Op deze pagina staat een terugblik op de legionellose surveillance in Nederland in 2025.
Samenvatting
Meer meldingen van legionellose in 2025
In 2025 kreeg het RIVM meer meldingen van legionellose dan in 2024. Het aantal meldingen was wel lager dan in piekjaar 2023. Legionellose is een ziekte die wordt veroorzaakt door een infectie met een legionellabacterie. Er waren in totaal 739 legionellose meldingen. Hiervan vielen 729 meldingen (98,6%) onder de Europese casusdefinitie van legionellapneumonie (longontsteking door Legionella, ook wel veteranenziekte genoemd). Iemand heeft dan:
Een radiologisch en/of klinisch bevestigde longontsteking, én
Relevante diagnostiek positief voor de legionellabacterie:
Kweek uit sputum, broncho-alveolaire lavage of materiaal van een normaal steriele locatie
Urineantigeentest
PCR (polymerase chain reaction) op sputum, BALbroncho-alveolaire lavageof materiaal van een normaal steriele locatie
Significante titerstijging of seroconversie specifiek voor Legionella pneumophila
Het aantal meldingen per 100.000 inwoners (incidentie) in 2025 is 4,04 mensen per 100.000 inwoners. Het aantal longontstekingen door legionella ligt 26,1% hoger dan in 2024. Toen waren er 578 meldingen van legionellapneumonie. In 2023 was het aantal meldingen van legionellapneumonie met 899 uitzonderlijk hoog, mogelijk gerelateerd aan de weersomstandigheden tijdens de zomer.
Meeste infecties opgelopen in Nederland
In 2025 liepen 516 patiënten (70,8%) legionellapneumonie op in Nederland. Dit komt overeen met een incidentie van 2,86 mensen per 100.000 inwoners. Daarnaast liepen 210 patiënten (28,9%) de infectie waarschijnlijk op in het buitenland. Italië (40 keer), Verenigde Arabische Emiraten (29 keer) en Duitsland (28 keer) waren de vaakst genoemde reisbestemmingen.
Het aantal meldingen van legionellapneumonie opgelopen in Nederland in 2025 is vergelijkbaar met de jaren 2021 en 2022 (respectievelijk 555 en 484 meldingen). In die jaren waren er vanwege de coronapandemie minder infecties opgelopen in het buitenland, waardoor het totale aantal meldingen in die jaren lager lag dan in 2025.
Figuur 1. Aantal legionellapneumonie meldingen per jaar, ziekte opgelopen in Nederland, waarschijnlijk in het buitenland of informatie over land van besmetting onbekend.
* Bevat enkel meldingen die voldoen aan de Europese casusdefinitie voor legionellapneumonie
Beschrijving patiënten
Gemiddeld jaar
Het aantal meldingen in 2025 volgde het gebruikelijke seizoenspatroon. Dat betekent dat er in de zomer periode meer meldingen zijn dan in de winter. In de meeste maanden was het aantal meldingen rond het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar. In geen van de maanden in 2025 week het aantal meldingen significant af van het gemiddelde aantal in die maand in de voorgaande vijf jaar (figuur 2). In juli was het aantal meldingen met 103 het hoogst.
Patiëntkenmerken
De meeste patiënten waren ouder dan 50 jaar (90,3%) en man (71,3%, figuur 3). De mediane leeftijd was 67 jaar. Het aandeel van de patiënten met minstens één risicofactor (ouder dan 50 jaar, roker en/of onderliggende aandoening(en)) was 98,3%.
Ziekenhuisopname en sterfte
De meeste patiënten werden opgenomen in het ziekenhuis (97,1%). Een kleiner deel (26,6%) werd opgenomen op de IC (Intensive care). Er zijn 30 overleden patiënten gemeld (5,8%).
De kenmerken van patiënten, opname in ziekenhuis of IC en overlijden komt overeen met het beeld van voorgaande jaren.
Figuur 2. Legionellapneumonie meldingen per maand gedurende 2025, ziekte opgelopen in Nederland, waarschijnlijk in het buitenland of informatie over land van besmetting onbekend.
* Bevat enkel meldingen die voldoen aan de Europese casusdefinitie voor legionellapneumonie
Figuur 3. Legionellapneumonie meldingen en incidentie per 100.000 per geslacht en leeftijdsgroep gedurende 2025.
