De risicomethodiek voor de hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie is ook bruikbaar voor hogedruk nat- en zuurgas aardgastransportleidingen.

Bij de winning van aardgas komen naast aardgas ook andere stoffen mee naar boven, zoals aardgascondensaat en productiewater (natgas) en H2S (zuurgas). De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) behandelt het gewonnen aardgas tot “droog gas” wat Gasunie transporteert. Tijdens deze behandeling wordt onder andere het condensaat, productiewater en H2S  afgescheiden.


Om de veiligheidsrisico's van het transport van het behandelde (droge) gas in kaart te brengen is de risicomethodiek hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie opgesteld. Door NAM en RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is onderzocht of deze risicomethodiek ook kan worden gehanteerd voor leidingen met onbehandeld gas, de zogenaamde hogedruk nat- en zuurgas aardgastransportleidingen. Specifiek is gekeken naar de gehanteerde faaloorzaken en -frequenties, uitstroom- en effectberekeningen en ontstekingskansen.

De conclusie is dat de risicomethodiek voor de hogedruk (droge) aardgastransportleidingen van Gasunie ook voor nat- en zuurgas aardgastransportleidingen uitgangspunt kan zijn. Wel zijn een paar verschillen geconstateerd en is er een bovengrens gesteld aan de hoeveelheid aardgascondensaat en H2S dat het onbehandelde aardgas mag bevatten.

Download het  NAM-rapport en het bijbehorende RIVM-advies