal bestaan uit 431 bedrijven (zie Tabel 1). De spreiding van de bedrijven over Nederland wordt anders. We gaan op ruim 40 extra bedrijven in de Zandregio meten, ten opzichte van de huidige aantallen waarover gerapporteerd wordt (het Basismeetnet aangevuld met geschikte bedrijven uit het Derogatiemeetnet). Dit zijn vooral akkerbouwbedrijven. In de Kleiregio en Lössregio blijven de aantallen min of meer gelijk.
Tabel 1. Aantal bedrijven in de nieuwe opzet van het Basismeetnet van het LMM. Niet elk bedrijfstype wordt gemonitord in elke regio/gebied.
| Regio/gebied | Bedrijfstype | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Melkvee | Akkerbouw | Overig | Staldier | |||
| Klei | 50 | 30 | 10 | - | 90 | |
| Löss | 20 | 20 | 10 | - | 50 | |
| Veen | 24 | - | - | - | 24 | |
| Zand | Noord | 55 | 35 | 12 | 20 | 267 |
| Midden | 55 | - | ||||
| Zuid | 55 | 35 | ||||
| Totaal Nederland | 259 | 120 | 32 | 20 | 431 | |
Eerste resultaten nieuwe opzet verwacht in 2028
De overgang naar de nieuwe opzet van het Basismeetnet is in gang gezet en verloopt gefaseerd per regio. Een belangrijke stap is de werving van nieuwe bedrijven. Wageningen Social & Economic Research selecteert en werft de bedrijven en brengt vervolgens de landbouwpraktijk in kaart. Aankomende winter (2026/2027) is de nieuwe opzet in de Klei- en Veenregio operationeel en start het RIVM met de bemonstering van de waterkwaliteit. Daarna volgt de Zandregio (bemonstering zomer 2027) en de Lössregio (bemonstering winter 2027/2028). Rond de zomer van 2028 zullen we de eerste monitoringsresultaten van het Basismeetnet in de nieuwe opzet publiceren. Tot die tijd rapporteren we de resultaten volgens de huidige opzet van het Basismeetnet.
Richard van Duijnen & Angelique van der Lans (RIVM)
E-nieuws mei 2026