De wereldbevolking groeit, steeds meer mensen hebben overgewicht en onze ecologische voetafdruk is te groot. Om in de nabije toekomst op duurzame wijze voldoende voedsel te produceren moet het huidige voedselsysteem op de schop.  Het voedselsysteem omvat alles wat nodig is om ons gevoed te houden: van verbouwen en oogsten tot aan consumptie. 

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu stelt in "Wat ligt er op ons bord?" drie manieren voor om een gezonder, duurzamer en veiliger voedingspatroon te realiseren:  niet te veel eten, meer plantaardige en minder dierlijke producten eten, en minder suikerhoudende en alcoholische dranken consumeren. Door deze veranderingen in het voedingspatroon vermindert het aantal chronisch zieken, verkleinen de gezondheidsverschillen en wordt het milieu minder belast. In de meeste gevallen wordt het voedsel ook veiliger; zo gaat de consumptie van minder vlees samen met minder voedselinfecties. 

Met het SPRStrategisch Programma RIVM -thema "Integraal voedselbeleid" wil het RIVM onderzoeken welke maatregelen deze veranderingen in gang kunnen zetten, en een afwegingskader ontwikkelen om de doeltreffendheid van potentiële beleidsmaatregelen te beoordelen. Samenwerken met verschillende belanghebbenden is hierbij cruciaal.

Ontwikkelen van een afwegingskader

De voorgestelde veranderingen in het voedingspatroon kunnen op verschillende vlakken effect hebben. Zo zal een overschakeling van een dierlijk naar een meer plantaardig voedingspatroon gevolgen hebben voor de landbouw (veeteelt, tuinbouw) aan de productiekant en voor de gezondheid en veiligheid aan de consumptiekant. Voor het kwantificeren van de gevolgen, het in kaart brengen van de invloed die de verschillende factoren op elkaar hebben, en om deze tegen elkaar af te wegen is een afwegingskader nodig. Ook productinnovaties zoals kweekvlees, en landbouwinnovaties moeten hierin worden meegenomen.

Perceptie en gedrag

Naast het ontwikkelen van een afwegingskader is het ook belangrijk om te kijken hoe consumenten kunnen worden ondersteund in het maken van de keuze om minder dierlijk en meer plantaardige producten te eten. Daarvoor moet eerst in kaart worden gebracht waarom mensen wel of niet voor de consumptie van vlees kiezen. Vervolgens kan worden onderzocht wat mensen stimuleert om meer plantaardige producten te gaan eten.

Duurzame doelen

In 2015 hebben de Verenigde Naties 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals (SDG's)) aangenomen. Ook Nederland heeft zich daaraan gecommitteerd. Meerdere SDG’s zijn gekoppeld aan een verandering in het voedselsysteem. Zo is SDG 12 bijvoorbeeld gericht op duurzame consumptie en productie van voedsel. Welke beleidsmaatregelen zijn effectief om dit teweeg te brengen? Dat is de vraag die het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wil onderzoeken, samen met externe partners en belanghebbenden, zoals de industrie, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Verbinding met de samenleving

Het is niet alleen belangrijk om uit te vinden wat effectieve beleidsmaatregelen zijn om te komen tot een duurzaam voedselsysteem, het is ook belangrijk dat deze maatregelen uiteindelijk werkelijk inzetbaar zijn in de samenleving om tot dit duurzame voedselsysteem te komen. Wie zijn hiervoor belangrijk? Wat hebben deze partijen nodig? Hoe kan nationaal beleid lokaal worden geïmplementeerd en wat kan nationaal beleid leren van lokaal beleid? En hoe kun je de voortgang monitoren? Het antwoord op deze vragen kan helpen de samenleving te ondersteunen om tot een duurzaam voedselsysteem te komen.

Onderzoek

Voor het SPRStrategisch Programma RIVM -thema "Integraal voedselbeleid" voert het RIVM de volgende twee onderzoeken uit:

Wat

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ontwikkelt een afwegingskader om de effecten van veranderingen in het voedselsysteem inzichtelijk te maken voor burgers en beleid. De effecten van de huidige voedselconsumptie en die van mogelijke beleidsvoornemens worden via scenario’s in beeld gebracht. De focus ligt hierbij op de overgang naar een plantaardiger voedingspatroon. Economische, sociale en culturele aspecten worden in de scenario's meegenomen.

Waarom

Onze voedselconsumptie en wijze van voedselproductie heeft grote gevolgen voor natuur en milieu. Ook de volksgezondheid staat onder druk door het huidige voedingspatroon. Voor onze gezondheid en het milieu is het duidelijk dat we minder dierlijke producten, alcohol en suikerhoudende producten moeten eten. Groenten en fruit zouden we juist twee keer zo veel moeten eten. Maar is de gezonde keuze ook goed en veilig voor het milieu? En wat betekent dat voor de agrarische sector?

Hoe

Fairplay4food bouwt voort op eerder strategisch onderzoek van het RIVM. Het aantal indicatoren wordt uitgebreid, onder meer door de monitoringsprogramma’s van het RIVM te gebruiken. Met behulp van multiple criteria decision analysis (MCDAmultiple criteria decision analysis) worden de voor- en nadelen van keuzes voor het voedselbeleid inzichtelijk gemaakt. Ook worden verschillende scenario’s voor de overgang naar een plantaardiger voedingspatroon opgesteld.

Samenwerking

Fairplay4food werkt nauw samen met andere projecten die meer inzicht zullen geven in de sociale aspecten rond voedselkeuzes. Stakeholders met verschillende belangen worden betrokken bij het project om verschillende standpunten in de scenario's mee te kunnen nemen.

Wat

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzoekt op welke manieren jongvolwassenen keuzes maken op het gebied van voeding. Het doel hiervan is te ontdekken hoe je kunt stimuleren dat mensen vaker kiezen voor gezond en duurzaam voedsel. Met deze kennis kunnen we effectieve maatregelen ontwikkelen om over te stappen op een gezonder en duurzamer voedingspatroon.

Waarom

Als focus is gekozen voor de consumptie van vlees omdat de productie van vlees voor een belangrijk deel bijdraagt aan de ecologische voetafdruk van ons voedsel. Het zorgt voor fijnstof, ziekteverwekkers, broeikasgassen en gebruik van bestrijdingsmiddelen en vraagt onevenredig veel voedingsstoffen. Wetenschappers zijn het erover eens dat het voor mens en milieu goed zou zijn om minder dierlijk en meer plantaardig voedsel te eten. Veel burgers vinden duurzaamheid en gezondheid belangrijk, maar maken in de winkel nog steeds keuzes op basis van andere motieven zoals gewoonten, prijs, sociale normen, gemak en smaak.

Hoe

SHIFT-DIETS bestaat uit drie onderdelen: 1. Een literatuurstudie en het onderzoeken van bestaande voedselconsumtpiegegevens. 2. Het verzamelen van nieuwe gegevens met behulp van een consumentenpanel en van workshops met jongvolwassenen en experts. 3. Het uitproberen van proefmaatregelen om te kijken of jongvolwassenen daardoor ook echt andere keuzes maken bij het kopen van voedingsproducten.

Dit project valt ook onder het ondersteunende thema "Perceptie en gedrag".