HPVhumaan papillomavirus-infecties komen sinds de start van het HPV-vaccinatieprogramma behalve bij gevaccineerde vrouwen ook minder voor bij ongevaccineerde vrouwen en heteroseksuele mannen. Er is sprake van groepsbescherming. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Petra Woestenberg naar de effecten van de HPV-vaccinatie voor meisjes die in 2009 binnen het Rijksvaccinatieprogramma is gestart.

Individuele bescherming

Meisjes krijgen in het jaar dat zij 13 worden een uitnodiging voor HPV-vaccinatie. Daarmee zijn zij tenminste tot 8 jaar na vaccinatie goed beschermd tegen de 2 typen HPV (16 en 18). Deze typen veroorzaken 70% van alle gevallen van baarmoederhalskanker. Uit het onderzoek van Woestenberg blijkt ook dat het vaccin bescherming biedt tegen een aantal andere typen HPV die ook kanker kunnen veroorzaken. Dit wordt kruisbescherming genoemd. Verder lijkt het erop dat het bestaande vaccin deels bescherming biedt tegen anogenitale wratten.

Groepsbescherming

Uit de gegevens tot 8 jaar na de start van het vaccinatieprogramma blijkt dat er sprake van is groepsbescherming: HPV-infecties door HPV16 en 18 en de typen waarvoor kruisbescherming is aangetoond, komen minder voor bij heteroseksuele mannen. Bij ongevaccineerde vrouwen is bescherming aangetoond tegen de HPV-typen in het vaccin.

PASSYON-studie

Voor haar proefschrift baseerde Woestenberg zich op data uit de PASSYON-studie. In deze studie, die tegelijk startte met het HPV-vaccinatieprogramma, wordt elke 2 jaar een dwarsdoorsnedeonderzoek gedaan onder jongeren van 16-24 jaar die centra seksuele gezondheid bezoeken. Zij werden o.a. op verschillende typen HPV getest. Op basis van deze gegevens is het directe (individuele) effect van de vaccinatie gemeten en in hoeverre het voorkomen van HPV-infecties in de bevolking is veranderd.