Het RIVM berekent elke twee jaar welk effect het Schone Lucht Akkoord heeft op de gezondheid van mensen. De derde voortgangsmeting laat zien dat de gezondheidswinst door schonere lucht in 2030 groter is dan twee jaar geleden werd verwacht. Dit komt onder andere doordat in 2030 naar verwachting meer elektrische voertuigen rondrijden dan eerder werd gedacht. Ook zijn in de berekeningen nieuwe wetenschappelijke inzichten gebruikt. Wel moeten alle voorgenomen plannen worden uitgevoerd om het doel te halen.

Uit nieuwe berekeningen van de Emissieregistratie blijkt dat de uitstoot van stikstofoxiden lager is. Ook gaat de toename van elektrische voertuigen sneller dan verwacht. In totaal is de berekende uitstoot van stikstofoxiden in 2030 ongeveer 8 procent lager. Als al het voorgenomen beleid wordt uitgevoerd, dan wordt het gezondheidsdoel van 50 procent gezondheidswinst ten opzichte van 2016 gehaald. Dat betekent niet dat aandacht voor schone lucht niet meer nodig is. Uit nieuw wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat stikstofdioxide schadelijker is voor de gezondheid dan eerder werd aangenomen.

Naast de SLA-doelstelling moet Nederland in 2030 aan de nieuwe, strengere Europese luchtkwaliteitseisen voldoen. Met het huidige beleid worden die nieuwe eisen nog niet overal in Nederland gehaald. Dat geldt voor plekken: rond Amsterdam en Schiphol, in de Rijnmond en IJmond en langs verschillende stukken snelweg. Daarvoor zijn extra maatregelen nodig.

Meer deelnemers verhogen succes van het Schone Lucht Akkoord

Het Schone Lucht Akkoord is gestart in 2020. Op dit moment werken alle provincies en meer dan 130 gemeenten samen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Door de inzet van alle betrokken partijen en nieuwe inzichten komt het doel in zicht. Het RIVM berekent op basis van de huidige inzichten in 2030 een gezondheidswinst van 55 procent ten opzichte van 2016.

Uiteindelijk betekent dit dat mensen in Nederland gemiddeld vier maanden langer leven. Ook heeft dit een gunstig effect op bijvoorbeeld het voorkomen van astma bij kinderen en hart- en vaatziekten.

Nieuw instrument biedt inzicht in herkomst luchtvervuiling

De maatregelen die gemeenten en provincies nemen dragen dus bij aan een schonere lucht en meer gezondheidswinst. Toch verbetert de luchtkwaliteit niet overal evenveel.

In 2024 ontwikkelde het RIVM een instrument dat op gemeenteniveau laat zien welke sectoren bijdragen aan de luchtvervuiling. Dit instrument is het afgelopen jaar verder verfijnd. Nu is ook te zien waar de luchtvervuiling vandaan komt: uit de eigen gemeente, omliggende gemeenten, de rest van Nederland of het buitenland.

Dat biedt overheden meer houvast om te bespreken op welk overheidsniveau en in welke sector(en) het beste maatregelen genomen kunnen worden om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het instrument is te gebruiken via apps.rivm.nl/sla/gcn-tool.

Bevolkingsblootstelling aan luchtvervuiling 2024

Het RIVM berekent elk jaar aan hoeveel stikstofdioxide en fijnstof inwoners van Nederland worden blootgesteld. Tegelijk met de voortgangsmeting SLA publiceert het RIVM het rapport Bevolkingsblootstelling aan luchtvervuiling 2024. Het RIVM maakt deze berekeningen op elk woonadres in Nederland op basis van de uitstoot van vervuilende stoffen door verschillende bronnen.

In 2024 daalde de uitstoot van vervuilende stoffen. Maar dat is nauwelijks terug te zien in de bevolkingsblootstelling. Dit komt omdat het weer in 2024 over het algemeen rustig was. Luchtvervuiling verspreidt zich dan minder snel.

Een lagere blootstelling aan luchtvervuiling over langere tijd betekent dat gezondheidswinst wordt geboekt. De voortgangsmeting SLA berekent gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016.

De blootstellingsberekeningen zijn een aanvulling op het rapport Monitoring luchtkwaliteit 2025.