Waterlandschap

Het RIVM heeft nieuwe risicogrenzen voor PFAS Poly- en perfluoralkylstoffen (Poly- en perfluoralkylstoffen ) in oppervlaktewater afgeleid. Uitgangspunt van deze grenzen is dat mensen hun leven lang vis uit oppervlaktewater kunnen eten, zonder teveel PFAS binnen te krijgen. Uit de nieuwe grenzen blijkt dat er veel minder PFAS in oppervlaktewater mogen zitten dan volgens de bestaande normen. Dat komt doordat volgens EFSA PFAS al bij lagere inname schadelijk blijken voor de gezondheid. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan mede op basis van dit onderzoek, besluiten om de normen voor PFAS in oppervlaktewater aan te passen. 
 

Nieuwe rekenmethode

De EFSA Europese Voedselveiligheidsautoriteit (Europese Voedselveiligheidsautoriteit) houdt rekening met vier PFAS Poly- en perfluoralkylstoffen (Poly- en perfluoralkylstoffen ). Het RIVM heeft een rekenmethode ontwikkeld waarmee de risico’s van meerdere PFAS kunnen worden berekend. PFAS komen namelijk bijna nooit als losse stof voor. Het zijn meestal mengsels van verschillende soorten PFAS. 
De methode vergelijkt de giftigheid van een individuele PFAS met die van PFOA perfluoroctaanzuur (perfluoroctaanzuur ).  Elke soort PFAS kan op die manier worden uitgedrukt in een hoeveelheid PFOA. Bij elkaar opgeteld kan deze totale hoeveelheid PFOA vergeleken worden met de risicogrens voor PFOA.  

Op deze manier vertaalt het RIVM de berekeningen van EFSA naar (het mengsel van) veel meer soorten PFAS in oppervlaktewater. De risicogrenzen die het RIVM nu berekend heeft voor PFOS perfluoroctaansulfonaten (perfluoroctaansulfonaten), PFOA en GenX-stoffen zijn veel lager dan wat er volgens bestaande normen in het water mag zitten. Ook zitten in het water vaak nog andere PFAS dan deze drie. Het risico van het totale mengsel is dus groter. In oppervlaktewater zijn PFAS-concentraties gemeten die hoger zijn dan de nieuw berekende risicogrenzen. 

Over PFAS

PFAS zijn stoffen die door de mens gemaakt zijn. In totaal bestaan er meer dan 4000 soorten PFAS. Ze komen van nature niet voor in voedsel of drinkwater. Door uitstoot uit fabrieken en bijvoorbeeld door het gebruik in brandblusmiddelen zijn de stoffen in onze leefomgeving terecht gekomen. En daardoor ook in voedsel en drinkwater. Als mensen over langere tijd meer PFAS binnenkrijgen dan de gezondheidskundige grenswaarde, dan kan dat schadelijk zijn voor de gezondheid.

Minder PFAS

Het is belangrijk ervoor te zorgen dat er minder PFAS in de leefomgeving terechtkomen. Daarom werkt het RIVM in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat mee aan een Europees voorstel om de productie, het gebruik en de verkoop van PFAS aan banden te leggen. Omdat PFAS heel langzaam afbreken, blijven ze nog jarenlang in onze leefomgeving aanwezig. Daarom werkt de overheid er ook aan om het contact met deze stoffen zoveel mogelijk te voorkomen. De kennis over PFAS en gezondheid is en blijft in ontwikkeling. Het RIVM doet onder andere onderzoek naar PFAS in bodem, drinkwater en moestuinen.