Sinds 2012 gebruikt fabrikant Chemours (Dordrecht) de GenX-technologie om plastics (fluorpolymeren) te maken. Bij deze technologie zijn de omstreden PFOAperfluoro octanoic acid-verbindingen vervangen door de stoffen FRD-902ammonium, : 2,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluoropropoxy)propanoaat en FRD-9032,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluoropropoxy)propaanzuur. Tijdens het productieproces wordt bovendien de stof E1 gevormd. Naar verwachting vormt de uitstoot van GenX stoffen vanuit de fabriek via de lucht geen risico voor de gezondheid van omwonenden. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

FRD-9032,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluoropropoxy)propaanzuur en E1 worden via de fabrieksschoorsteen naar de lucht uitgestoten. FRD-903 heeft deels vergelijkbare schadelijke effecten als PFOAperfluoro octanoic acid. Het is een carcinogeen categorie 2 stof (mogelijk kankerverwekkend voor de mens) en het heeft effecten op de lever. FRD-903 is wel minder schadelijk voor de voortplanting dan PFOA.
De gezondheidskundige grenswaarde die het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voor FRD-903 heeft afgeleid ligt op 73 nanogram per kubieke meter lucht. Hierbij is een extra veiligheidsmarge gehanteerd vanwege onder andere onzekerheid over de mate waarin deze stof ophoopt in het lichaam. Bij de dichtstbijzijnde woningen is – op basis van uitstootgegevens die Chemours aanleverde - de berekende concentratie 15 nanogram per kubieke meter lucht. De concentratie is hier dus vijf keer lager dan de gezondheidskundige grenswaarde.

Voor E1 ontbreekt informatie om een gezondheidskundige grenswaarde te kunnen bepalen. Op basis van de beperkt beschikbare informatie veronderstelt het RIVM dat deze stof waarschijnlijk minder schadelijk is dan PFOA. Vanwege de ontbrekende informatie draagt het RIVM wel suggesties aan bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor nader onderzoek naar de schadelijkheid van de GenX stoffen.

Literatuuronderzoek en berekeningen

Voor het onderzoek naar GenX heeft RIVM onderzocht wat bekend is over de eigenschappen van de genoemde stoffen in de wetenschappelijke literatuur en de informatie in de Europese stoffenwetgeving REACH. Daarnaast heeft RIVM, op basis van zowel de maximaal vergunde hoeveelheid als de emissiegegevens die Chemours verstrekt, berekend in welke mate ze zijn vrijgekomen.

 

Thumbnail

 

Thumbnail