Traffic sign COVID-19 testing and vaccination location

In de periode van 3 februari tot en met 9 februari kregen 24.668 personen een positieve testuitslag. Het aantal meldingen zakte nog wel, maar met 14% is de daling kleiner dan in de afgelopen weken. Het reproductiegetal van 22 januari daalde naar 0,91 (0.88 - 0.93). Dit is onder de 1, wat past bij de afname die we de afgelopen weken zagen in de meldingen. Verhoudingsgewijs raken echter steeds meer mensen besmet met de besmettelijkere Britse variant.

Aantal testen afgenomen

Het aantal personen dat zich heeft laten testen nam af. De afgelopen kalenderweek lieten 195.086 personen zich testen (de week daarvoor 208.275). Door het winterweer van de afgelopen zondag waren testlocaties van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst gesloten. Ook maandag werd er minder getest. Van de mensen die zich hebben laten testen is het deel met een positieve testuitslag afgelopen week iets gedaald van 11,4% in de week van 27 januari-2 februari naar 10,7% vorige week.

Verspreiding en leeftijd

In Nederland daalde het aantal meldingen per 100.000 inwoners afgelopen week met 14% vergeleken met de week ervoor. In GGD-regio Fryslân en Gooi en Vechtstreek steeg het aantal meldingen per 100.000 inwoners. In Brabant-Noord, Noord-Holland Noord, Utrecht en Drenthe bleven de aantallen ongeveer hetzelfde als de week ervoor. Alle veiligheidsregio’s zitten in de ernstige fase van de pandemie (gerekend met het aantal positief geteste personen).

De risiconiveaus van de veiligheidsregio’s worden nu ook bepaald met het aantal ziekenhuisopnames. Op basis van het aantal ziekenhuisopnames zitten alle veiligheidsregio’s nog in een zeer ernstige fase van de pandemie.

In alle leeftijdsgroepen boven de 12 jaar is het aantal meldingen lager in de afgelopen week vergeleken met de week daarvoor. Sinds afgelopen woensdag is het bron- en contactonderzoek (BCObron- en contactonderzoek) op scholen en op de kinderopvang hetzelfde als het BCO bij volwassenen. Voor kinderen van 4-12 jaar die naar de basisschool gaan, is het thuisblijf- en testbeleid sinds gisteren aangepast en hetzelfde als dat voor oudere kinderen op de middelbare school en bij volwassenen. Zij moeten met alle klachten die passen bij bij COVID-19 thuisblijven en zich laten testen.

Door nieuw BCO-beleid is een lichte stijging te zien in het aantal jonge kinderen dat afgelopen week getest werd en ook in het aantal meldingen van positieve testuitslagen (zie figuur 1). Met de opening van de basisscholen kunnen deze aantallen in de jongere leeftijden de komende weken verder stijgen.

grafiek leeftijdsverdeling aantal meldingen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Figuur 1. Aantal meldingen per leeftijdscategorie per week.

Verspreiding nieuwe coronavarianten

Er zijn vier nieuwe varianten van het coronavirus in Nederland gevonden. De Britse en de Zuid-Afrikaanse variant en twee Braziliaanse varianten. 

Britse variant

De extra maatregelen van de afgelopen maanden hebben hun vruchten afgeworpen. Het reproductiegetal van de oude varianten in Nederland zakte tot 0,80 (0,75 – 0,85) op 22 januari. Een week ervoor was het reproductiegetal nog 0,86 (0,78 - 0,92). Op diezelfde dag zakte het reproductiegetal van de Britse variant tot 1,13 (1,06 – 1,20), terwijl dat een week eerder nog 1,28 (1,19 - 1,36) was. Een reproductiegetal van boven de 1 zorgt ervoor dat het aantal mensen dat dit virus krijgt stijgt. Bij een gelijkblijvend reproductiegetal (van boven de 1) zal het aantal mensen met de Britse variant dan ook nog blijven toenemen. 

Figuur 2 laat sinds begin december de groei van de Britse variant zien  in vergelijking met de oude varianten. De grafiek laat de eerste ziektedag van positief geteste personen zien. Het rode deel van de balkjes geeft het aantal aan met de Britse variant. Gemiddeld zijn personen vijf dagen voordat ze klachten kregen besmet met het coronavirus.

Niet van iedereen wordt onderzocht welke variant van het coronavirus hij of zij heeft. De verhouding tussen de Britse variant en de overige varianten in deze figuur wordt berekend met onderzoeksgegevens uit de kiemsurveillance. Elke week krijgen onderzoekers van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu meer gegevens over de besmettingen die opgenomen worden in deze modelleringscurves. Deze extra gegevens gaan vaak ook over oudere meldingen. Doordat er steeds meer gegevens uit de kiemsurveillance bijkomen, kunnen eerdere schattingen veranderen. Hoe meer gegevens er beschikbaar zijn, hoe nauwkeuriger de schattingen zijn.

Figuur 2: Gemodelleerd aantal besmettingen met de oude en Britse variant, van 1 december 2020 tot en met 5 februari 2021 op basis van datum eerste ziektedag.

Zuid-Afrikaanse variant

De zogenoemde Zuid-Afrikaanse variant wordt in Nederland steeds vaker gevonden: op dit moment 6 keer in de kiemsurveillance en 34 keer bij bron- en contactonderzoek.

Braziliaanse varianten 

Er zijn in de kiemsurveillance en bij bron- en contactonderzoek twee coronavarianten in Nederland gevonden die beide hun oorsprong in Brazilië hebben, namelijk de P1- en de P2-variant. De P1-variant is bij 2 personen die kortgeleden in Brazilië zijn geweest vastgesteld. Daarnaast is de P1-variant één keer aangetroffen in de aselecte steekproeven in de kiemsurveillance. Deze persoon had geen reishistorie. Nader onderzoek vindt momenteel plaats door GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid. De P2 variant is bij 2 mensen gevonden, 2 zonder reisgeschiedenis naar het Zuid-Amerikaanse land; daarnaast is de P2-variant bij een 3e persoon gevonden die onlangs wel in Brazilië is geweest.

Houd je aan de maatregelen

Door ons gedrag kunnen we onszelf en anderen beschermen tegen het virus. Voor elke variant van het coronavirus geldt: houd je aan de maatregelen. De meest effectieve manier om niet besmet te raak is door geen direct contact met anderen te hebben. Houd daarom 1,5 meter afstand, werk en blijf zo veel mogelijk thuis. Verlaat het huis niet als je (milde) klachten hebt, behalve om je te laten testen. In de meeste gevallen heb je binnen een dag je testuitslag.

* Schattingen van de R van langer dan 14 dagen geleden zijn betrouwbaar. Als de R berekend wordt met gegevens van minder dan 14 dagen geleden zijn de onzekerheden groter. Daarom gaan we altijd uit van de R van 14 dagen geleden.