De PAS monitoringsrapportage stikstof is aangevuld met informatie over de leefgebieden van soorten. Deze aanvullende rapportage heeft geen gevolgen voor de eerder gepresenteerde conclusies over de trends in uitstoot en depositie van stikstofoxides en ammoniak. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu verwacht dat de hoeveelheid stikstof die neerslaat in natuurgebieden op lange termijn blijft dalen.

Stikstof is een voedingsstof voor planten, maar te veel stikstof kan schade veroorzaken aan de natuur en biodiversiteit.

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) beoogt economische ontwikkeling samen te laten gaan met een realisatie van de natuurdoelen voor de Natura 2000-gebieden. Het programma omvat zowel maatregelen die leiden tot afname van de stikstofdepositie in deze gebieden als herstelmaatregelen ter versterking van de natuur.

Met de PAS-monitoringsrapportage stikstof beschrijft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de ontwikkeling van stikstofemissie en –depositie in de tijd en beschrijft de benuttingsgraad van de depositieruimte door nieuwe economische activiteiten die met het PAS mogelijk is gemaakt. In het PAS werken Rijk en provincies samen. Deze partijen kunnen met behulp van de monitoringsinformatie bepalen of het met het PAS ingezette beleid voldoet of dat bijsturing van het programma nodig is. Het RIVM voert de stikstofmonitoring uit in opdracht van het PAS-Bureau.

In deze tussentijdse rapportage is informatie over leefgebieden van soorten toegevoegd. Hierdoor wordt op anderhalf keer zoveel locaties de verwachte neerslag gemonitord. Het aanvullen en toevoegen van leefgebieden aan het Programma Aanpak Stikstof heeft geleid tot meer inzicht in de leefgebieden van planten en dieren die gevoelig zijn voor stikstof.