* Bevat enkel meldingen die voldoen aan de Europese casusdefinitie voor legionellapneumonie en waarvan de infectie in Nederland is opgelopen
Diagnostiek
Urineantigeentest vaakst gebruikt bij diagnose
Er zijn verschillende manieren om een diagnose van legionellapneumonie te stellen. Dit werd bij 402 patiënten (77,9%) gedaan met een urineantigeentest. Bij 150 patiënten (29,1%) werd de diagnose gesteld via een PCR (polymerase chain reaction). En bij 115 patiënten (22,3%) was er ook sprake van een positieve kweek. Bij een patiënt kan de diagnose met meerdere methoden worden gesteld, waardoor het totaal boven 100% uit komt.
Van 99 meldingen was een patiënt kweek beschikbaar en is de Legionella-species bepaald door de Bronopsporingseenheid Legionellapneumonie (BEL) op referentielab Streeklab Haarlem. Als het ging om Legionella pneumophila, werd ook de serogroep (sg) en sequence type (ST) bepaald door BEL.
In 89 van de 99 patiënten kweken werd L. pneumophila gevonden (89,9%). Hier ging het om 76 keer L. pneumophila sg 1 (76,7%), L. pneumophila sg 2-14 werd 12 keer (12,1%) gevonden en 1 keer (1,0%) kon de serogroep niet worden bepaald. Van de non-pneumophila species is L. longbeachae 9 keer gevonden (9,1%) en L. macaechernii 1 keer (1,0%). Evenals eerdere jaren, was ST47 bij patiënten het vaakst voorkomende ST met 21 bepalingen (27,6%). Dit werd gevolgd door ST48 (6 keer, 7,9%) en ST82 (6 keer, 7,9%).
Brononderzoek, matches en clusters
Regionale verdeling
In onderstaande kaart is het aantal meldingen van legionellapneumonie per 100.000 inwoners (incidentie) weergegeven per tweecijferig postcodegebied. De incidentie was in 2025 het hoogst in postcodegebied 71 (liggend in GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-regio Noord- en Oost-Gelderland), maar er zijn in dit gebied geen geografische clusters of gemeenschappelijke bronnen gevonden.
Genotypische matches
We spreken van een match als de gevonden legionellabacterie uit het monster van de patiënt genetisch hetzelfde is als de bacterie uit het monster van een mogelijke besmettingsbron. In 2025 kon bij twee patiënten de bron van besmetting vastgesteld worden, doordat er sprake was van een match. Bij één patiënt was een saunalocatie de bron van besmetting en bij de andere patiënt zowel het leidingwater in als een bubbelbad bij een accommodatie in Nederland.
Geografische clusters
Er zijn in 2025 verschillende geografische clusters onderzocht. Een geografisch cluster bestaat in beginsel uit drie of meer patiënten in een half jaar tijd, woonachtig binnen een straal van 1 kilometer. Ook kan het gaan over een lokale verheffing ten opzichte van het gebruikelijke aantal meldingen in dat gebied of een duidelijk verhoogde regionale incidentie ten opzichte van de landelijke incidentie. Bij geen van de onderzochte geografische clusters is een match tussen een bron en één of meer patiënten gevonden. Hieronder een korte samenvatting van enkele geografische clusters:
In juli 2025 was er een geografisch cluster in de GGD regio Gelderland-Midden. In eerste instantie ging het om 6 patiënten met Legionella pneumophila serogroep 1 woonachtig binnen een straal van 1 km (kilometer). Twee van de 6 patiënten hadden ook een positieve kweek met ieder een verschillende sequence type (ST46 en ST47). Er is brononderzoek gestart en er zijn monsters genomen van één natte koeltoren, één rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en één industriële afvalwaterzuiveringsinstallatie (IWZI). In de IWZI werd een hoge concentratie Legionella pneumophila serogroep 1 gevonden met een nieuwe sequence type. Dat betekent dat de sequence type nog niet overeenkomt met een eerder geregistreerde stam in de wereldwijde referentiedatabase en daarom nog geen nummer heeft. In totaal werden 16 patiënten gelinkt aan dit cluster. Bij deze 16 patiënten waren er in totaal 5 positieve patiëntkweken beschikbaar, maar geen daarvan kwam overeen met het type die in de IWZI werd gevonden. Ondanks het ontbreken van een genotypische match zijn er, vanwege de hoge concentratie Legionella pneumophila serogroep 1 die in de IWZI werd aangetroffen, in september 2025 maatregelen genomen om de groei van Legionella in de installatie te belemmeren. Daarna zijn er geen nieuwe patiënten meer bijgekomen die gelinkt konden worden aan dit cluster.