Het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid) volgt de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater op landbouwbedrijven, gerelateerd aan de bedrijfsvoering op deze bedrijven. Dit om de effecten van de veranderingen in de bedrijfsvoering op de waterkwaliteit in beeld te krijgen. Samen met de WURWageningen University & Research brengt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voor de overheid in beeld wat de effecten zijn van het mestbeleid op de bedrijfsvoering (Wageningen Economic Research) en waterkwaliteit (RIVM) op landbouwbedrijven. 

Sinds midden jaren 80 van de vorige eeuw voert de overheid een beleid om de nadelige effecten van de landbouw op de omgevingskwaliteit te beperken. Het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid is in het leven geroepen om de effectiviteit van dit overheidsbeleid te kunnen evalueren. Ook vervult het LMM een belangrijke rol bij het voldoen aan de monitoringsverplichtingen van de Europese Unie. Het gaat hierbij vooral om het monitoren van de effecten van de maatregelenprogramma's in het kader van de Nitraatrichtlijn en de aan Nederland verleende derogatie.

De resultaten van het Basismeetnet worden onder andere gebruikt voor de vijfjaarlijkse evaluatie van de Meststoffenwet en de actualisatie van de Nitraat Actieprogramma's. De resultaten van het Derogatiemeetnet worden jaarlijks gerapporteerd aan de Europese Commissie. 

Snel naar:

Wat is Nitraat

Stikstof in natuurlijk water is samengesteld uit verschillende componenten (chemische verbindingen). Als gevolg van biologische activiteit (planten, schimmels en bacteriën) en afhankelijk van de omstandigheden (zuurstofgehalte en pH) kunnen die componenten in elkaar omgezet worden. Stikstof in het water kan ook omgezet worden naar gasvormige componenten zoals stikstofgas (N2), lachgas (N2O) en ammoniak (NH3).

De belangrijkste stikstofcomponenten in natuurlijk water zijn nitraat, ammonium en organisch gebonden stikstof. Theoretisch kan ook ammoniak of nitriet voorkomen. Wegens hun instabiliteit worden deze componenten hier verder niet beschouwd.

De componenten ’nitraat’, ’ammonium’ en ’organisch stikstof’ bij elkaar genomen noemen we ’totaal stikstof’ of kortweg ’stikstof’.

De verdeling van de stikstofcomponenten verschilt per grondsoortregio. In drie van de vier grondsoortregio’s (zand, klei en löss) is nitraat de dominante stikstofcomponent, in zowel uitspoelend water als in slootwater. In de veenregio komt stikstof echter vooral voor als ammonium en opgelost organisch stikstof.

Lees verder over de meetmethoden.

Wat is het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid?

In deze animatie wordt uitgelegd wat de gevolgen zijn van mest op de natuur en waterkwaliteit. Ook wordt uitgelegd wat de rol van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is.

Uitgeschreven tekst:
Landbouw is de basis van onze voedselproductie.

Boeren gebruiken mest omdat gewassen... voedingsstoffen zoals Stikstof...en Fosfor... nodig hebben.

Maar voedingsstoffen die niet opgenomen worden, worden vastgehouden door de bodem.

Of ze komen in het grondwater of oppervlaktewater terecht. “Uitspoeling” heet dat.

Vanaf de jaren ’50 is de landbouw in Nederland sterk geïntensiveerd. Meer dieren, hogere productie, meer mest... meer uitspoeling.

De gevolgen? Zeldzame planten en dieren verdwijnen, blauwalgen bedreigen het zwemwater, en teveel nitraat, een goed oplosbare vorm van stikstof, maakt grondwater minder bruikbaar als bron voor drinkwater.

In de jaren ‘80 besefte men dat het milieu beschermd moest worden.
Daarom ging in 1991 de Europese Nitraatrichtlijn van kracht. De Europese nitraatnorm is gebaseerd op de drinkwaternorm van 50mg/l.
En Nederland kwam met eigen kwaliteitsnormen voor stikstof en fosfor concentraties in oppervlaktewater.
Om de normen te halen, werd het gebruik van dierlijke mest en kunstmest beperkt.

Vanaf 1992 meet het onafhankelijke Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid de effecten van deze maatregelen.
We nemen watermonsters en verzamelen gegevens over bijvoorbeeld mestgebruik en -productie op ongeveer 450 bedrijven in heel Nederland.

De meetresultaten?

In de jaren ’90 zijn het mestgebruik én de uitspoeling sterk afgenomen.

Nitraatuitspoeling is het laagst in de Veenregio en kleiregio.

Maar in de Zandregio en de Lössregio komt de nitraatconcentratie soms nog boven de nitraatnorm van 50 mg/l.

Voedingsstoffen spoelen minder uit in grasland dan in akkerbouwland. Daarom hebben melkveebedrijven gemiddeld een lagere nitraatconcentratie in het grondwater dan akkerbouwbedrijven.

Fosfor bindt zich sterk aan de bodem. We zien daardoor weinig uitspoeling naar het grondwater. Zo langzamerhand raakt de bodem echter steeds meer verzadigd. Dat zorgt misschien in de toekomst voor problemen.

Langzaam komt de intensieve landbouw meer in balans met natuur en waterkwaliteit. In de komende jaren probeert Nederland met het mestbeleid die balans verder te verbeteren.

De resultaten van het LMM zijn daarbij onmisbaar.

Derogatie & Waterkwaliteit

Derogatieregeling (aantal woorden: 254)
Ons vee produceert niet alleen melk of vlees, maar ook mest. Deze
mest bevat voedingsstoffen die gewassen laten groeien. Een deel van
deze stoffen wordt niet opgenomen en spoelt uit naar het grondwater
en het oppervlaktewater. Dat is slecht voor het milieu. Daarom bepaalt
de Europese Unie hoeveel dierlijke mest de agrariër op zijn land mag
gebruiken.
Naast de norm van de EU heeft Nederland een eigen norm voor de totale
hoeveelheid meststoffen, die hoger ligt dan de norm voor dierlijke mest. Het
verschil tussen de twee mag de agrariër aanvullen met kunstmest. Onder
bepaalde voorwaarden mogen Nederlandse agrariërs van de EU meer
dierlijke mest gebruiken dan de Europese norm. Dit heet derogatie.
Om derogatie te kunnen krijgen moet een agrarisch bedrijf voor minimaal
80% uit grasland bestaan. Grasland houdt de voedingsstoffen namelijk
beter vast dan bijvoorbeeld maïs. Er is dus minder uitspoeling van mest
naar het grondwater en oppervlaktewater.
Voor agrarische bedrijven is derogatie op twee manieren financieel
voordelig. Enerzijds omdat ze minder mest hoeven af te voeren en
anderzijds omdat ze minder kunstmest hoeven aan te kopen.
Met het Landelijke meetnet effecten Mestbeleid meet RIVM sinds 2006 op
300 derogatiebedrijven de waterkwaliteit. Wageningen Economic Research
verzamelt daar informatie over de bedrijfsvoering en het mestgebruik
Uit de monitoring blijkt dat het gebruik van meer dierlijke mest op
derogatiebedrijven geen negatief effect heeft op de waterkwaliteit.
Dat komt omdat de totale hoeveelheid mest die gebruikt mag worden niet
verhoogd is. Ook is het aandeel grasland op bedrijven met derogatie groter
geworden, waardoor meststoffen minder uitspoelen.

Overzicht van rapporten en publicaties van het LMM

Waarom bestaat het LMM?

Thumbnail