Boeren gebruiken mest om hun gewassen goed te laten groeien. Mest zit namelijk vol met belangrijke voedingsstoffen, zoals stikstof en fosfor. Maar het gewas neemt niet alle voedingsstoffen op. De bodem houdt een deel vast. En een deel van de voedingsstoffen spoelt uit naar het grond- en oppervlaktewater.

Gevolgen van uitspoeling meststoffen

Het uitspoelen van deze stoffen is schadelijk voor de leefomgeving. Het grondwater kan vervuild raken. Daardoor is het minder geschikt als bron voor drinkwater. En meststoffen in het oppervlaktewater kunnen zorgen voor flinke groei van algen. Dat kan weer leiden tot problemen voor de gezondheid van mensen en dieren. Ook is teveel algengroei slecht voor de biodiversiteit in het water.

De Nederlandse overheid maakt beleid om deze nadelige effecten op de leefomgeving zoveel mogelijk te beperken. Dat doet zij al sinds het midden van de jaren 80. Om te onderzoeken of dit beleid goed werkt, is in 1992 het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid) opgericht.

Wat is het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid?

In deze animatie wordt uitgelegd wat de gevolgen zijn van mest op de natuur en waterkwaliteit. Ook wordt uitgelegd wat de rol van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is.

Uitgeschreven tekst:
Landbouw is de basis van onze voedselproductie.

Boeren gebruiken mest omdat gewassen... voedingsstoffen zoals Stikstof...en Fosfor... nodig hebben.

Maar voedingsstoffen die niet opgenomen worden, worden vastgehouden door de bodem.

Of ze komen in het grondwater of oppervlaktewater terecht. “Uitspoeling” heet dat.

Vanaf de jaren ’50 is de landbouw in Nederland sterk geïntensiveerd. Meer dieren, hogere productie, meer mest... meer uitspoeling.

De gevolgen? Zeldzame planten en dieren verdwijnen, blauwalgen bedreigen het zwemwater, en teveel nitraat, een goed oplosbare vorm van stikstof, maakt grondwater minder bruikbaar als bron voor drinkwater.

In de jaren ‘80 besefte men dat het milieu beschermd moest worden.
Daarom ging in 1991 de Europese Nitraatrichtlijn van kracht. De Europese nitraatnorm is gebaseerd op de drinkwaternorm van 50mg/l.
En Nederland kwam met eigen kwaliteitsnormen voor stikstof en fosfor concentraties in oppervlaktewater.
Om de normen te halen, werd het gebruik van dierlijke mest en kunstmest beperkt.

Vanaf 1992 meet het onafhankelijke Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid de effecten van deze maatregelen.
We nemen watermonsters en verzamelen gegevens over bijvoorbeeld mestgebruik en -productie op ongeveer 450 bedrijven in heel Nederland.

De meetresultaten?

In de jaren ’90 zijn het mestgebruik én de uitspoeling sterk afgenomen.

Nitraatuitspoeling is het laagst in de Veenregio en kleiregio.

Maar in de Zandregio en de Lössregio komt de nitraatconcentratie soms nog boven de nitraatnorm van 50 mg/l.

Voedingsstoffen spoelen minder uit in grasland dan in akkerbouwland. Daarom hebben melkveebedrijven gemiddeld een lagere nitraatconcentratie in het grondwater dan akkerbouwbedrijven.

Fosfor bindt zich sterk aan de bodem. We zien daardoor weinig uitspoeling naar het grondwater. Zo langzamerhand raakt de bodem echter steeds meer verzadigd. Dat zorgt misschien in de toekomst voor problemen.

Langzaam komt de intensieve landbouw meer in balans met natuur en waterkwaliteit. In de komende jaren probeert Nederland met het mestbeleid die balans verder te verbeteren.

De resultaten van het LMM zijn daarbij onmisbaar.

Samen met Wageningen Economic Research

In het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid werken het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Wageningen University & Research (WURWageningen University & Research) samen. Aan het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid nemen ongeveer 450 landbouwbedrijven deel. De WUR verzamelt bij deze bedrijven gegevens over de landbouwpraktijk. Het RIVM meet de waterkwaliteit op deze bedrijven.

EUEuropean Union beleid

Het LMM onderzoekt dus of het Nederlandse mestbeleid goed werkt. Maar niet alleen de Nederlandse overheid werkt aan het beschermen van het milieu. Ook de Europese Unie neemt allerlei maatregelen. Zo heeft de EU in 1991 de Nitraatrichtlijn ingevoerd. Het doel van de Nitraatrichtlijn is om de waterkwaliteit in Europa te beschermen. Met dezelfde regels voor alle landen, zodat er een gelijk speelveld is voor alle Europese boeren. De Europese landen beschrijven in actieprogramma’s welke maatregelen ze nemen voor de Nitraatrichtlijn. Het LMM speelt een belangrijke rol bij het meten van de resultaten van het Nederlandse actieprogramma.

Het LMM heeft nog een andere belangrijke functie. Onder bepaalde voorwaarden mogen Nederlandse boeren meer dierlijke mest gebruiken dan de Europese norm. Dit heet derogatie. Eén van de voorwaarden voor derogatie is dat Nederland ieder jaar aan de EU rapporteert over de waterkwaliteit. Dat doen we ook via het LMM.

Derogatie & Waterkwaliteit

Derogatieregeling (aantal woorden: 254)
Ons vee produceert niet alleen melk of vlees, maar ook mest. Deze
mest bevat voedingsstoffen die gewassen laten groeien. Een deel van
deze stoffen wordt niet opgenomen en spoelt uit naar het grondwater
en het oppervlaktewater. Dat is slecht voor het milieu. Daarom bepaalt
de Europese Unie hoeveel dierlijke mest de agrariër op zijn land mag
gebruiken.
Naast de norm van de EU heeft Nederland een eigen norm voor de totale
hoeveelheid meststoffen, die hoger ligt dan de norm voor dierlijke mest. Het
verschil tussen de twee mag de agrariër aanvullen met kunstmest. Onder
bepaalde voorwaarden mogen Nederlandse agrariërs van de EU meer
dierlijke mest gebruiken dan de Europese norm. Dit heet derogatie.
Om derogatie te kunnen krijgen moet een agrarisch bedrijf voor minimaal
80% uit grasland bestaan. Grasland houdt de voedingsstoffen namelijk
beter vast dan bijvoorbeeld maïs. Er is dus minder uitspoeling van mest
naar het grondwater en oppervlaktewater.
Voor agrarische bedrijven is derogatie op twee manieren financieel
voordelig. Enerzijds omdat ze minder mest hoeven af te voeren en
anderzijds omdat ze minder kunstmest hoeven aan te kopen.
Met het Landelijke meetnet effecten Mestbeleid meet RIVM sinds 2006 op
300 derogatiebedrijven de waterkwaliteit. Wageningen Economic Research
verzamelt daar informatie over de bedrijfsvoering en het mestgebruik
Uit de monitoring blijkt dat het gebruik van meer dierlijke mest op
derogatiebedrijven geen negatief effect heeft op de waterkwaliteit.
Dat komt omdat de totale hoeveelheid mest die gebruikt mag worden niet
verhoogd is. Ook is het aandeel grasland op bedrijven met derogatie groter
geworden, waardoor meststoffen minder uitspoelen.

Overzicht van rapporten en publicaties van het LMM

Waarom bestaat het LMM?