Zorg en signalering op afstand met behulp van technologie kan bijdragen aan betere zorg voor thuiswonende ouderen en mensen in zorginstellingen. Om de voordelen van dit soort technologie, ook wel aangeduid als domotica, op een verantwoorde wijze te kunnen benutten, beveelt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zorginstellingen aan een duidelijke visie te formuleren over de inzet van domotica in het zorgproces. Het is daarbij belangrijk dat zorginstellingen een risicoanalyse maken en waar nodig beheersmaatregelen invoeren. Het RIVM biedt in een rapport over de inzet van domotica in de langdurige zorg een handreiking.

Een alarmknop, met het achterliggende meldcentrum, waarmee ouderen of cliënten van zorginstellingen om hulp kunnen vragen, is het bekendste voorbeeld van technologie voor zorg op afstand. Er zijn ook zorginstellingen die beschikken over een systeem waarbij infrarooddetectoren signaleren wanneer een cliënt uit bed gaat, en dus mogelijk kan vallen. Verder kan zorg in de thuissituatie soms geleverd worden door contact via een beeldscherm. Het meest geavanceerd zijn systemen die waarschuwen als een alleenwonende cliënt zijn gebruikelijke leefpatroon doorbreekt, en bijvoorbeeld niet meer de koelkast opent. Met dit soort technologie kan doelmatiger zorg worden verleend waar het nodig is.

Steeds meer zorg- en thuiszorginstellingen maken gebruik van domotica. Het is daarbij belangrijk dat deze instellingen goed zijn voorbereid op de veranderingen in het zorgproces die hierdoor ontstaan. Instellingen moeten tijd en energie steken in een goede invoering van zorgdomotica, aan een analyse van de risico’s en aan maatregelen om die te beheersen. Als dat niet gebeurt dan bestaat de kans dat de zorgverleners niet goed met de technologie omgaan, niet de geschikte technologie wordt ingezet voor een individuele cliënt, of de apparaten na relatief korte tijd terzijde worden geschoven. ‘Je kunt aan heel simpele dingen denken die fout kunnen gaan. Bijvoorbeeld het niet stelselmatig controleren van batterijtjes van apparaten. Maar ook aan voorlichting van het personeel. Je moet duidelijk maken waarom je kiest voor technologische hulpmiddelen, zodat ze ook gemotiveerd raken en capabel zijn om de middelen goed in te zetten’, aldus de RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-onderzoekers.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZInspectie voor de Gezondheidszorg).