De Aanvullende Module Middelen verzamelt cijfers over het leefstijlthema middelengebruik als aanvulling op de Kern van de Leefstijlmonitor. Hierbij worden achterliggende verbanden en verklarende variabelen onderzocht en cijfers verzameld die minder vaak dan jaarlijks nodig zijn. Onder middelen vallen alcohol, roken, drugs en sportprestatieverhogende middelen.
Doelpopulatie
Cijfers over middelengebruik worden verzameld voor personen van 18 jaar of ouder woonachtig in particuliere huishoudens in Nederland. Er zijn ook gegevens verzameld bij personen vanaf 15 jaar vanwege internationale onderzoeksverplichtingen (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction). Voor nationale onderzoeksdoeleinden worden echter primair de gegevens vanaf 18 jaar gebruikt, conform de kerncijfers voor het beleid van de Staat van Volksgezondheid en Zorg (Staat VenZ (Volksgezondheid en Zorg); zie: www.staatvenz.nl).
Frequentie onderzoek
De aanvullende module Middelengebruik wordt sinds 2016 tweejaarlijks uitgevoerd.
Data verzameling
De aanvullende module Middelengebruik is een vragenlijstonderzoek. De data wordt verzameld door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) in samenwerking met RIVM en Trimbos. Er wordt maandelijks een steekproef van personen getrokken uit de Basisregistratie Personen (BRP). De steekproeftrekking is opgehoogd voor 20-35 jarigen. Dit betekent dat er uit die leeftijdsgroep meer mensen worden benaderd om een betere afspiegeling van deze leeftijdsgroep te krijgen in de steekproef.
De vragenlijst wordt in een "mixed-mode" design uitgevoerd. Eerst worden personen in de steekproef gevraagd om via internet de vragenlijst in te vullen (CAWI – Computer Assisted Web Interviewing). Personen die niet reageren (non-respondenten) worden herbenaderd voor een ‘face-to-face’ interview (CAPI – Computer Assisted Personal Interviewing). Niet iedereen die niet reageert wordt herbenaderd. Er wordt sinds 2020 een doelgroepgerichte benadering gebruikt: als een doelgroep relatief goed reageert via CAWI, wordt er uit die doelgroep een kleiner deel herbenaderd voor CAPI dan doelgroepen die slecht reageren via CAWI. CAPI wordt hiermee selectiever ingezet. De uiteindelijk respons geeft hiermee een betere afspiegeling van de bevolking op basis van achtergrondkenmerken. Tot en met 2024 was er ook herbenadering mogelijk via telefonisch interview (CATI- Computer Assisted Telephone Interviewing).
Respondenten maken bij deelname aan het onderzoek kans op een prijs: een Apple Watch SE of een cadeaubon ter waarde van 300 euro. Tot en met 2022 werd een cadeaubon ter waarde van 5 euro gegeven bij de eerste uitnodiging. In 2024 was dit in de vorm van cadeaubonnen ter waarde van 400 euro.
Onderaan deze pagina vindt u documentatie over de verschillende aspecten van de dataverzameling zoals de steekproeftrekking en benaderingsstrategie per onderzoeksjaar. Ook vindt u daar de vragenlijsten per jaar. Wanneer er een aanpassing aan de vragenlijst is gedaan tijdens de dataverzameling, dan is dit aangeduid met versie B. De eventuele wijzigingen staan beschreven in die versie van de vragenlijst en de documentatie over de dataverzameling.
Het aantal respondenten per onderzoeksjaar bedraagt ongeveer 10.000. Een uitgebreid responsoverzicht per onderzoeksjaar vindt u in de documentatie over de dataverzameling.
Weging
Om de resultaten zo representatief mogelijk te laten zijn voor de totale bevolking, zijn de resultaten gewogen. Hiermee wordt corrigeert voor verschillen tussen de samenstelling van de respondenten en de totale bevolking. De wegingsfactor is berekend op de kenmerken geslacht, leeftijd, herkomst, burgerlijke staat, stedelijkheid, provincie, landsdeel, huishoudgrootte, inkomen, vermogen en enquêteseizoen. Hiermee tellen de antwoorden van groepen inwoners die verhoudingsgewijs weinig meededen aan het onderzoek zwaarder mee en de antwoorden van groepen inwoners die verhoudingsgewijs vaker meededen minder zwaar. Een uitgebreide beschrijving van de weging per onderzoeksjaar vindt u in de documentatie over de dataverzameling.
Vergelijking LSM-A Middelen en GE/LSM-K
In zowel de Aanvullende Module Middelen als de Gezondheidsenquête (GE) (onderdeel van de Kern van de Leefstijlmonitor (LSM-K)) wordt informatie verzameld over middelengebruik. Dit zijn twee losstaande onderzoeken. Hoewel beide onderzoeken zoveel mogelijk vergelijkbaar zijn opgezet, zijn er ook enkele verschillen tussen de twee onderzoeken, zoals in de steekproeftrekking, benaderingsstrategie, weging en (in eerdere jaren) beloning. Dit kan er voor zorgen dat cijfers uit de aanvullende module verschillen van cijfers uit de GE/LSM-K.
In de GE/LSM-K worden de belangrijkste vragen gesteld die dienen voor cijfers over middelen. In de LSM-A Middelen worden deze vragen zoveel mogelijk gelijk gesteld, maar dienen als opstapvragen voor de verdiepende vragen. Daarnaast worden vragen gesteld over sportprestatieverhogende middelen. In “Vergelijking LSM-A Middelen met GE” onder aan deze pagina vindt u per onderzoeksjaar een overzicht met het verschil in vraagstellingen tussen de twee onderzoeken en een vergelijking van resultaten voor deze vragen.