Nederland krijgt een nieuw kenniscentrum dat bedrijven helpt bij het ontwikkelen van veilige en duurzame chemische stoffen en producten. Het centrum is een samenwerking tussen het RIVM, TNO, IenW (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) en de VNCI (Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie). Het doel is om al bij het ontwerp van stoffen en producten te letten op gezondheid, milieu en duurzaamheid. Zo wil het centrum voorkomen dat we in de toekomst opnieuw te maken krijgen met probleemstoffen, zoals PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen).
Samenwerking voor betere chemie
Het centrum bundelt kennis en ervaring van overheid, kennisinstellingen en bedrijven. Het centrum ondersteunt bedrijven in de hele keten: van producent tot gebruiker. Bedrijven kunnen terecht voor informatie, advies en hulp bij innovatie. Het centrum helpt ook om partijen met elkaar te verbinden en om kennis beter vindbaar te maken.
Veilig en duurzaam vanaf het begin
Bij veel stoffen en producten wordt pas later gekeken naar risico’s voor gezondheid en milieu. Het kenniscentrum streeft ernaar dat dit al gebeurt in de ontwerpfase. Dit heet Safe and Sustainable by Design (SSbD). Door vanaf het begin keuzes te maken voor veilige en duurzame oplossingen, kunnen problemen later worden voorkomen.
Van PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen) naar betere alternatieven
Een belangrijk voorbeeld is het werk rond PFAS. Deze stoffen hebben vaak een nuttige functie, bijvoorbeeld in batterijen en textiel, maar kunnen ook schadelijk zijn voor mens en milieu. Het RIVM werkt aan kennis over mogelijke alternatieven en hoe je die op een veilige en duurzame manier kunt ontwikkelen. Die kennis wordt via het kenniscentrum ontwikkelt en gedeeld met bedrijven.
Het RIVM werkt binnen het centrum samen met bedrijven en andere organisaties, maar blijft onafhankelijk.
Aansluiting bij Europa
Het kenniscentrum wordt onderdeel van een Europees netwerk van soortgelijke initiatieven. In dat netwerk kunnen landen kennis en ervaring met elkaar delen. Omdat de chemische sector internationaal werkt, is die samenwerking belangrijk. In Nederland worden daarna keuzes gemaakt over welke onderwerpen voorrang krijgen.